Rinsumageast, Tjaerdawei / Galgeheech / Juckemawei gemeente Dantumadiel, Fr. Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende, Karterende en Waarderende Fase
收藏DataCite Commons2025-10-06 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/MIUSFO
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch bureauonderzoek met een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld (Hoofdstuk 2.5). Tijdens het veldonderzoek is verwachtingsmodel getoetst.
Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied in het noordelijkste deel van het Drentse zandgebied ligt, op de grens met het Fries-Gronings kleigebied en onderdeel uitmaakt van het Fries-Drentse keileemplateau. In de omgeving komen grondmorenewelvingen voor en vlakte van ten dele verspoelde dekzanden. De bodem in het plangebied bestaat uit uit laar- en veldpodzolgronden. In de top van het dekzand kan zich een podzolbodem hebben gevormd. Op grond van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een hoge verwachtingswaarde voor vindplaatsen vanaf de steentijd tot de midden bronstijd en voor vindplaatsen vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd, bij een intacte bodemopbouw. Er worden archeologische resten verwacht die verband houden met de Tjaarda-state (zie Hoofdstuk 2.5).
Op het terrein (Tjaarda-state) heeft eerder archeologisch booronderzoek plaatsgevonden in 2004 (Hekman 2004). Hieruit bleek dat het terrein een aanzienlijke hoeveelheid puin bevat. De aanwezigheid van het puin duidt er op dat ter plaatse van het slot en de bebouwing op het binnenhof bij de sloop in 1834 niet alle bouwresten zijn verwijderd. Funderingsresten en/of kelders kunnen nog in de bodem bewaard zijn gebleven (Hekman 2004). Daarnaast zijn in de boringen grachtvullingen aangetroffen van het state-terrein (zowel van het slot als het binnenhof).
In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende, karterende en waarderende fase) veertien boringen verricht. Tijdens het veldonderzoek zijn in vier boringen archeologische vondsten gedaan (zie Hoofdstuk 3.2: Archeologie en Hoofdstuk 3.3). Er zijn in de deelgebieden 1, 2 en 3 geen archeologische indicatoren aangetroffen die wijzen op de aanwezigheid van een steentijdvindplaats. Samengevat is tijdens het veldonderzoek het volgende aangetroffen:
● Deelgebied 1: een bouwvoor, op een verstoorde laag, op (veraard) veen, op (verspoeld) dekzand, keizand en keileem. In dit deelgebied is geen sprake van een vindplaats. Er zijn hier geen archeologische indicatoren aangetroffen. De bodem ter hoogte van deelgebied 1 is deels verstoord, als gevolg van eerder uitgevoerde bodemingrepen. In de boringen zijn geen vondsten gedaan en er zijn geen intacte (podzol)bodem en/of archeologische cultuurlagen aangetroffen. Hiermee is er in deelgebied 1 een lage kans op behoudenswaardige archeologische waarden.
● Deelgebied 2: een bouwvoor, op een verstoorde laag, op een mogelijk archeologisch niveau (boring 6), op (verspoeld) dekzand, op keileem. In dit deelgebied is sprake van een vindplaats: op een diepte van 105 – 120 is een mogelijk archeologisch niveau aanwezig. Er is in dit pakket een archeologische indicator aangetroffen. Dit betreft één scherf handgevormd aardewerk uit de romeinse tijd – middeleeuwen (Tabel 4: Vondstnummer 1; zie Hoofdstuk 3.3; Figuur 20). Hiermee is er in deelgebied 2 een middelhoge tot hoge kans op behoudenswaardige archeologische waarden.
● Deelgebied 3: een bouwvoor, op een verstoorde laag, op grachtvulling (boring 2; met archeologische indicatoren), op dekzand, op keizand en keileem. In dit deelgebied is sprake van een vindplaats: de grachtvullingen van de Tjaarda-state en mogelijk ook funderingsresten kunnen nog aanwezig zijn en er zijn archeologische indicatoren aangetroffen. In boring 2 is op een diepte van 80 – 245 centimeter beneden maaiveld waarschijnlijk de oorspronkelijke grachtvulling nog aanwezig met archeologische indicatoren zoals: puinbrokjes (baksteen, mortelspikkels, dakpannen en daklei) en een aardewerkscherf uit de late middeleeuwen – nieuwe tijd (Tabel 4: Vondstnummer 1; zie Hoofdstuk 3.3; Figuur 20). In de boringen 3 en 5 zijn drie aardewerkscherven gevonden uit de nieuwe tijd (Tabel 4: Vondstnummer 2 en 3; Figuur 20); De vondsten in de boringen 3 en 5 zijn gedaan in de geroerde, verstoringslaag die waarschijnlijk vermengd is geraakt met onderliggende, oorspronkelijke lagen. Ter hoogte van deelgebied 3 kunnen in de bodem nog resten aanwezig zijn van het terrein van de Tjaarda-state (zie Figuur 19). De aan te leggen nieuwe weg (deelgebied 3) gaat dwars door de bebouwing (het slot) van de Tjaarda-state (zie Figuur 19) en de omliggende oorspronkelijke grachten. Hiermee is er in deelgebied 3 een hoge kans op behoudenswaardige archeologische waarden.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2025-10-03



