five

Marum, Malijksepad, Gemeente Westerkwartier (Gr.). Een Archeologisch Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek IVO-O (Verkennende Fase).

收藏
DANS Data Station Archaeology2019-07-28 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XRJ-UJD9
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Er zijn een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) uitgevoerd voor een gebied ten zuiden van het Malijksepad te Marum, gemeente Westerkwartier, provincie Groningen. De aanleiding is de voorgenomen bestemmingsplanwijziging naar “Marum-Alberdaheerd II”. Het gebied krijgt grotendeels een woonbestemming, waarbij er nieuwbouwhuizen gebouwd zullen worden. De bouw hiervan gaat gepaard met bodemingrepen welke een bedreiging betekenen voor eventueel aanwezige archeologische waarden.<br> In 2005 en 2006 zijn voor dit gebied al een archeologisch booronderzoek en proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (Woltinge et al. 2005; Schrijer 2006). Dit onderzoek was voornamelijk gericht op het waarderen van een vindplaats uit de steentijd. Naar aanleiding van het proefsleuvenonderzoek werd deze vindplaats als niet-behoudenswaardig gewaardeerd. Vanwege voortschrijdend inzicht en nieuwe beschikbare bronnen wordt het onderzoek voor dit gebied d.m.v. dit bureau- en booronderzoek geactualiseerd. Het onderzoek richt zich op het noordoostelijk deel van het plangebied. Op de kadastrale kaart uit 1811-1832 is hier een omgrachte heerd zichtbaar, destijds in het bezit van <br>H.G. Renkema. Onderzoeksvraag is, of hier nog behoudenswaardige resten van in de bodem aanwezig zijn. <br> Er zijn zes boringen uitgevoerd tot maximaal 165 centimeter onder maaiveld. In alle boringen is een (deels intact) podzolprofiel aangetroffen. Er zijn twee boringen die opvallen. Allereerst boring 203, waarbij vanaf maaiveld een laag werd aangetroffen met zand en klei brokken. De laag was 110 centimeter dik. Klei komt in en nabij het plangebied van nature niet voor, dus dit pakket is van elders aangevoerd. Het gaat waarschijnlijk om de demping van een sloot, gracht of laagte. Daarnaast is boring 205 opvallend. Hier werd vanaf maaiveld een bouwvoor waargenomen van 70 centimeter dik. Hierin werden veel baksteenfragmenten aangetroffen. Deze konden niet gedateerd worden. <br> Er zijn tijdens het booronderzoek geen aanwijzingen gevonden voor intacte resten van de Renkemaheerd in de bodem. Er zijn in twee van de zes boringen slechts kleine puinfragmenten aangetroffen op de voormalige locatie van het huis. Grote baksteen fragmenten werden niet ontdekt. Waarschijnlijk zijn tijdens de sloop van het gebouw alle complete bouwmaterialen, inclusief de fundering afgevoerd voor hergebruik. Ook is er een mogelijk restant van de gracht rondom de heerd gevonden. Deze is echter volgestort met aangevoerde grond van elders, blijkt uit aanwezige kleibrokken. Daarnaast zijn er geen archeologische indicatoren aangetroffen in deze vulling, of in de humeuze laag daaronder. In vier van de zes boringen werden geen resten van de heerd aangetroffen.</p><p>Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door dr. J. Jelsma (senior KNA-archeoloog/KNA-prospector)<br>Het grootste deel van het plangebied is in 2006 al onderzocht d.m.v. proefsleuven (Schrijer 2006). In dit onderzoek is dit deel van het plangebied als niet-behoudenswaardig gewaardeerd. Uit dit bureauonderzoek is geen nieuwe informatie beschikbaar om deze waardering aan te passen.<br> Naar aanleiding van het bureauonderzoek is in het noordoostelijk deel van het plangebied een booronderzoek uitgevoerd. Hierbij zijn geen grote concentraties bouwmaterialen aangetroffen. Kleine puinfragmenten in twee van de zes boringen wijzen erop dat compleet bouwmateriaal, zoals gebruikelijk in de periode, bij de sloop is afgevoerd. De mogelijke gracht is volledig gedempt met klei aangevoerd van elders, hierin zijn geen locale materialen aanwezig. Wij achten daarom de kans op de aanwezigheid van intacte archeologische waarden in het plangebied klein en adviseren geen nader archeologisch onderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ingrepen. Het is aan de gemeente Westerkwartier om dit advies al dan niet over te nemen.</p><p>In alle gevallen geldt dat indien bij toekomstig graafwerk toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, hiervan direct melding dient te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikelen 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Westerkwartier.</p><p>De gemeente Westerkwartier, dhr. P. Soet (beleidsmedewerker monumenten en erfgoed) heeft op 18 juli 2019 laten weten het selectieadvies over te nemen en dit rapport goed te keuren.</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2019-07-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务