five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk, Gemeente Edam-Volendam

收藏
DataCite Commons2026-04-20 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/R9WTK1
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht Land van Kwadijk B.V. een archeologisch bureauonderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het “Plan Dekker”, Land van Kwadijk te Kwadijk, gemeente Edam-Volendam. De aanleiding voor het onderzoek is de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de geplande ontwikkeling van het gebied als woningbouwlocatie met een landschappelijke ontwikkeling. Voor “Plan Dekker” is eerder in 2015 door Hamaland Advies een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het onderhavige rapport betreft een actualisatie van het rapport uit 2015 op basis van de huidige planvorming. Het oorspronkelijke plangebied van het bureauonderzoek uit 2015 heeft een omvang van ca. 7,6 ha (ca. 76.400 m2). Het nieuwe plangebied betreft het noordelijke deel van het plangebied uit 2015 en een uitbreiding aan de oostzijde van het oorspronkelijke plangebied. Het nieuwe plangebied heeft een omvang van ca. 2,0 ha (ca. 20.200 m2). De verstoringsdiepte van de graafwerkzaamheden voor de aanleg van funderingen is niet bekend, maar verwacht wordt dat deze ca. 1,00 m-mv bedraagt. Daarnaast zijn er heiwerkzaamheden voor de bouw van de woningen noodzakelijk, zodat de werkelijke verstoringsdiepte door de heipalen groter zal zijn. Een palenplan is ten tijde van het onderzoek nog niet beschikbaar. Het plangebied is gelegen ten zuiden van het dorpscentrum van Kwadijk en heeft een agrarische functie. Op de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Zeevang (2010) ligt het plangebied in een zone met een middelhoge archeologische verwachtingswaarde. Hiervoor is een archeologisch onderzoek noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 500 m² en waarbij de bodem dieper dan 40 cm–mv wordt verstoord. Het archeologiebeleid van gemeente Edam-Volendam is tevens opgenomen in de vigerende bestemmingsplannen. Het noorden van het plangebied ligt in het bestemmingsplan “Bufferwoningen Kwadijk (vastgesteld 2024)”.1 Voor dit deel van het plangebied is een dubbelbestemming “Waarde – Archeologie” opgenomen, waarvoor geldt archeologisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 500 m² en waarbij de bodem dieper dan 40 cm–mv wordt verstoord. De zuidelijke delen van het oorspronkelijke plangebied uit 2015 en de zuidelijke uiteinde van het nieuwe plangebied liggen in het bestemmingsplan “Buitengebied 2015 (vastgesteld 2017)”. 2 Op dit bestemmingsplan is ter hoogte van het plangebied geen dubbelbestemming “Waarde – Archeologie” opgenomen, daarom geldt voor deze delen van het plangebied de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Zeevang (2010) als toetsingskader voor archeologisch onderzoeksplicht. Daarnaast is het plangebied gelegen in een zone met de dubbelbestemming “Waarde - Landschap - Stelling van Amsterdam”. Hiervoor geldt dat het bevoegd gezag nadere eisen kan stellen ten aanzien van de situering en omvang van bouwwerken, voor zover dit noodzakelijk is ter voorkoming van een onevenredige aantasting van het UNESCO-werelderfgoed Stelling van Amsterdam. In dit kader dient de gemeente voorafgaand aan het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen advies in te winnen bij de Provincie Noord Holland. De beoogde bodemingrepen zullen de vrijstellingsgrenzen zoals vastgesteld in de archeologische beleidskaart van de voormalige gemeente Zeevang overschrijden. Het door Hamaland Advies uitgevoerde onderzoek bestaat uit een actualisatie van het bureauonderzoek uit 2015 conform de KNA 4.2, SIKB BRL protocol 4002, waarbij een archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld en een selectieadvies is geformuleerd. Het archeologisch verwachtingsmodel is vervolgens getoetst door middel van een verkennend booronderzoek conform SIKB BRL protocol 4003. Het bevoegd gezag, dhr. M. Steur namens gemeente Edam-Volendam, heeft de resultaten van het onderzoek op 10 april 2025 getoetst. Conclusie bureauonderzoek Op grond van de bestudeerde bronnen en de bekende archeologische waarnemingen in de omgeving van het plangebied, kan geconcludeerd worden dat het plangebied een middelhoge trefkans heeft op archeologische resten uit de periode van de Middeleeuwen tot en met de Nieuwe Tijd. Er kunnen in het gebied restanten van veenterpen met bewoning, daliebulten of daliegaten en bolken aangetroffen worden. Daarnaast kunnen ontginningssporen, met name greppels en (afval)kuilen verwacht worden uit de periode tussen 1100 en 1400 na Chr. Archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd worden onder de in of ondiep onder bouwvoor verwacht in de top van het veen. In de diepere ondergrond is mogelijk een kreekrug aanwezig, waarop in principe bewoning mogelijk is in het (Midden-Laat) Neolithicum voorafgaand aan de vorming van het veenmoeras. De trefkans op vindplaatsen uit het Neolithicum wordt echter vanwege de verwachte diepteligging van de zandige getijdengeulafzettingen (ca. 7,5 m-mv) laag ingeschat. In de periode tussen het Neolithicum en de Vroege Middeleeuwen is het gebied door veenvorming niet of minder geschikt geweest voor bewoning. Gemeentelijk beleid is om in geval van planvorming en voorafgaand aan vergunningverlening voor bodemingrepen vroegtijdig archeologisch onderzoek in de vorm van een inventariserend archeologisch veldonderzoek uit te voeren. Dit om de archeologische waarden van de gronden vast te stellen en in voldoende mate aan te geven op welke wijze de archeologische waarden kunnen worden bewaard en/of gedocumenteerd. Door latere bebouwing, ontginning, herverkaveling en agrarische activiteiten is er een grote kans dat de natuurlijke bodemopbouw voor een deel is verstoord. Dit zal met het inventariserend veldonderzoek moeten worden bevestigd. Conclusie booronderzoek De resultaten van het booronderzoek bevestigen dat de bodemopbouw in het onderzoeksgebied onder de subrecente verstoringen bestaat uit Hollandveen op kleiige getijdenafzettingen uit het Laagpakket van Wormer van de Formatie van Naaldwijk. Hoewel zowel in de top van het Hollandveen en aan de basis van het Hollandveen sprake is van veraarde niveaus die gedurende een langere periode aan het oppervlak hebben gelegen, zijn in de veraarde niveaus geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Hierbij dient opgemerkt te worden dat het niet het doel is van een verkennend booronderzoek om archeologische vindplaatsen op te sporen. Verder zijn in het Hollandveen en in de getijdenafzettingen uit het Laagpakket van Wormer ook geen archeologische lagen of terplagen aangetroffen. De archeologische verwachting kan daarom voor het onderzoeksgebied bijgesteld worden naar laag. Selectieadvies Op basis van de resultaten van het booronderzoek wordt de kans dat in het onderzoeksgebied van het verkennend booronderzoek (plangebied actualisatie 2022) archeologische resten aanwezig zijn laag ingeschat. Hamaland Advies adviseert het plangebied van de actualisatie uit 2022 vrij te geven. Selectiebesluit De resultaten van het booronderzoek zijn op 10 april 2025 door het bevoegd gezag getoetst. Er zijn geen opmerkingen op het rapport en het selectieadvies wordt overgenomen. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Voorafgaand aan de vergunningverlening dient deze rapportage getoetst te worden door gemeente Edam-Volendam. Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de gemeente Edam-Volendam (dhr. M. Steur).
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-04-20
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务