five

Plangebied Eerdweg, gemeente Maasgouw. Archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (karterende fase)

收藏
DANS Data Station Archaeology2007-04-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XWQ-SZR3
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Op basis van het bureauonderzoek gelden voor het plangebied de volgende verwachtingen: hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van landbouwers, specifiek voor nederzettingen uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen; hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen van jager-verzamelaars; eventuele vindplaatsen bevinden zich voornamelijk aan het oppervlak of net daaronder; informatie over de interne structuur van mogelijke vindplaatsen van jagerverzamelaars zal als gevolg van landbouwkundige grondbewerkingen grotendeels verdwenen zijn; verwacht wordt dat er nog een goed inzicht kan worden verkregen in het voorkomen van structuren van mogelijke vindplaatsen van landbouwers. Tijdens het veldonderzoek is in het hele plangebied een radebrikgrond aangetroffen. In alle boringen is een Bt-horizont (B-horizont met inspoeling van klei) aangetroffen. De aanwezigheid van een Bt-horizont betekent dat een gedeelte van de oorspronkelijke radebrikgrond nog aanwezig is in het plangebied en dat er dus ook nog archeologische grondsporen voor kunnen komen. Aangezien deze Bt-horizont over het hele plateau bewaard is, kunnen er in het gehele plangebied nog grondsporen aanwezig zijn. Tijdens het booronderzoek werden 28 archeologische indicatoren aangetroffen. Alhoewel het handgevormde aardewerk niet nader te dateren is dan in de Prehistorie (Neolithicum t/m Romeinse tijd), dateren de meeste fragmenten waarschijnlijk uit de periode Late Bronstijd t/m Romeinse tijd (inheems aardewerk). Vanaf de Late Bronstijd ontstond een landbouwsysteem dat gebruik maakte van een relatief groot landbouwareaal, waarbij regelmatig nieuwe akkers (met nederzettingen) werden aangelegd en de uitgeputte akkers werden achtergelaten (zgn. ‘zwervende erven’). Vanaf de Late IJzertijd werd het bewoningspatroon min of meer gekenmerkt door plaatsvaste erven en kleine nederzettingen van enkele geclusterde erven (concentratie). Op basis van het handgevormd aardewerk wordt geconcludeerd dat het plangebied een soortgelijke bewoning heeft gekend in de Late Bronstijd-IJzertijd. Het is op basis van onderhavig onderzoek niet uitgesloten dat een middeleeuwse vindplaats in het plangebied aanwezig is. Aanbevelingen Tijdens het archeologisch onderzoek zijn in het plangebied scherven handgevormd aardewerk uit de Prehistorie en is middeleeuws aardewerk aangetroffen. Derhalve wordt aanbevolen deze vindplaats in situ te beschermen. Dit past ook in het beleid van de provincie Limburg aangaande archeologische monumenten. Indien de provincie Limburg in haar selectiebesluit anders beslist dan een bescherming in-situ, dient de kwaliteit (gaafheid en conservering), aard, datering, omvang en diepteligging van de vindplaats nader vastgesteld te worden door middel van proefsleuven. Proefsleuvenonderzoek heeft tot doel om nauwkeurige gegevens met betrekking tot de kwaliteit en kwantiteit van de archeologische sporen te verkrijgen. Hiervoor worden door middel van één of enkele proefsleuven archeologische sporen blootgelegd en opgetekend. Dergelijk onderzoek is vrij arbeidsintensief en dient ruim voor de planuitvoering plaats te vinden. Proefsleuvenonderzoek dient voldoende gegevens op te leveren om uitspraken te kunnen doen over de behoudenswaardigheid van de vindplaats. Op basis hiervan kunnen eventueel noodzakelijk beschermende maatregelen of beslissingen ten aanzien van een eventuele opgraving worden genomen. Voorafgaand aan het archeologisch proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen (PVE) te worden opgesteld waarin de precieze aard en locatie van de proefsleuven worden omschreven.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2007-05-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务