five

Plangebied Toerit N271 te Gennep, gemeente Gennep; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-12-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XY3-89K4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Aanleiding<br>In opdracht van Molvares Nederland BV heeft RAAP in november 2019 een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Toerit N271 te Gennep in de gemeente Gennep.</p><p>Landschap<br>Het plangebied behoort tot het zogenaamde laat-glaciale terrassenlandschap van de Maas. In het plangebied komen terrasafzettingen uit het Allerød en de Late Dryas voor. Tijdens het nog vrij koele en droge begin van het Holoceen zijn delen van deze Maasterrassen bedekt door dekzand waarin van nature podzolgronden en vorstvaaggronden voorkomen. Sinds de late middeleeuwen zijn deze bodems in het plangebied afgedekt door een dik humeus pakket waardoor hoge enkeerdgronden (esdek) zijn gevormd. Direct ten westen bevindt zich het laagste deel van het Maasterrassen-landschap, namelijk de holocene riviervlakte met de huidige Maasbedding. In het holocene rivierdal heeft de Maas in het holoceen nog rivierklei afgezet. Hier komen dan ook ooivaaggronden (lichte zavel en klei) voor.</p><p>Archeologie & historie<br>In het plangebied zijn geen archeologische resten bekend. In de directe omgeving (straal 500 m) zijn vondsten bekend uit de Steentijd, Prehistorie, Romeinse Tijd, Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Vooral een terrein ten noorden van het plangebied is zeer vondstrijk en heeft een vrijwel identieke geomorfologische ligging heeft als het plangebied (overgang naar holocene riviervlakte).</p><p>Op de historische kaarten is uit het grondgebruik zichtbaar dat het plangebied lag op de overgang van de hoger gelegen terrassen (akkergronden) naar het holocene Maasdal (weidegebied). De weidegronden bevonden zich direct ten westen van het plangebied. De huidige inrichting van het landschap krijgt vooral vorm vanaf de 2e helft van de 20e eeuw. In de jaren ’70 werd de N271 doorheen het plangebied aangelegd. Het plangebied behoort meer specifiek tot een toerit van deze weg. Bij het aanleggen van de weg en toerit hebben in het plangebied diverse ingrepen plaatsgevonden. Zo kan op basis van de zogenaamde rivierkaart afgeleid worden dat het oorspronkelijk maaiveld in het plangebied op 11.2 m tot 11.3 m +NAP lag. Bijgevolg is een dik ophoogpakket van minstens 215 cm dikte aangebracht.</p><p>Er geldt voor het plangebied een hoge verwachting voor vindplaatsen (kampementen) van jager-verzamelaars uit het laat paleolithicum en mesolithicum en landbouwers uit de periode prehistorie tot en met late middeleeuwen. Door de aanwezigheid van een esdek en de ophoging uit de 2e helft van de 20e eeuw kunnen deze vindplaatsen goed bewaard zijn gebleven. Door de ophogingspakketten bevinden eventuele vindplaatsen zich echter op een dieper niveau dan de diepte (ca. 1 m –Mv) van de geplande bodemingrepen .</p><p>Advies<br>Omdat er niet verwacht wordt dat de geplande bodemingrepen tot significante aantasting van eventuele archeologische resten zal leiden, wordt verder onderzoek niet nodig geacht. Wel wordt geadviseerd de omvang en vooral de diepte van de geplande bodemingrepen zoveel mogelijk te beperken opdat de verstoringsoppervlakte tot een minimum beperkt blijft en eventuele archeologische vindplaatsen nog beschermd blijven door een ophoogpakket.</p><p>Concreet mogen graafwerkzaamheden niet dieper gaan dan 11.5 m +NAP (hoogte oorspronkelijk maaiveld + buffer van 20 cm), dit is bij de voorgenomen ingrepen niet het geval. Indien er tijdens de bodemingrepen toch resten (zoals scherven) aan het licht zouden komen, dient de gemeente onmiddellijk te worden ingelicht en in onderling overleg besloten te worden hoe met de resten om te gaan en hoe verder te werken.</p>
提供机构:
RAAP
创建时间:
2019-12-16
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务