Schijndel Rooiseheide 37 210407_A1008_V2
收藏DANS Data Station Archaeology2020-12-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZNE-XGPE
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Op basis van de aardkundige gegevens ligt het plangebied waarschijnlijk op een vlakte van ten dele verspoelde dekzanden, waarin zich een veldpodzolbodem heeft gevormd. Het plangebied ligt echter net ten zuiden van de overgang tussen twee landschappelijke en bodemkundige eenheden en AHN-analyse laat zien dat het maaiveld in het plangebied hoger ligt dan de omliggende percelen te zuiden en westen. Het hoogteverschil loopt gelijk met de perceelgrenzen, een verschijnsel dat typisch is voor de (grenzen van) plaggendekken. Net ten noorden van het plangebied zijn op de bodemkaart hoge zwarte enkeerdgronden gekarteerd. Het is derhalve mogelijk dat zich in het plangebied ook een plaggendek bevindt.Uit het verkennende booronderzoek blijkt dat het plangebied op de flank van de dekzandrug van Schijndel ligt, en dat de ondergrond bestaat uit dekzand, waarin zich een veldpodzolbodem heeft gevormd. Deze is vervolgens, vanaf de Middeleeuwen, grotendeels opgenomen in een dikke, humeuze Aap-horizont, die op zijn beurt in de 20e eeuw is afgedekt met ophoogzand en verharding. In het noorden van het plangebied staat bebouwing. Op de overgang van de bouwvoor naar de B(C)-horizont bevindt zich, op een diepte van circa 80 centimeter onder maaiveld (8,28 meter + NAP) een potentieel archeologisch niveau. Op grond van het veldonderzoek kan worden geconcludeerd dan archeologische resten, indien aanwezig, goed geconserveerd in/onder dit niveau aanwezig zullen zijn.Om dit niveau tegen verstoring te beschermen wordt een buffer van twintig centimeter aangehouden, waarbinnen geen (ingrijpende) verstoringen mogen plaatsvinden zonder voorafgaand, archeologisch vervolgonderzoek. Dat houdt in dat voor het plangebied een noodzaak tot vervolgonderzoek geldt, wanneer de voorgenomen ingrepen dieper reiken dan 8,48 meter +NAP.Advies van Bodac is om de bouwplannen dusdanig in te richten, dat de ondergrens van 8,48 meter +NAP niet wordt overschreden. Daarbij valt te denken aan het aanpassen van de funderingsdiepte, het ophogen van het terrein en/of het plaatsen van een lichte constructie waarbij enkel poeren of smalle funderingssleuven worden gegraven.Indien dit niet mogelijk is, is een proefsleuvenonderzoek noodzakelijk in het zuidelijke deel van het plangebied, ter plaatse van de huidige parkeerplaats.</p>
提供机构:
Bodac B.V.
创建时间:
2021-01-01



