five

Inventariserend veldonderzoek (IVO-O) Hoornsedijk-Noord, Groningen

收藏
DANS Data Station Archaeology2021-10-09 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z9Y-TCVW
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Het onderzoek vond plaats in het kader van de aanleg van een ijzerzandpassage.<br>Geologie: Zeeklei (Formatie van Naaldwijk) op veen (Formatie van Nieuwkoop), Geomorfologische kaart: Veenvlakte (code M81, zuidelijk deel van het plangebied), Vlakte van getij-afzettingen (code M71, noordelijk deel van plangebied)<br>Bodemkaart: Zuidelijk deel van het plangebied: Koopveengronden (code hVc met zeggeveen/rietzeggeveen) en weideveengronden (code pVc met zeggeveen/rietzeggeveen),Noordelijk deel van het plangebied, Drechtvaaggronden (code Mv41C met zware klei). AHN 3.0: -0,5 tot -0,8 m NAP</p><p>Paleolithicum – Neolithicum: middelhoge verwachting steentijdvindplaatsen in de top van het dekzand. Bronstijd – Late Middeleeuwen: hoge verwachting watergerelateerde / economische activiteit. Late Middeleeuwen: hoge verwachting veenterpen. Nieuwe Tijd: lage verwachting ontginningssporen.</p><p>Het booronderzoek is uitgevoerd in twee fases. In de eerste fase zijn 38 karterende boringen gezet in het plangebied, met als doel om veenterpen (huispodia) op te sporen en de bodemopbouw goed in kaart te brengen.<br>Om meer grip te krijgen op de aard en begrenzing van de vindplaats zijn vervolgens 20 aanvullende boringen gezet (boringen 39 t/m 58) tot een diepte van 1 tot 2 meter -mv. De boringen zijn in een kruisraai gezet om het profielverloop van de veenterp in beeld te krijgen (zie afb. 8). De boringen zijn uitgevoerd met een guts, Ø 3 cm en beschreven conform ASB 5.2 en NEN 5104.</p><p>De laagopeenvolging binnen het plangebied bestaat van boven naar beneden uit een kleidek op mineraalarm of zwak kleiig zeggeveen en rietzeggeveen op dekzand op keileem. In het veen zijn enkele kleilagen aangetroffen. Soms is de licht blauwgrijze kleilaag afwezig en ligt het veen aan het maaiveld. De top van het veen is over het algemeen veraard. Er zijn geen grote verstoringen bekend in het plangebied. Er zijn geen grote verstoringen bekend in het plangebied.<br>Bij het booronderzoek is een veenterpje aangetroffen, in de vorm van een kleilaagje met veen- en kleibrokken en archeologische indicatoren. Het kleilaagje ligt op zeggeveen of rietzeggeveen dat in de top is veraard. Het gaat waarschijnlijk om een vloerniveau van een afgetopte veenterp. Afgaande op het kleilaagje en de aangetroffen indicatoren heeft de vindplaats een omvang van circa 50 bij 90 meter. Een duidelijk ophogingspakket van ‘schone’ plaggen is niet waargenomen. In het oostelijke deel is de vindplaats lastig te begrenzen, omdat het kleilaagje hier geen klei- of veenbrokken meer lijkt te bevatten. Wel zijn indicatoren als puin en houtskool aanwezig. De vindplaats is niet of nauwelijks op het AHN 3.0 te onderscheiden. Op basis van de resultaten van het karterende en waarderende booronderzoek is een waardestelling conform subspecificatie VS06 (KNA-protocol 4003) uitgevoerd. De vindplaats is als behoudenswaardig aangemerkt.</p><p>Tijdens het veldonderzoek zijn geen dekzandopduikingen waargenomen. Wel is dekzand aangeboord tijdens het veldonderzoek. Het dekzand ligt echter dermate die dat dit door de uit te voeren plannen niet verstoord zal worden.<br>Tijdens het veldonderzoek is geboord tot circa 2 m -mv in alle boringen is tot deze diepte en soms nog dieper (2,6 m -mv) veen aangetroffen. Het veen is over het algemeen nog intact en kan watergerelateerde resten bevatten die niet door middel van een booronderzoek zijn op te sporen. Watergerelateerde vondsten uit de periode Bronstijd – Late Middeleeuwen kunnen in het plangebied dan ook nog verwacht worden.<br>Op basis van de resultaten van het hier gerapporteerde onderzoek wordt geadviseerd om, waar mogelijk, te zorgen voor een aanpassing van de bestaande plannen, zodat de bodem ter plaatse van de vindplaats zo min mogelijk wordt verstoord. Met name de poel op het oostelijke terrein (NNN-locatie) kan mogelijk nog worden verplaatst. Voor de slootverbreding / ijzerzandpassage is planaanpassing zeer waarschijnlijk geen optie. In dat geval wordt geadviseerd te vindplaats ex situ te behouden door middel van een opgraving conform KNA protocol 4004. De opgraving dient te worden uitgevoerd door een gecertificeerd opgravingsbedrijf.</p><p>In de rest van het plangebied dient rekening te worden gehouden met watergerelateerde resten. Hier wordt geadviseerd een opgraving (variant archeologische begeleiding) uit te voeren.<br>Over de bevindingen en aanbevelingen uit dit onderzoek dient contact opgenomen te worden met de bevoegde overheid, in dit geval de gemeente Groningen .</p>
提供机构:
Lycens bv
创建时间:
2021-10-10
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务