Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Ringweg 28 te Beltrum, gemeente Berkelland
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xqz-a3gj
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Loon- en grondverzetbedrijf Groot Zevert B.V. een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd in verband met de sloop en aanleg van twee nieuwe loodsen aan de Ringweg 28 te Beltrum. Deze loodsen worden aangelegd op een fundering van betonpoeren waarvoor de bodem tot 70 cm-mv wordt ontgraven. De totale oppervlakte van het plangebied bedraagt 5.927 m².Het plangebied ligt volgens het bestemmingsplan ‘Buitengebied Berkelland’ in een zone met een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 3, 4 en 6. Bij waarde 3 is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij plangebieden groter dan 5.000 m² en bij bodemingrepen dieper dan 0,3 m-mv. Bij waarde 4 is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij plangebieden groter dan 250 m² en dieper dan 0,3 m-mv. Bij waarde 6 is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij plangebieden groter dan 250 m² en dieper dan 0,4 m-mv. Op de verwachtingskaart archeologie, Kaartblad 5, van de gemeente Berkelland ligt het plangebied binnen drie verwachtingszones. Het noordelijk deel van het plangebied heeft een hoge verwachting, het zuidelijk deel een lage verwachting en het oostelijk deel geen verwachting doordat er sprake is geweest van ontgraving. Het noordelijk deel van het plangebied ligt tevens binnen de attentiezone van een historische boerderij.Conclusie bureauonderzoek Het plangebied is in het zuiden gelegen binnen een dalvormige laagte en in het noorden binnen welvingen in sneeuwsmeltwaterafzettingen. Binnen het plangebied is mogelijk een beekeerdgrond ontwikkeld die volgens de gemeentelijke verwachtingskaart in de Middeleeuwen mogelijk is afgedekt met een dun plaggendek (30-50 cm dik). Het plangebied ligt binnen de attentiezone van het historische erf Roordink, welke in het noorden gesitueerd is. In het zuiden is de Groenlosche Slinge gelegen. Het noordelijk deel heeft een middelhoge verwachting op archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum tot de Vroege Middeleeuwen. De Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd krijgen een lage verwachting. Het plangebied maakte toentertijd deel uit van een heidegebied, waar binnen het plangebied geen bebouwing is waargenomen. Het zuidelijk deel van het plangebied heeft een lage verwachting op resten uit alle perioden wegens de ligging binnen een natgebied. Hierbij moet wel vermeld worden dat natte gebieden langs beken veelal een lage verwachting krijgen, maar hier kunnen specifieke archeologische resten worden verwacht, zoals: rituele deposities, afvaldumps, voorden, bruggen, steigers, watermolens en gegraven waterwerken.Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat de middelhoge archeologische verwachting voor het plangebied niet gerechtvaardigd is. Binnen het plangebied zijn geen beekeerdgronden aangetroffen die op basis van het bureauonderzoek wel werden verwacht. Op basis van boring 3, waarin een geroerde B/C-horizont werd aangetroffen, kan gesteld worden dat de oorspronkelijke bodem binnen het plangebied vermoedelijk bestond uit een veldpodzol. De boden is subrecent tot in de C-horizont verstoord. In de boringen zijn geen archeologisch waardevolle lagen of archeologische indicatoren aangetroffen. De kans op de aanwezigheid van intacte archeologische vindplaatsen binnen het plangebied is nihil. De archeologische verwachting voor het plangebied op de beleidsadvieskaart kan daarom bijgesteld worden naar laag met als indicatie ‘verstoord’.Selectieadvies Alle boringen zijn tot in de C-horizont verstoord. Daarnaast zijn in de boringen geen archeologisch waardevolle lagen of indicatoren aangetroffen. Eventuele aanwezige archeologische resten zijn binnen het plangebied reeds verstoord. Hamaland advies adviseert dan ook om geen vervolgonderzoek uit te laten voeren binnen het plangebied.Selectiebesluit Het rapport en het selectieadvies zijn op 17 februari 2020 beoordeeld door de gemeente Berkelland en diens archeologisch adviseur (mw. A. Lugtigheid van de ODA). Zij hebben de resultaten en aanbevelingen uit deze rapportage op 17 februari 2020 onderschreven. (Zaaknummer 2020EA0067).Mevrouw. A. Lugtigheid stemt in met het advies van Hamaland wat betreft de conclusie dat uit het archeologisch booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de natuurlijke ondergrond verstoord is. Vondsten of andere archeologische indicatoren zijn niet aangetroffen. De kans is daarom minimaal dat er een archeologische vindplaats op de locatie aanwezig is. Een archeologisch vervolgonderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Dit is goed in de ruimtelijke onderbouwing verwoord.Mevrouw A. Lugtigheid adviseert de gemeente Berkelland om met dit advies in te stemmen.Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (Erfgoedwet 1-7-2016, art. 5.10 en 5.11) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed te Amersfoort en bij de gemeente Berkelland (mw. A. Lugtigheid van de ODA).Ook wordt geadviseerd om de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Berkelland (de heer R. Oostendorp) hierover direct te informeren.
创建时间:
2024-01-31



