Bureauonderzoek ten behoeve van de vervanging van leidingen langs de Krimweg en het Klooster te Coevorden (gem. Coevorden)
收藏Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/CBZR3Z
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In de periode april-mei 2021 is door Antea Group een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd naar de mogelijke archeologische waarden binnen het tracé van een nieuw aan te leggen middenspanningskabel van 3.080 m in de gemeente Coevorden. Het tracé volgt een bestaande leidingenstraat en loopt grotendeels langs de Krimweg en Klooster richting de N34, langs het Coevordermars naar het Afwateringskanaal (zie afb. 1). Het tracé bevindt zich grotendeels in de wegberm, maar doorkruist ook enkele waterlopen, wegen en opritten. Het plangebied ligt in gemeente Coevorden en Enexis Netbeheer BV verwacht te starten met de voorgenomen werkzaamheden in het midden van 2021. Concreet wordt voor deze aanleg 2.250 m van het leidingtracé aangelegd in open ontgraving met een sleufbreedte van circa 0,6 m en een diepte van maximaal 1 m. De overige meters van het tracé wordt gerealiseerd door middel van gestuurde boringen. De totale omvang van de ontgraving bedraagt inclusief kopgaten ongeveer 1400 m2. Door de graafwerkzaamheden kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord. Volgens de bestemmingsplannen ‘Buitengebied’ (vastgesteld 2014) en ‘Bedrijventerreinen Stad Coevorden’ (vastgesteld 2015) geldt voor het gehele plangebied een dubbelbestemming archeologie. De door Enexis B.V. voorgenomen ingrepen overschrijden de ondergrenzen en conform het gemeentelijk beleid is een archeologisch (voor)onderzoek vereist. Het doel van het uitvoeren van een archeologisch bureauonderzoek is het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Daarbij worden vragen gesteld zoals bijvoorbeeld “Waar kunnen we wat verwachten?” Voor het opstellen van een dergelijke verwachting wordt gebruik gemaakt van reeds bekende archeologische waarnemingen, historische kaarten, bodemkundige gegevens en informatie over de landschappelijke situatie. Een gespecificeerde verwachting gaat in op de mogelijke aanwezigheid, het karakter, de omvang, datering en eventuele (mate van) verstoring van archeologische waarden binnen het plangebied. Advies Antea Group. Op basis van onderhavig archeologisch bureauonderzoek is het volgende advies geformuleerd. Voor het gehele plangebied geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting. Deze verwachting is gebaseerd op de geomorfologische eigenschappen van het gebied. Ten eerste zijn er de hoger gelegen delen van een dekzand- en grondmorenerug en een rand van een gebied met plaggendek in het noorden van het plangebied. Daarnaast is er ook een keileemopduiking (ijsstroomheuvelrug) in het zuiden van het plangebied. Voor deze hoger gelegen gebieden geldt een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische waarden, welke zijn opgenomen in de beleidskaart. Het betreft resten uit meerdere archeologische perioden, maar met name nederzettingsresten uit de periode laat paleolithicum tot bronstijd en middeleeuwen - nieuwe tijd. Verder kunnen er resten van sporen van landinrichting als sloten/greppels en vroege ploegsporen worden verwacht. Ten tweede is er het lage gebied van het stroomdal van de Kleine Vecht. Voor de hier aanwezige moerige beekdalgronden geldt een middelhoge verwachting op de aanwezigheid van archeologie. Archeologische resten zijn hier lastiger te onderzoeken, maar kan eveneens archeologische fenomenen omvatten. Alhoewel vondsten in dergelijke gebieden vaak bestaan uit archeologische puntvondsten die doorgaans lastig aan te treffen zijn, kan onderzoek van dit gebied wel informatie opleveren over de bodemopbouw en de potentie van het gebied. Resumerend kan het deel van het plangebied dat in open ontgraving wordt aangelegd met een hoge en middelhoge verwachting moet als kansrijke archeologische zone worden aangemerkt. Echter bestaat er voor een deel van het tracé een grotere kans op verstoring. Uit de KLIC melding is gebleken dat het tracédeel dat langs de Krimweg en Het Klooster loopt tot aan de N34 (zie afbeelding 15) mogelijk al verstoord is door eerder aangelegde kabels en leidingen. Hoewel een inventariserend booronderzoek in dit deelgebied zinvol zou zijn met het oog op de bovengenoemde verwachting op archeologie, is uit dit bureauonderzoek gebleken dat hier leidingen aanwezig zijn met een diameter van 50 tot 110 cm, wat betekent dat de bodem hier hoogstwaarschijnlijk tot minimaal 1 m onder maaiveld verstoord zal zijn. Op basis van deze constatering adviseren wij dit deelgebied vrij te geven voor de voorgenomen ingreep indien de uitvoerder de aangeven dimensies van de werksleuf aanhoudt (0,6 m breed en 1 m diep), en daarmee binnen het traject van de eerder aangelegde gas, water en elektra infrastructuur blijft. De kans op het aantreffen van onverstoorde archeologie zal daarmee erg klein zijn. Voor de rest van het tracé, dat zijn weg vervolgt voorbij de N34 langs Het Klooster naar het zuiden, geldt dat de sleuven voor de kabels hier nieuw worden aangelegd. Omdat kabels- en leidingsleuven hier ontbreken wordt ervan uitgegaan dat de grond hier nog nauwelijks verstoord is. Om deze reden, en vanwege de bovengeschetste verwachting op archeologische resten, adviseren wij hier een inventariserend booronderzoek. Door middel van een dergelijke methode kan de intactheid van de bodem worden getoetst en kan de bodemopbouw worden onderzocht op de potentie van eventuele aanwezige archeologische resten. Omdat deze kanalen worden gekruist door middel van een gestuurde boring heeft het totaal te graven deel in het gebied met een middelhoge en hoge verwachting een lengte van circa 1180 m. Om de bodemopbouw te onderzoeken op de potentie van eventuele aanwezige archeologische resten en de intactheid van de bodem te toetsen adviseren wij voor dit deel van het tracé een inventariserend booronderzoek. Advies tot vrijgave. De bermen langs de Krimweg en Het Klooster ten noorden van de N34 in de gebieden met een middelhoge en hoge verwachting kunnen, gezien de verwachte verstoringen door de eerdere aanleg van kabels en leidingen, worden vrijgegeven (zie afbeelding 15). Indien de uitvoerder de aangeven dimensies van de werksleuf aanhoudt (0,6 m breed en 1 m diep), en daarmee binnen het traject van de eerder aangelegde gas, water en elektra infrastructuur blijft, is de kans op het aantreffen van onverstoorde archeologische in de reeds verstoorde resten klein. Advies booronderzoek. Op de delen van het plangebied (dekzand- en grondmorene rug) ten zuiden van de N34 met een (middel)hoge archeologische verwachting (lengte 1180 m) adviseren wij een verkennend booronderzoek uit te voeren om het opgestelde verwachtingsmodel te toetsen (zie afbeelding 16). Het gaat hier om de delen van het plangebied die in open ontgraving worden uitgevoerd. Hierbij worden boringen gezet met een tussenafstand van 50 m (circa elf boringen ø minimaal 8 cm tot 0,3 m in de ongeroerde C-horizont). Op basis van de onderzoeksresultaten kan dan een uitspraak worden gedaan of archeologisch vervolgonderzoek noodzakelijk is. De implementatie van de bovenstaande aanbevelingen is afhankelijk van het oordeel van de bevoegde overheid, deze neemt het uiteindelijke selectiebesluit. De rapportage is voorgelegd aan en beoordeeld door de bevoegde overheid. In de onderhavige rapportage zijn de op‐ en aanmerkingen verwerkt. De bevoegde overheid is akkoord met het bovenstaande advies (d.d. 28‐06‐2021).
创建时间:
2024-01-31



