Transect-rapport 3096: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase. Bergharen, Elzendweg 25. Gemeente Wijchen.
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XH5-JKPV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In oktober 2020 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Elzendweg 25 te Bergharen (gemeente Wijchen). Het onderzoek vond plaats in het kader van de omgevingsvergunning voor de bouw van vier woningen. Op basis van een eerder uitgevoerd bureau- en booronderzoek gold in het oostelijk deel van het plangebied (circa 1023 m2) een hoge archeologische verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd.</p><p>In het onderzoeksgebied zijn twee proefsleuven aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van 78,5 m2 (circa 7,7% van het onderzoeksgebied). In de noordelijke proefsleuf werden elf paalkuilen en één greppel aangetroffen. In de zuidelijke proefsleuf zijn verspreid over de proefsleuf meerdere handgevormde en besmeten aardewerkfragmenten aangetroffen. Acht van de elf paalkuilen dateren op basis van vorm, diepte, de scherpte van de begrenzing en de wijze van opvulling uit de Late Nieuwe tijd (vermoedelijk 20e eeuw). Het betreffen onderkanten van paalkuilen, mogelijk van een schuur. De andere drie paalkuilen zijn ouder. Door het ontbreken van vondstmateriaal in de sporen kon de datering ervan niet onomstotelijk worden vastgesteld. Het nabij aangetroffen besmeten aardewerk doet echter vermoeden dat de sporen uit de IJzertijd dateren. In het rapport zijn de sporen dan ook voorzichtig in deze periode gedateerd. Een andere datering van de paalkuilen kan echter niet worden uitgesloten. De greppel kon aan de hand van het onderzoek niet gedateerd worden. Deze dateert uit de late steentijd tot Nieuwe tijd.</p><p>De vindplaats ligt op de flank van een rivierduin. In tegenstelling tot de bodemkaart is in het rivierduinzand geen sprake van vlakvaaggronden, maar van hoge enkeerdgronden met eronder een dunne (en vrijwel intacte) podzol. De oorspronkelijk lagere ligging van het zuidelijk deel van het plangebied is af te leiden aan de hand van de diepteligging van de B-horizont. Deze is in werkput 1 (zuiden) ongeveer 40 cm dieper (op 6,5 m +NAP / 120 cm -Mv) aangetroffen dan in het noorden (werkput 2; op 6,9 m +NAP / 75 cm -Mv). Verder was in het vlak van werkput 1 sprake van een venige depressie. Ook deze kan alleen zijn ontstaan bij een lagere ligging.</p><p>De vindplaats (drie paalkuilen en verspreide vondsten) scoort voor wat betreft fysieke en inhoudelijke kwaliteit middelmatig. Door de combinatie van een (vrijwel) intacte bodemopbouw en op rij liggende sporen is sprake van een potentieel behoudenswaardige archeologische vindplaats.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2021-01-21



