Bosscheweg en Duinweg e.o. te Drunen, gemeente Heusden
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BWH161
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in juni 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Bosscheweg en Duinweg e.o. te Drunen (afb. 1 en afb. 2). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen van nieuwe persleidingen en gemalen. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld: Noordelijk deel Het noordelijk deel van het plangebied is gedeeltelijk gelegen op een hoger gelegen dekzandrug en lager gelegen verspoelde dekzanden, die later mogelijk zijn overdekt door veen. De dekzandrug vormde een hoger gelegen gebied dat een interessante verblijfslocatie vormde. Jagers en verzamelaars uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum plaatsten over het algemeen hun jachtkampen op de flanken van hoger gelegen locaties, nabij water. Archeologische resten kunnen bestaan uit een vondstrooiing van vuurteenfragmenten, houtskool, natuursteen en grondsporen (met name haardkuilen). Voor deze perioden geldt een hoge verwachting. Vanaf het Neolithicum vind een geleidelijke overgang plaats van het jagen en verzamelen naar het boeren bestaan. Tijdens deze periode blijft men nog steeds gebonden aan de hoger gelegen delen. Dit wordt bevestigd door de vondsten uit deze periode, die rondom het plangebied zijn gedaan. Voor het aantreffen van archeologische resten uit het Neolithicum geldt dus ook een hoge archeologische verwachting. Een eventuele Neolithische vindplaats zal bestaan uit een niveau met grondsporen en bij goede conservering uit een archeologische laag, die zich zal manifesteren in vuursteenfragmenten, houtskool, natuursteen en aardewerkfragmenten. Voor de archeologische resten uit de Bronstijd tot en met de Vroege Middeleeuwen geldt een middelhoge verwachting. Een vindplaats uit deze perioden zal waarschijnlijk bestaan uit een niveau met grondsporen en bij goede conservering uit een archeologische laag, die zich zal manifesteren in vuursteenfragmenten, houtskool, natuursteen en aardewerkfragmenten. Resten uit het Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen worden verwacht onder de bouwvoor of een eventueel onderliggend plaggendek(restant), vermoedelijk vanaf 30-50 cm -mv. Plaatselijk kunnen veenrestanten aanwezig zijn. Archeologische resten zullen ter plaatse van de hoge enkeerdgronden vanaf ca. 50 cm-mv worden verwacht. Het plaggendek heeft een beschermende werking van de archeologische resten. Hierdoor kunnen eventuele archeologische resten goed bewaard zijn gebleven. Voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een lage tot middelhoge verwachting. Het westelijk deel van het noordelijk deelgebied was onderdeel van het bebouwingslint, maar bevindt zich historisch gezien enkel ter hoogte van wegen. Het overige deel heeft voornamelijk deel uitgemaakt van landwegen en bouwland. In beide delen zijn op de kadastrale minuut geen gebouwen gelegen buiten de huidige rooilijnen. Eventuele archeologische resten hiervan kunnen bestaan uit een cultuurlaag, grondsporen, aardwerkfragmenten, baksteen, houtskool en gebruiksvoorwerpen. Deze resten kunnen direct onder het maaiveld worden verwacht. Zuidelijk deel Het zuidelijk deel van het plangebied is gedeeltelijk gelegen op dekzandwelvingen, verspoelde dekzanden, een opgehoogd terrein en op een vlakte ontstaan door afgraving en egalisatie.- Enkel het uiterste noorden, ter hoogte van het huidige dorp, ligt waarschijnlijk op een dekzandrug. Voor de zones waar de dekzandwelvingen en -rug worden verwacht geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting voor de perioden Laat-Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen, zoals ook in het noordelijk deelgebied. Voor de overige zones geldt een lage verwachting voor deze perioden (conform de afwezigheid van een dubbelbestemming). De archeologische resten van het Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen worden direct onder de bouwvoor verwacht, vermoedelijk vanaf 30-50 cm -mv. Dit omdat in het plangebied veldpodzolgronden en gooreerdgronden worden verwacht, geen plaggendek. Plaatselijk kunnen veenrestanten aanwezig zijn. Voor archeologische resten uit de Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd geldt een lage tot middelhoge verwachting. Het plangebied heeft voornamelijk deel uitgemaakt van landwegen en bouwland. Er zijn op de kadastrale minuut geen gebouwen gelegen buiten de huidige rooilijnen. Eventuele archeologische resten hiervan kunnen bestaan uit een cultuurlaag, grondsporen, aardwerkfragmenten, baksteen, houtskool en gebruiksvoorwerpen. Deze resten kunnen direct onder het maaiveld worden verwacht. Een uitzondering hierop is het gedeelte van het plangebied ter hoogte van de dijk, aan de zuidzijde van het huidige dorp. De dijk gaat terug tot de Middeleeuwen en kent mogelijk meerdere wielen en fasen van dijkversterking. Dit gedeelte van het plangebied heeft daarom een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Tot slot geldt voor de oostelijke zone van het zuidelijk deel (ter hoogte van het gemaal bij de Roeivijver) van het plangebied een lage archeologische verwachting voor alle perioden (cf. de afwezigheid van een dubbelbestemming). Dit omdat volgens de geomorfologische kaart de grond hier is afgegraven. Hierdoor zijn mogelijke archeologische resten verstoord. Grote gedeelten van het plangebied liggen dus zowel van oudsher als tegenwoordig ter hoogte van wegen. Het jarenlang gebruik als weg en de tegenwoordige verharding en het leidingwerk zullen er hoogstwaarschijnlijk voor gezorgd hebben dat eventuele archeologische resten onder de wegen geheel of grotendeels verstoord zijn. Bovendien zijn er geen concrete aanwijzingen voor een vindplaats of bouw archeologische resten binnen de rooilijnen. Daarbij bestaan de geplande werken voornamelijk uit een smalle sleuf, met uitzondering van een gemaal, die eveneens een beperkt oppervlakte zal hebben. Zelfs als er nog archeologische resten aanwezig zijn, dan is het te onderzoeken oppervlakte dermate klein dat hoogstwaarschijnlijk alleen geïsoleerde spoorrestanten aangetroffen zullen worden, waarvan de informatiewaarde zeer beperkt zal zijn. Daarom wordt geadviseerd deze gedeelten van het plangebied vrij te geven voor de geplande werken. Uitzondering hierop vormen twee zones (afb. 16). Ten eerste, de zone rondom de Drunensche dijk, waar de geplande werken mogelijk het dijklichaam (verder) gaan verstoren, en waar zelfs archeologisch onderzoek met een bescheiden oppervlakte kenniswinst kan opleveren met betrekking tot de opbouw en fasering van de dijk. Ten tweede, de zone rondom het gemaal aan de Duinweg, op de hoger gelegen dekzandwelvingen. Deze zone heeft vanwege de hogere ligging een hoge verwachting en kent vanwege de ligging in het buitengebied, gedeeltelijk buiten wegen, mogelijk een betere conservering. Daarnaast zal hier een groter aaneengesloten oppervlakte worden ontwikkeld, vanwege het gemaal en aansluitende riolering. Om de kans op de aanwezigheid van archeologische resten in deze twee zones te bepalen is vooral het verwerven van inzicht in de bodemopbouw en de mate van intactheid daarvan van belang. Geadviseerd wordt daarom een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uit te voeren. Uit de resultaten van het verkennend booronderzoek blijkt dat in het plangebied een begraven pleistoceen landschap aanwezig is, bestaande uit dekzand. Het dekzand is relatief laaggelegen, daar het, in zone 1 (boringen 1 t/m 4) tot veldpodzolgronden kan worden gerekend, en in zone 2 (boringen 5 t/m 8) tot gooreerdgronden. In zone 1 is in de top van het dekzand een gedeeltelijk intact podzolprofiel aanwezig. Vanwege de ligging van een hoger gelegen deel naar een lagergelegen deel blijft hier de archeologische verwachting behouden voor de perioden Laat-Paleolithicum tot met de Vroege Middeleeuwen. Daarnaast kunnen er ook archeologische resten worden verwacht daterend uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd die betrekking hebben op agrarische activiteiten. Voor zone 2 is het dekzand dermate laaggelegen dat hier een lage archeologische verwachting voor geldt. In zone 1 wordt het dekzand afgedekt door de bouwvoor en in zone 2 door een opgebracht zandpakket. Een deel van het opgebrachte zandpakket maakt onderdeel uit van de Heidijk. Vanwege het aanwezige uniforme pakket en het recentelijk puin wordt er aangenomen dat dit deel van de dijk recentelijk is opgebracht, tijdens de aanleg van de woonwijk.
创建时间:
2024-01-31



