five

Sluis Burgemeester Aernoudtsweg Sluis Burgemeester Aernoudtsweg. Gemeente Sluis. Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen

收藏
DANS Data Station Archaeology2020-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XSZ-DCBX
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Aan de Burgemeester Aernoudtsweg en het Groenevelt is de realisatie van fase 2 van het woonpark Groenevelt voorzien. Binnen het plan worden 36 nieuwbouwwoningen voorzien met de aanleg van bijbehorende infrastructuur en nutsvoorzieningen. Het Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek door middel van verkennende boringen is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging.</p><p>Op basis van de beschikbare aardwetenschappelijke, archeologische en historische gegevens is in het archeologisch bureauonderzoek een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel opgesteld waarin het archeologisch potentieel van het plangebied is uiteengezet. Het verwachtingsmodel is getoetst middels 11 verkennende boringen, gelijkmatig verspreid binnen het plangebied. Initieel waren 10 boringen voorzien. Door de aanwezigheid van veel recent puin in de bodem konden echter vier boringen (nr. 5, 8, 9 en 10) niet tot de gewenste diepte worden doorgezet. Zodoende is ter plaatse van boring 8 een extra boring (nr. 11) geplaatst om zo in het noordelijk deel van het plangebied de bodemopbouw te bepalen.</p><p>Met het booronderzoek is vastgesteld dat het pleistocene dekzand (Laagpakket van Wierden) gelegen is op een diepte vanaf 1,09 m -NAP en dieper (vanaf 2,80 m -mv). De top van het dekzand is intact aangetroffen, waarmee de archeologische verwachting voor dit niveau (vroege prehistorie) behouden blijft op een middelhoge verwachting. De top van het op het dekzand gelegen Hollandveen Laagpakket is aangetroffen op een diepte tussen 0,60 en 0,96 m -NAP (2,25 – 2,60 m -mv). De geringe dikte van het pakket veen en de erosieve overgang naar de bovengelegen afzettingen zijn duidelijke aanwijzingen dat de veentop is geërodeerd door mariene invloeden. De verwachting die gold voor dit niveau, voor het aantreffen van vindplaatsen uit de IJzertijd en Romeinse Tijd, komt daarmee te vervallen. Voor de Vroege Middeleeuwen blijft de verwachting onveranderd (lage verwachting).</p><p>Boven het veen bevinden zich mariene afzettingen behorende tot het Laagpakket van Walcheren, afgezet in de post-Romeinse Tijd waarin het gebied een onbedijkt slikken- en schorrenlandschap was. Uitsluitend in boring 2 en 4 zijn deze afzettingen nog intact, hoewel in de top wel bioturbatie is opgetreden. In de overige boringen die voldoende konden worden doorgezet, uitgezonderd boring 7, zijn bodemverstoringen waargenomen als gevolg van de bouw (1907) en sloop (1991) van het voormalige internaat. Dit blijkt uit de aangetroffen verstoorde/opgebrachte kleipakketten met daarin veel recent baksteenpuin en soms beton, mortel, sintels en kiezels. Deze verstoringen reiken tot een diepte van minimaal 0,50 tot maximaal 1,75 m -mv. Daar waar de boringen zijn gestuit op ondoordringbare puinlagen (boring 5, 8 en 9) kunnen deze verstoringen eveneens worden verwacht. Ter plaatse van boring 10 is een oude rioolbuis in de ondergrond aanwezig op een diepte van 0,95 m -mv.</p><p>Boring 7, gezet in het oostelijk deel van het plangebied, behoeft extra aandacht. Deze locatie is ten oosten van het voormalige internaatcomplex gelegen. Beneden de bouwvoor (0,35 m -mv, 1,36 m +NAP) is een oud oppervlak aangetroffen; mogelijk gaat het om een cultuurlaag. Daaronder, tussen 0,85 en 1,10 m -mv (0,86 – 0,61 m +NAP) zijn in een verspitte/ verploegde kleilaag veel verbrande resten zachte baksteen gevonden die kunnen wijzen op de aanwezigheid van een baksteenoven (veldoven) uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd. Het betreft duidelijk oudere baksteen dan de elders in grote hoeveelheden aanwezige recente baksteenresten. In dit deel van het plangebied geldt dan ook een hoge verwachting op de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Gelet op de waargenomen verstoringen in de ondergrond en het ontbreken van aanwijzingen voor vindplaatsen, geldt in de overige delen van het plangebied alleen nog een lage verwachting voor de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd.</p>
提供机构:
Artefact! Advies en Onderzoek in Erfgoed
创建时间:
2020-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务