Eindrapport archeologisch bureauonderzoek (1261.001) Burgemeester van der Lelykade te Maassluis
收藏DANS Data Station Archaeology2021-07-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-275-K8PJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Archeologische verwachting<br>Voor het plangebied is de archeologische verwachting middelhoog voor de periode Neolithicum en middelhoog tot hoog vanaf de Midden-IJzertijd t/m het eerste deel van de Late-Middeleeuwen (totdat in de 12e eeuw er bedijking plaatsvond). Archeologische resten uit het Neolithicum worden op grotere diepte verwacht op een diepte van circa 11 meter ten opzichte van het huidige maaiveld, wanneer een dikte van 4,5 meter wordt aangehouden voor de aanwezige ophogingslaag. Resten uit de perioden vanaf de Midden-IJzertijd t/m het eerste deel van de Late-Middeleeuwen worden verwacht in de getijafzettingen (Laagpakket van Walcheren van de Formatie van Naaldwijk) direct onder de ophogingslaag.</p><p>Voor de perioden Late-Middeleeuwen (vanaf de 12e eeuw nadat bedijking had plaatsgevonden) en Nieuwe tijd (tot aan begin jaren ’80 van de 20e eeuw) heeft het merendeel van het plangebied een lage archeologische verwachting. Alleen het uiterst zuidoostelijke deel van het plangebied heeft een hoge verwachting voor restanten van een afwateringskanaal/vliet (beschoeiingen, afvalresten) met een naastgelegen dijklichaam en eventuele scheepswrakken in het deel dat tot de rivierloop van Het Scheur heeft behoord. Resten kunnen worden verwacht in het Laagpakket van Walcheren en ook dieper doorlopend (bijvoorbeeld houten palen van beschoeiingen). Dempingsmateriaal en resten van scheepswrakken worden verwacht in de bodem van de voormalige watergang/vliet en respectievelijk de riviergeul die gedempt zijn met ophogingsmateriaal. Het dijklichaam wordt op geringere diepte verwacht, omdat deze al hoog in het landschap was aangelegd voordat ophoging plaatsvond ten behoeve van de aanleg van het bestaande industrieterrein.</p><p>Advies<br>Op grond van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek wordt voor het plangebied geen vervolgonderzoek geadviseerd indien de geplande graafwerkzaamheden (uitgraven bouwputten), ten behoeve van de herontwikkeling van het plangebied ter plaatse van het merendeel van het plang-bied niet dieper reiken dan 4,5 meter beneden het huidige maaiveld (beperkend tot de ophogings-laag). Ter plaatse van de locatie waar nog een dijklichaam mag worden verwacht, in het zuidoostelijke deel van het plangebied, mogen geen graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper gaan dan twee meter beneden het huidige maaiveld Verder kunnen bij de ontwikkeling van het oostelijke deel van het plangebied de mogelijkheden voor archeologisch vriendelijk/sparend bouwen door middel van heipalen worden onderzocht.<br>Indien (toekomstige) verstoringen toch dieper dan 4,5 meter beneden het huidige maaiveld, dan wel twee meter beneden het huidige maaiveld ter plaatse waar een begraven dijklichaam wordt verwacht, en deze een oppervlakte overschrijden van meer dan 200 m² van het plangebied, dan wordt geadviseerd een vervolgonderzoek te laten uitvoeren door middel van een verkennend booronderzoek.</p><p>Wel dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 9.6 Omgevingswet met verwijzing naar artikel 53 Monumentenwet 1988) kenbaar te worden gemaakt om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij Onze minister. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Ook het bevoegd gezag – ic burgemeester en wethouders van Maassluis dienen hier terstond van in kennis te worden gesteld.</p>
提供机构:
Econsultancy
创建时间:
2021-06-25



