five

Rengerswetering, gemeente Bunschoten. Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van boringen en een veldverkenning

收藏
DANS Data Station Archaeology2006-11-01 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-26D-4VSP
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Bunschoten heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie in samenwerking met KuiperCompagnons Rotterdam een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd op de locatie Rengerswetering te Bunschoten, gemeente Bunschoten. Het archeologisch onderzoek omvatte een Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) bestaande uit een verkennend, karterend en waarderend booronderzoek en een veldverkenning. Het terrein had tot voor kort een agrarische functie. De bestemmingsplannen omvatten woningbouw.</p><p>Het plangebied ligt volgens de IKAW/BIS-kaart in een omgeving met een gevarieerde archeologische verwachting: een lage, een middelhoge en hoge trefkans op archeologische waarden. De hoge verwachting geldt de dekzandruggen en koppen, die door inklinking van het veen vaak nog als (lichtelijk) hogere delen in het landschap zichtbaar zijn. Deze landschappelijke fenomenen genoten met name in de vroegere prehistorie (Mesolithicum en Neolithicum) de voorkeur als vestigingsplaats voor de mens. Men woonde er droog en de zandige bodems zijn gemakkelijker te bewerken dan de aangrenzende klei/veenbodems. In de daarop volgende perioden (Bronstijd, IJzertijd, Romeinse tijd en Vroege-Middeleeuwen) was de omgeving waarschijnlijk te nat om te wonen. In de Late-Middeleeuwen werd het veengebied ontgonnen en weer bewoond, meestal op verhoogde woonplaatsen langs de doorgaande wegen. Binnen het plangebied konden dus op deze locaties sporen en vondsten van kampen of nederzettingen uit het Mesolithicum of Neolithicum verwacht worden. Uit eerder onderzoek is gebleken dat de top van het dekzand overal is geërodeerd en de podzol niet meer intact is, wel op de flanken van de dekzandruggen. Afhankelijk van de mate van erosie zijn dus op de top alle sporen verdwenen, ofwel is van diepere sporen alleen de onderzijde bewaard gebleven. Laat-middeleeuwse huisterpen ontbreken binnen het plangebied. Uit historische bronnen bleek dat het gebied onbewoond was en ook tijdens de veldkarting eind vorige eeuw zijn geen huisplaatsen aangetroffen. Laat-middeleeuwse bewoning op de dekzandruggen of op terpen werd dus niet verwacht; woonplaatsen op het veen evenmin gezien het onbewoonde karakter van de polder.</p><p>Van het plangebied kon het middendeel niet onderzocht worden. Wat betreft het onderzochte deel, beantwoordden de resultaten van het veldonderzoek niet aan de verwachting. Hoewel een intact bodemprofiel aanwezig was, werden in geen enkele boring aanwijzingen voor menselijke aanwezigheid of activiteiten uit de Mesolithicum of Neolithicum aangetroffen. Deze vaststelling sloot aan bij het eerder uitgevoerde onderzoek, met uitzondering van het monument 11524, waar wel vuursteenvondsten gemeld zijn. Uit de boorresultaten blijkt dat op een groot deel van dit monument de top van de bodem recentelijk afgegraven is. Dit is mogelijk een verklaring voor het ontbreken van prehistorische bewoningssporen. </p><p>Wat betreft de Late-Middeleeuwen of de Nieuwe tijd getuigen alleen een aardewerkscherf en een handgevormd baksteenfragment in de bouwvoor op menselijke aanwezigheid, mogelijk ook een slakfragment. Bewoning is niet aangetoond, verhoogde woonplaatsen of concentraties van vondstmateriaal ontbreken. De verklaring voor de aanwezigheid van deze vondsten kan zijn dat er grond van elders is opgebracht. Tot in begin van de vorige eeuw werd nederzettingsafval ter bemesting op de akkers uitgereden.</p><p>Op basis van deze onderzoeksresultaten adviseert Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie derhalve geen nader archeologisch onderzoek voor de onderzochte terreinen en ziet geen bezwaar tegen de voortgang van de bouwplannen.</p>
提供机构:
Vestigia b.v.
创建时间:
2006-11-02
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务