Plangebied Vossenbergven, gemeente Laarbeek, archeologisch vooronderzoek: proefsleuvenonderzoek - variant archeologische begeleiding
收藏DANS Data Station Archaeology2020-02-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XZ8-5FMV
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Bosgroep Zuid-Nederland heeft RAAP van 20 november tot en met 7 december 2018 een archeologisch proefsleuvenonderzoek – variant archeologische begeleiding uitgevoerd in het kader van het herstel van het Vossenbergven in Mariahout, gemeente Laarbeek. Het totale plangebied omvat ongeveer 6,19 ha. Enkele jaren geleden is een deel (ca. 1,35 ha) reeds vrijgemaakt van bos. In deze zone is nu het oorspronkelijke ven hersteld door het gebied, inclusief bestaande rabatten, af te graven<br>tot op de oorspronkelijke venbodem.</p><p>Het doel van het proefsleuvenonderzoek – variant archeologische begeleiding was het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein. Hiertoe was het noodzakelijk inzicht te krijgen in de precieze<br>aard en omvang van een eventuele vindplaats, in hoeverre deze behoudenswaardig was, en, zo ja, of deze behouden kon blijven of dat deze diende te worden opgegraven?<br>Gezien er een verwachting gold voor het aantreffen van vindplaatsen gerelateerd aan natte landschapen en het specifieke karakter van dergelijke vindplaatsen was regulier archeologisch onderzoek voorafgaand aan de geplande ontwikkeling niet zinvol. Het archeologisch onderzoek is daarom gecombineerd met de civieltechnische werkzaamheden en uitgevoerd als een proefsleuvenonderzoek - variant archeologische begeleiding.</p><p>Tijdens het onderzoek zijn geen archeologische resten aangetroffen. Wel zijn er inzichten verkregen in de ontstaansgeschiedenis van het ven. Op de bodem van het ven is een veenpakket aangetroffen dat is gevormd in de periode 12.860-12.190 v.Chr. tot de periode 12.290-11.990 v.Chr. en dateert daarmee van het vroeg-Bølling tot het laat-Bølling. Palynologische analyse laat zien dat bij de aanvang van de veenvorming sprake was van een zeer open landschap dat sterk door cypergrassen, zoals zeggen en<br>biezen, werd gedomineerd. De bodem was vochtig tot nat en de vegetatie kan getypeerd worden als toendra-achtig. Er groeiden wilgen en berken, die waarschijnlijk grotendeels dwergvarianten waren die vandaag de dag nog steeds in het (sub)arctisch gebied voorkomen. Het landschap werd bevolkt door onder andere rendieren, paarden en/of hazen. Naarmate het warmere klimaat langer voortduurde, veranderde de bodemgesteldheid en migreerden plantensoorten van elders naar de huidige onderzoekslocatie bij het Vossenbergven. Hierdoor werden cypergrassen in het laat-Bølling meer en meer vergezeld door andere moerasplanten, zoals paardenstaart, waterdrieblad en ruit. Ook grassen, (dwerg)berk, jeneverbes en zonneminnende kruiden waren duidelijker in het landschap aanwezig aan het einde van het Bølling. Nog steeds fourageerden herbivoren in dit landschap, getuige de vondst van ascosporen van diverse mestschimmelgeslachten.</p><p>Buiten de inzichten in de landschapsontwikkeling heeft het onderzoek geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats opgeleverd, zodat er geen waardestelling is uitgevoerd. Er wordt geadviseerd om de zone waar het ven is hersteld vrij te geven of om de verwachting naar laag bij te stellen.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau bv
创建时间:
2020-02-26



