five

Archeologisch onderzoek Hilversumse Meent, gemeente Hilversum

收藏
Mendeley Data2024-06-19 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/V73H4H
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van de provincie Noord-Holland heeft Sweco Nederland B.V. een archeologisch inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd naar de locatie Hilversumse Meent te Hilversum, gemeente Hilversum (zie bijlage 1). De aanleiding voor dit onderzoek is het aanleggen van natuurvriendelijke oevers van in totaal 2500 meter lengte. Hierbij zal de bodem geroerd worden tot een diepte van 1,30 meter onder maaiveld. In de top van het dekzand kunnen archeologische resten worden verwacht daterend van het Laat-Paleolithicum tot en met het Laat-Neolithicum (2000 v. Chr.). Na deze periode was het gebied vermoedelijk niet meer bewoonbaar door veengroei en de vorming van het Naardermeer. Uit genoemde periodes kunnen resten van bewoning, zoals nederzettingen en jachtkampjes worden gevonden. Ook kunnen graven aanwezig zijn. De diepteligging van de top van het dekzand varieert van 3 m -mv in het westelijk deel tot aan maaiveld in het oostelijk deel van het plangebied. Vermoedelijk is de regio pas in de Late Middeleeuwen, in de periode van de bedijkingen weer bewoonbaar. Voor de periode Bronstijd-Vroege Middeleeuwen geldt derhalve geen archeologische verwachting. De bodemtypen die in het plangebied voorkomen zijn waardveengronden (kVc) en koopveengronden (hVz en hVc). De geomorfologie van het gebied is ontgonnen veenvlakte (M81) en vlakte van ten dele verspoelde dekzanden of löss (M53). De resten zijn vermoedelijk goed bewaard en geconserveerd gebleven door de hoge grondwaterstand en de vermoedelijk beperkte grondbewerkingen die hebben plaatsgevonden. Bij het verkennende booronderzoek zijn 53 handmatige grondboringen verricht met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm en een 3 cm guts. De boringen zijn uitgevoerd tot 0,3 m in de C-horizont. De boringen zijn gezet om de 50 meter in een lijnsegment. De boorpunten zijn ingemeten met behulp van een GPS (Sokkia GCX2). De hoogte van het maaiveld ter plaatse van de boringen is bepaald met behulp van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, ahn.nl). Met het verkennend booronderzoek wordt de bodemopbouw beschreven en de mate van intactheid daarvan bepaald. Kansrijke zones of locaties uit het verkennend booronderzoek kunnen aanleiding zijn voor het uitvoeren van een aanvullend karterend onderzoek om daadwerkelijk archeologische vindplaatsen op te sporen. Uit het verkennende booronderzoek is gebleken dat het gehele plangebied uit rietveen bestaat met daaronder dekzand. In een aantal boringen is er bovenop het veen een opgebrachte laag aangetroffen in de vorm van zand of klei. In boring 24 en 25 is er een komklei laagje of een kleiig traject aangetroffen in het veen. Enkel in boring 27 is er onder het veen een kleiige laag aangetroffen dat is veroorzaakt door een recente verstoring. In het dekzand onder het veen heeft in een aantal gevallen (gedeeltelijke) bodemvorming opgetreden, maar op veel plekken was het te nat voor bewoning. Dit is zichtbaar in boring 39 en 53 waarbij de A-horizont van het dekzand is opgenomen in het veen. In een aantal gevallen is er een (deels) intacte podzol aangetroffen onder het dekzand (boringen 24, 37-44, 49 en 52-53. De top van de podzol wordt in boringen 24, 37-44 en 49 geraakt als er wordt afgegraven tot 1,30 met onder maaiveld. In boringen 52 en 53 ligt deze top op respectievelijk 1,35 m en 1,40 m onder maaiveld. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt voor het plangebied vervolgonderzoek aanbevolen in de vorm van karterend booronderzoek. Het doel van de karterende boringen is het oppsoren en begrenzen van archeologische sites ter plaatse van de verkennende boringen met een (deels) intacte podzolbodem. Daarmee kunnen kansrijke locaties voor eventuele vindplaatsen begrensd worden. Geadviseerd wordt karterende boringen met een megaboor (15 cm) in een lijnsegment van om de 10 meter uit te voeren. Geadviseerd wordt om karterende boringen te zetten rondom boringen 24, 37-44 en 49. Dit komt neer op 50 karterende boringen. Het boormonster (top dekzand) moet worden gezeefd over een zeef met eenmaaswijdte van 3 mm. Het zeefresidu moet worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (houtskool) en vondsten (bewerkt en/of verbrand vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en eventueel andere materialen, w.o. keramiek). Bij het aantreffen van een of meerdere archeologsche vindplaatsen zal door middel van een waarderend onderzoek (booronderzoek of proefsleuven) de behoudenswaardigheid ervan moeten worden vastgesteld.
创建时间:
2024-06-12
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务