Transect-rapport 3084: Een Archeologisch Inventariserend Veldonderzoek door middel van Proefsleuven (IVO-P), karterende en waarderende fase. Utrecht, Deken Roesstraat 13 (gemeente Utrecht).
收藏DANS Data Station Archaeology2021-03-17 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2XG-HP7H
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In september 2020 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan Deken Roesstraat 13 te Utrecht (gemeente Utrecht). De oppervlakte van het plangebied is ongeveer 1380 m2.</p><p>De aanleiding voor het onderzoek was de transformatie van het huidige klooster naar een appartementencomplex. Hiertoe wordt onder het bestaande gebouw een souterrain aangelegd, wordt een bestaande veranda gesloopt en wordt een nieuwe uitbouw gerealiseerd. Tevens wordt een talud gegraven (82 m2). Ten behoeve van de bereikbaarheid van het terrein voor bouwverkeer werd aan de noordzijde van het terrein een onderdoorgang onder de huidige bebouwing door gegraven. Hiervoor vonden graafwerkzaamheden plaats tot een diepte van circa 2,0 m -Mv. Voor deze ontwikkelingen is een omgevingsvergunning benodigd.</p><p>Op basis van het eerder uitgevoerde bureau- en booronderzoek heeft de bevoegde overheid (gemeente Utrecht) besloten dat een vervolgonderzoek moet worden uitgevoerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek op de plaats waar het talud wordt gegraven, met mogelijke doorstart naar een opgraving bij het aantreffen van menselijk botmateriaal. De graafwerkzaamheden voor het souterrain, de onderdoorgang en de veranda zijn vrijgegeven.</p><p>Bij het proefsleuvenonderzoek zijn vier werkputten aangelegd met een gezamenlijke oppervlakte van 11,6 m2 (ofwel circa 14,1% van het plangebied). Over alle werkputten zijn verspreidde resten van het 19e-eeuwse Kerkhof Buiten Wittevrouwe aangetroffen: het oudste katholieke kerkhof van Utrecht. Het meeste menselijk botmateriaal bevond zich in het midden van het onderzoeksgebied (werkputten 2-3). De insteek van de grafkuilen was, door ruimingsactiviteiten niet meer te zien. Ook bevonden zich in het plangebied geen skeletten of skeletdelen meer in anatomisch verband.</p><p>Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat het kerkhof vrij onzorgvuldig geruimd is. Hierdoor is verspreid botmateriaal in de bodem achtergebleven. Het botmateriaal bevindt zich met name op een diepte tussen 150/175 cm -Mv (1,13-1,38 m +NAP) en 240/270 cm -Mv (0,43-0,23 m +NAP). Ook is na de ruiming waarschijnlijk botmateriaal aan maaiveld blijven liggen. Dit botmateriaal is in een later stadium terecht gekomen in een antropogene ophogingslaag, die tegenwoordig ligt op een diepte van 60-70 cm -Mv.</p><p>Behalve het menselijk botmateriaal was het vondstassemblage zeer divers. Het bestond uit dierlijk botmateriaal van varken, keramisch bouwmateriaal (baksteen en dakpan), aardewerk en kleipijpaardewerk, ijzeren nagels, een loden gewichtje en vensterglas. Een deel van het materiaal is met grond van elders aangevoerd, toen het Kerkhof Buiten Wittevrouwe is aangelegd (dierlijk botmateriaal, keramisch bouwmateriaal, vensterglas). Volgens historische bronnen is bij de aanleg van het kerkhof een zandpakket in het terrein opgebracht. Dit zou er mede voor gezorgd hebben dat het degradatieproces is versneld. Het zand is mogelijk afkomstig van de zandvlaktes, -welvingen en dekzandruggen ten oosten van Utrecht. Een ander deel van het vondstmateriaal zal in het plangebied zijn terecht gekomen ten gevolge van het gebruik als kerkhof (menselijk botmateriaal en mogelijk kleipijpaardewerk en ijzeren nagels). Weer een ander deel van het vondstmateriaal is het resultaat van de ruimingsactiviteiten in het terrein.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2021-03-05



