Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (4820.001) Het Hoogt van Het Kruis 4 te Hilversum
收藏DANS Data Station Archaeology2019-09-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-24R-RM9X
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Gespecificeerde archeologische verwachting<br>Vanuit het bureauonderzoek is de verwachting middelhoog voor de perioden Laat-Paleolithicum t/m Midden-Neolithicum (Jagers-Verzamelaars) en de perioden Middeleeuwen – Nieuwe tijd en hoog voor de perioden Laat-Neolithicum t/m Romeinse tijd (Landbouwers). Het plangebied ligt namelijk op de overgang van een relatief hoog naar een lager gelegen deel van de stuwwal, en had daarmee een gunstige ligging voor zowel Jagers-Verzamelaars als voor Landbouwers. In de omgeving van het plangebied zijn alleen resten en/of sporen bekend van Landbouwers, waarbij verder ten zuiden van het plangebied meerdere grafheuvelcomplexen bekend zijn uit het Laat-Neolithicum tot de Bronstijd. De bekende waarden uit de periode Late-Middeleeuwen - Nieuwe tijd liggen grotendeels binnen de historische kern van Hilversum, op grotere afstand ten noorden van het plangebied. Het plangebied heeft juist voor langere tijd deel uitgemaakt van een uitgestrekt agrarisch buitengebied met akkerlanden ten zuiden van de kern van Hilversum, de Zuidereng. Ter plaatse van het plangebied is in de tweede helft van de 19e eeuw een woning/villa gebouwd, waar vervolgens rond 1920 sloop en nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Deze villa is recentelijk gesloopt, waarbij tevens de ondergrondse delen zijn verwijderd.</p><p>Resultaten inventariserend veldonderzoek<br>De resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase direct gecombineerd met de karterende fase) bevestigd de ligging op de stuwwal, echter ter plaatse van het plangebied zijn de gestuwde afzettingen ook nog bedekt met dekzandafzettingen. In het mineralogisch armere dekzand is van nature een haarpodzolprofiel tot ontwikkeling gekomen, waarop ten behoeve van agrarisch gebruik een plaggendek is aangebracht. Door bodemverstorende ingrepen is de aanwezige bodemopbouw binnen het gehele plangebied verstoord tot voorbij het archeologisch potentiële niveau. Qua verstoringsdiepte is nog wel een verschil op te merken tussen de zuidelijke en noordelijke helft van het plangebied. In de zuidelijke helft van het plangebied reiken verstoringen tot circa 120 cm -mv en is in verstoorde context nog wel een restant van het plaggendek en de haarpodzolbodem zichtbaar die recentelijk nog zijn omgewerkt. In de zuidelijke helft van het plangebied hebben veel diepere verstoringen plaatsgevonden tot minimaal 170 en maximaal 270 cm -mv. De verstoringen zijn zeer waarschijnlijk het gevolg van de recente sloop van de voormalige villa, inclusief het verwijderen van de ondergrondse delen).</p><p>Antropogeen materiaal is alleen aangetroffen in het geroerde/verstoorde deel van de bodemopbouw en bestaat uit alleen resten recent beton- en baksteenpuin en plastic. Deze resten zijn vanuit archeologisch oogpunt niet relevant. Onder het verstoringsniveau zijn in géén van de boringen archeologische resten aangetroffen. </p><p>Conclusie<br>Geconcludeerd wordt dat er op basis van de resultaten van het booronderzoek er geen aanwijzing zijn om nog restanten van een archeologische vindplaats binnen het plangebied te verwachten. Er zijn dus geen gevolgen voor de voorgenomen bodemingrepen. De gespecificeerde archeologische verwachting op basis van het bureauonderzoek, waarbij een middelhoge tot hoge verwachting gold op het aantreffen van archeologische indicatoren, kan dan ook worden bijgesteld naar geen verwachting.</p><p>Advies<br>Op grond van de diep verstoorde bodemopbouw (zeker in de noordelijke helft van het plangebied) en het ontbreken van aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden, adviseert Econsultancy om, ten aanzien van de geplande bodemingrepen, in het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ), geen vervolgonderzoek te laten plaatsvinden. </p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de verantwoordelijk ambtenaar van de gemeente Hilversum en diens adviseur (mevrouw A. Koenders, archeoloog gemeente Hilversum) hiervan per direct in kennis te stellen.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2019-08-30



