Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend en Karterend Booronderzoek Archeologie Plangebied ’t Hart van Loil te Loil, gemeente Montferland
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xyy-n2en
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een archeologisch bureauonderzoek, bouwdossieronderzoek en verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd in verband met de nieuwbouw van vier twee onder een kap woningen op het terrein aan de Welhseweg te Loil. Hiervoor wordt de huidige bebouwing gesloopt. De toekomstige verstoringsdiepte is nog niet bekend, maar zal zeker 80 cm-mv bedragen. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 6.040 m².Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan ‘Kernen gemeente Montferland (2016)’ in een zone met dubbelbestemming Waarde – Archeologische verwachting 3. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij bodemingrepen groter dan 250 m² en dieper dan 30 cm-mv. Op de beleidskaart Archeologie, Kaartblad 5 west, van de gemeente Montferland wordt ter plaatse van het plangebied een gebied weergegeven met een middelmatige en hoge archeologische verwachting. Volgens het vigerende beleid van de gemeente Montferland geldt voor een dergelijke zone een onderzoeksverplichting bij plangebieden groter dan 250 m² en bij bodemingrepen dieper dan 30 cm-mv.Conclusie bureauonderzoek Het plangebied is volgens de bodemkaart mogelijk gelegen op de flank van een dekzandrug, op dekzandwelvingen of op een vlakte van ten delen verspoelde dekzanden. Binnen het plangebied is volgens de bodemkaart een beekeerdgrond ontwikkeld. Op basis van de verzamelde gegevens lijkt het plangebied op een overgangszone te liggen tussen de hoger gelegen dekzandrug en de lager gelegen dekzandvlakten. Dit soort overgangsgebieden krijgen doorgaans een gematigde archeologische verwachting. Vanaf de IJzertijd kan bewoning op kleine schaal op deze transitiezones plaats hebben gevonden. Vanaf de Volle Middeleeuwen worden deze delen in het landschap als kampen ontgonnen. In het zuidelijk deel van het plangebied is mogelijk sprake van een dun plaggendek (30 cm dik). Op de kadastrale minuut uit 1811-1832 is binnen het noordwestelijk deel van het plangebied bebouwing waargenomen. Deze bebouwing is rond 1920 afgebroken. Resten van deze historische bebouwing kunnen nog steeds in de ondergrond aanwezig zijn. Voor de IJzertijd tot de Late Middeleeuwen geldt een middelhoge archeologische verwachting. Vanaf de Late Middeleeuwen geldt door de aanwezigheid van historische bebouwing binnen het plangebied een hoge archeologische verwachting.In het oostelijk deel van het plangebied is momenteel bebouwing aanwezig (dorpshuis), welke wordt gesloopt in het kader van de toekomstige ontwikkeling van het terrein. Uit het bouwdossieronderzoek is duidelijk geworden dat dit gebouw verschillende aanbouwen en een verbouwing heeft ondergaan. Onder de aanbouwen van het gebouw is sprake van een fundering op poeren van 0,68 m-mv tot 0,9 m-mv. Onder het gebouw is sprake van een fundering van gewapend beton die tot 1,2 m-mv is aangelegd.Binnen het plangebied worden archeologische waarden direct onder het maaiveld verwacht. Ter plaatse van de huidige bebouwing is de bodem door de aangelegde fundering dan ook reeds tot in de archeologisch relevante niveaus verstoord. Binnen het onbebouwde deel van het plangebied kunnen nog wel intacte archeologische relevante niveaus aanwezig zijn. Tijdens het bureauonderzoek werd verwacht dat binnen het plangebied een beekeerdgrond aanwezig zou zijn, welke gesitueerd zou zijn op dekzand, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Tevens werd verwacht dat in het zuidelijk deel van het plangebied een dun plaggendek van maximaal 30 cm dik kon zijn ontwikkeld.Tijdens het verkennend booronderzoek is geen beekeerdgrond aangetroffen, maar in de drie zuidelijk gelegen boringen wel een intacte hoge bruine enkeerdgrond aangetroffen. Deze eerdlaag is met een dikte van minimaal 40 cm dikker dan werd verwacht. De aangetroffen eerdlaag gaat geleidelijk over in dekzand, behorend tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. Voor het plangebied gold een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische vindplaatsen vanaf de IJzertijd en een hoge verwachting op vondsten vanaf de Late Middeleeuwen. Archeologisch vondstmateriaal is niet aangetroffen in de boringen. Het verkennend booronderzoek heeft echter niet het doel vindplaatsen vast te stellen, maar om de intactheid van de bodem te onderzoeken. De resultaten uit het bureauonderzoek komen niet geheel overeen met de aangetroffen situatie tijdens het booronderzoek. De archeologische verwachting wordt bijgesteld naar hoog voor de periode vanaf de IJzertijd door de aanwezigheid van een afdekkende eerdlaag.Tijdens het karterend booronderzoek is in twee van de zes boringen (6 en 10) een intact profiel aangetroffen, en in boring 7 is onder de eerdlaag (A1-horizont) een mogelijke oude sloot aangetroffen (A2-horizont). Het fragment steengoed dat hierin aangetroffen is, dateert de sloot in de 19e eeuw. De eerdlaag in boring 6 en 10 gaat op 70 cm-mv geleidelijk over in het onderliggende natuurlijke dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden). In boring 7 gaat de eerdlaag op 70 cm-mv scherp over in de mogelijke oude sloot, welke op 135 cm-mv scherp overgaat in het dekzand. De eerdlaag heeft een dikte van 35 à 40 centimeter. In de overige boringen (8, 9 en 11) is sprake van een verstoord bodemprofiel. De verstoorde lagen gaan respectievelijk op 75 cm-mv, 60 cm-mv en 70 cm-mv scherp over in de natuurlijke ondergrond.Selectieadvies Tijdens het karterend booronderzoek zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het plangebied. Hamaland Advies acht vervolgonderzoek daarom niet noodzakelijk en adviseert om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkelingen. De kans dat met de geplande bodemingrepen archeologische waarden verloren gaan, wordt gering geacht.Selectiebesluit Gemeente Montferland heeft de resultaten van het karterend booronderzoek op 9 maart 2020 getoetst. De gemeente is akkoord met het selectieadvies. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De dubbelbestemming Waarde – Archeologie voor het plangebied kan komen te vervallen.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar voor de gemeente Montferland (mevrouw A. Zonneveld) hierover direct te informeren.
创建时间:
2024-01-31



