Transect-rapport 1985: Archeologisch Bureauonderzoek. Jan de Klerkstraat 70 te Brielle, Gemeente Brielle (ZH)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-255-j9q4
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
Er is een archeologisch bureauonderzoek (BO) uitgevoerd in het kader van een omgevingsprocedure voor een aanbouw aan de hoekwoning, aan de Jan de Klerkstraat 70 te Brielle (figuur 1). Het plangebied heeft in het bestemmingsplan Vesting Brielle een dubbelbestemming Waarde – archeologie – 2, inhoudende dat voor bouwwerken groter dan 30 m2 en bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld, een rapport aan de gemeente moet worden overlegd, waaruit de archeologische waarde van het plangebied blijkt. Als eerste stap hierin is dit bureauonderzoek uitgevoerd om de archeologische verwachting van het plangebied te specificeren. Op basis van het bureauonderzoek wordt binnen het plangebied op de eerste plaats een historische weg verwacht, die een datering in de 16e-17e eeuw heeft. Archeologische resten hiervan kunnen vanaf circa 30 cm -mv worden verwacht. Op de tweede plaats worden in het plangebied ook andere sporen van landgebruik verwacht, zoals sloten en greppels. Daarnaast is niet uit te sluiten dat binnen het plangebied oudere archeologische resten aanwezig zijn dan de geraadpleegde kaarten. De verwachting op vondstcomplextypen, anders dan sporen van landgebruik is echter laag. Er zijn geen concrete aanwijzingen voor laatmiddeleeuwse en nieuwe tijd bebouwing in het plangebied. Het plangebied ligt in een voormalige binnenstedelijke ‘agrarische zone’ met weilanden en verspreide bebouwing (vooral te zien op de kaart uit 1649 in figuur 9). Het is op basis van historische kaarten onaannemelijk dat ter hoogte van het plangebied eerder bebouwing heeft gestaan. Dit wordt ook niet ondersteund door het maaiveldreliëf (AHN). Het plangebied ligt aanzienlijk lager dan de bekende laatmiddeleeuwse – vroege nieuwe tijd woonkernen van de vesting Brielle, waarvoor een hogere ligging zo kenmerkend is. Gezien het bovenstaande (verwachte lage dichtheid aan archeologische waarden) en gezien de aard en omvang van de geplande bodemingrepen (die in oppervlakte en diepte beperkt zijn; uitgezonderd onderheiing), lijkt de verwachting op excessieve verstoring van archeologische waarden gering. Daar komt bij dat de omvang van de geplande bodemingrepen kleiner is dan het bouwvlak.
创建时间:
2024-01-31



