Gemeente Breda plangebied Terheijdenseweg 259. Archeologisch bureauonderzoek
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/W7EZV0
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Het plangebied bevindt zich in het zuidelijk dekzandgebied op een lage dekzandrug met mogelijk twee kleine kopjes. Vanaf het laat-neolithicum raakt de omgeving van het plangebied bedekt met veen. Begin 14e eeuw wordt de voormalige gemeynt Bredase Aard verdeeld en verkocht, waarna het veen ontgonnen wordt. Na de ontginningen werd het gebied in gebruik genomen als akker en/of hooiland. Uit deze periode stamt ook de Oude Baan ten westen van het plangebied. Het landgebruik bleef eeuwenlang gelijk. Begin 19e eeuw is de Terheijdenseweg aangelegd. Hierlangs verscheen langzaam wat bebouwing aan het eind van 19e en begin van de 20e eeuw. Na de Tweede Wereldoorlog werd het plangebied opgenomen door de bebouwde kom van Breda. In 1950 werd het merendeel van de huidige bebouwing aangelegd, terwijl in de jaren 80 van de vorige eeuw de laatste ingrijpende veranderingen hebben plaatsgevonden. In de directe omgeving hebben twee proefsleuvenonderzoeken enkel wat sporen van agrarische activiteiten uit de nieuwe tijd opgeleverd en deze hebben niet geleid tot een vervolgonderzoek. Vanwege de ligging op een dekzandrug op de overgang van een hoger gelegen rug naar een laagte is de verwachting voor kampementen uit het paleolithicum en mesolithicum hoog. Vanaf het laat-neolithicum raakt de omgeving van het plangebied bedekt met veen. Het plangebied zelf is een uitloper van het Hoge in het Lage en is dus een soort rug in het landschap. Deze ruggen zijn in Breda vaak benut in de bronstijd tot en met de middeleeuwen. Daarom geldt een middelhoge verwachting voor deze periode. Vanaf 1314 wordt het gebied ontgonnen. In deze periode wordt ook de Oude Baan ten westen van het plangebied aangelegd. Er zijn echter geen indicaties dat er bewoning heeft plaatsgevonden in het plangebied. Daarom is de verwachting middelhoog voor bewoningsresten, ontginningssporen en infrastructurele resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Hoewel de gemeente Breda normaal gezien direct overgaat tot een proefsleuvenonderzoek wordt in dit specifieke geval in eerste instantie een booronderzoek geadviseerd indien de werkzaamheden dieper reiken dan 1 m -mv binnen het opgehoogde terrein om vast te stellen of er een vuursteenvindplaats verwacht kan worden. Voor het niet opgehoogde deel, in het noorden, kon niet worden vastgesteld of en in welke mate de bodem verstoord is. Hier zal dus eerst een booronderzoek uitgevoerd moeten worden om de aan- of afwezigheid van een intacte bodemopbouw vast te stellen ten behoeve van de verwachting op steentijdvindplaatsen.
创建时间:
2024-01-31



