Roerdomptocht Zeewolde. Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van boringen en een veldverkenning in het kader van de verbreding van de Roerdomptocht, gemeente Zeewolde
收藏DANS Data Station Archaeology2007-07-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-239-6J4A
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van het Waterschap Zuiderzeeland heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie in juni 2007 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op de locatie Roerdomptocht te Zeewolde, gemeente Zeewolde. Het vooronderzoek is uitgevoerd in het kader van de aanleg van een natuurvriendelijke oever langs de Roerdomptocht ter hoogte van kavels Lz13, Lz14, Lz15 en Lz16. Over een traject van 2.000 meter wordt hiertoe de Roerdomptocht met 1,50 meter verbreed. De ontgronding zal tot een diepte van 6,30 m –NAP reiken, dat wil zeggen tot 10 cm onder het huidige waterpeil in de Roerdomptocht van 6,20 m –NAP. Op deze diepte wordt een natdras-strook van – in doorsnede – 30 cm breed gecreëerd. Deze strook zou het pleistoceen dekzand kunnen raken. Daarom heeft de provincie Flevoland een archeologisch vooronderzoek voorgeschreven.</p><p>Op de IKAW heeft het plangebied een lage tot hoge archeologische verwachting. In het zuidoostelijke deel van het plangebied is over een traject van circa 500 meter sprake van een hoge archeologische verwachting. Deze verwachting hangt vermoedelijk samen met een mogelijke zijarm van een fossiele stroomgeul van de Eem, die het plangebied ter hoogte van kavels Lz15 en Lz16 zou doorkruisen. Een middelhoge en hoge archeologische verwachting in het noordwestelijke deel van het plangebied, ter hoogte van kavel Lz13, houdt eveneens verband met een andere mogelijke zijarm van deze fossiele geul. Uit het plangebied zijn geen archeologische vondsten en waarnemingen bekend. De lage verwachting voor het tussenliggende gebied is gebaseerd op de aanwezigheid van een reliëfarme denkzandvlakte.</p><p>Het vooronderzoek omvatte een Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO). Het doel van het archeologisch onderzoek was vast te stellen welke kans er bestaat dat in het plangebied archeologische en/of cultuurhistorische resten aanwezig zijn die door de ontgronding verstoord dreigen te worden en, indien aanwezig, wat de waarde hiervan is in termen van beleving, fysieke en inhoudelijke kwaliteit. Het onderzoek bestond uit een archeologische en een fysisch-geografische component. Tijdens het bureauonderzoek zijn alle bekende archeologische vondsten en vondstcomplexen in de directe omgeving van het plangebied geïnventariseerd. Via een literatuurstudie is een reconstructie gemaakt van de geologie, geomorfologie en bodemopbouw van het plangebied en de directe omgeving. Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat getoetst en aangevuld is met verkennende boringen.</p><p>Uit het Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase (IVO-verkennende fase) blijkt dat het dekzand in het plangebied tussen 7,48 en 6,90 m –NAP ligt, waarbij de top van het pleistoceen dekzand in het zuidoostelijke deel van het plangebied tot op de C-horizont is geërodeerd (boringen 1 en 2). De top van het pleistoceen dekzand in het noordwestelijke deel van het plangebied is in ieder geval gedeeltelijk aangetast (boring 4). Ook zijn er geen archeologische indicatoren tijdens het booronderzoek aangetroffen en zijn er uit het plangebied geen archeologische waarnemingen of vondstmeldingen bekend. Daarom moet de archeologische verwachting in het zuidoostelijk deel van het plangebied naar beneden worden bijgesteld, namelijk naar een lage archeologische verwachting. De archeologische verwachting in het noordwestelijk deel van het plangebied moet ook naar beneden worden bijgesteld, namelijk naar een lage tot hooguit middelhoge archeologische verwachting.</p><p>De conclusie is (1) dat de maximale diepte van de ontgronding ten minste 50 cm boven de top van het pleistoceen dekzand blijft en (2) dat de top van het dekzand in het zuidoostelijke deel van het plangebied volledig en in het noordwestelijke deel in ieder geval gedeeltelijk is geërodeerd. Op basis hiervan bestaat volgens Vestigia geen aanleiding voor verder archeologisch onderzoek of aanvullende behoudsmaatregelen. De voorgenomen ingrepen vormen ook geen bedreiging voor de aanwezige cultuurhistorische waarden.</p>
提供机构:
Vestigia b.v.
创建时间:
2007-07-25



