Land van melk en honing?
收藏DANS Data Station Archaeology2006-03-12 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XAN-AZ3E
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In de periode maart-juli 2006 heeft de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek te Amersfoort een waardestellend archeologisch onderzoek, in de vorm van een oppervlaktekartering, boor- en proefsleuvenonderzoek, uitgevoerd op het wett elijk beschermde monument Peizer- en Eeldermaden in het uiterste noorden van de provincie Drenthe. In dit gebied bevinden zich talloze relicten uit de Middeleeuwen in de vorm van veenterpen, oude dijken, wegen en verkavelingen. Het voornaamste doel van het onderzoek was aanvullende gegevens te verzamelen op grond waarvan kan worden overgegaan tot een verantwoorde inrichting van het beschermde terrein. Het veenweidegebied waar het monument deel van uitmaakt staat onder grote druk. Vanuit het noorden is er sprake van oprukkende bebouwing vanuit de stad Groningen en het dorp Roodkerk. Voor het gebied geldt een opgave van waterberging. Op termijn zal het gebied dat deels in eigendom is van Natuurmonumenten heringericht worden. Naast waterberging, waarvoor slenken gegraven moeten worden, fungeren de Peizeren Eeldermaden als uitloopgebied voor natuurrecreatie van de stad Groningen, die op geringe afstand ligt. Daar komt nog bij dat geconstateerd is dat de fysieke kwaliteit van de veenterpen terugloopt. Recente inventarisaties hebben uitgewezen dat sommige van de terpen die in de jaren zestig aanwezig waren nu grotendeels verdwenen zijn. De oorzaak hiervoor lijkt te moeten worden gezocht in schommelingen in de grondwaterstand waardoor het veen inklinkt. De oppervlaktekartering heeft uitgewezen dat er meer veenterpen zijn dan tot nu toe werd aangenomen en dat deze een bewoningsperiode van meer dan drie eeuwen beslaan. Het uitgevoerde booronderzoek bevestigt de gedachte dat de veenterpen door oxidatie langzaam verdwijnen. Van sommige terpen resteert slechts een moerige laag met enkele scherven, brokjes leem en asvlekken. Uit het proefsleuvenonderzoek op een van de terpen blijkt dat er nauwelijks sprake is van een terplichaam in de strikte betekenis van het woord, maar dat de ‘terpen’ het gevolg zijn van verschillen in het inklinken van de bodem. Er moet dan ook niet van terpen worden gesproken, maar van huisplaatsen in het veen. De aanwezige hoogteverschillen worden grotendeels veroorzaakt door het feit dat de op de ‘terpen’ gelegen huizen een lemen vloer hadden die meermaals werd vernieuwd. Hierdoor ontstond een dik pakket vloer- en bewoningsniveaus. Op de opgegraven terp was dit pakket in het woongedeelte van het huis 50 cm dik. Deze laag klinkt bij blootstelling aan zuurstof nauwelijks in, terwijl het omliggende veendek wel oxideert. Hierdoor daalt de omgeving van de huisplaatsen veel sterker dan de huisplaatsen zelf. Deze vormen hierdoor verhogingen in het landschap. De opgegraven huisplaats was redelijk goed geconserveerd. Alleen de bovenste lagen zijn aangetast door betreding door vee en sporen van zwaar materieel zoals maaimachines. Bot en hout zijn slecht geconserveerd. De huisplaats werd door een rechthoekig systeem van sloten omgeven. Daarbinnen werden de resten van twee opeenvolgende gebouwen aangetroff en. Het jongste gebouw was een plaggenhut waarvan slechts enkele sporen resteerden. Het oudste gebouw was relatief goed bewaard gebleven en mat ca. 17x5,5 m. Het gebouw was opgebouwd uit twee rijen staanders en gemiddeld 1 m dikke zodenwanden. De vloer bestond uit een dunne leemlaag, die in het westelijke deel zeven keer en in het oostelijke deel drie keer was vernieuwd. Iets ten westen van het midden bevond zich een ingegraven haard. Ook deze kent meerdere fasen. In het westelijke deel werden enkele concentraties grote scherven kogelpotaardewerk gevonden. Deze getuigen ervan, samen met de positie van de haard, dat zich hier het woongedeelte bevond. De functie van het oostelijke deel is niet geheel duidelijk, hoewel een functie als stal het meest voor de hand ligt. Het geborgen aardewerk dateert uit de 12e eeuw. Het onderzoek levert een waardevolle bijdrage aan de discussie over de functie(s) van de veenterpen. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor proto-ambachtelijke bierbrouwerij gevonden, en evenmin voor vetweiderij. Er lijkt sprake te zijn geweest van een normale agrarische bedrijfsvoering.</p>
提供机构:
Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek
创建时间:
2006-03-13



