Utrecht. Het Oude Postkantoor, Neude. Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase) en inmeting werfkelders
收藏DANS Data Station Archaeology2018-06-04 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z3Q-R7A4
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>BAAC bv heeft een inventariserend veldonderzoek met behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd en de werfkelders ingemeten in het plangebied oude postkantoor te Utrecht. Het betreft de binnenplaats van het voormalige postkantoor. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bestemmingswijziging en verbouwing van het oude postkantoor tot (onder meer) bibliotheek. Daarbij zal de bodem tot ca. 4 meter – maaiveld verstoord worden. Het plangebied ligt volgens de gemeentelijke waardenkaart op een terrein van hoge archeologische waarde, waarvoor bij ingrepen in een gebied groter dan 50 m2 een vergunning nodig is. Het postkantoor is een beschermd monument (AMK nummer 514259). Voor het plangebied is geen bureauonderzoek uitgevoerd. Wel zijn oude foto’s en kaarten uit het Utrechts Archief bestudeerd en geplot op de huidige topografie door Afdeling Erfgoed gemeente Utrecht en BAAC bv. Daaruit is naar voren gekomen dat op het terrein van het oude postkantoor gebouwen van het Ceciliaconvent, waarschijnlijk uit de 13e eeuw, hebben gestaan en particuliere woonhuizen uit de late middeleeuwen. Uit oude foto’s blijkt eveneens dat bij de sloop van de Munt in 1919 vermoedelijk tot een diepte van ca. 3 meter onder maaiveld alle muren, funderingen en kelders zijn verwijderd. De slooplijn van 1919 lijkt op basis van oude foto’s dwars over de binnenplaats van het postkantoor te lopen. De panden aan de Oudegracht, ten westen van die lijn, zijn kort daarna gesloopt. Het is onbekend tot welke diepte dat is gebeurd. Geconcludeerd is dat voor het plangebied ten oosten van de slooplijn een lage verwachting bestaat op het aantreffen van archeologische resten uit de middeleeuwen en de nieuwe tijd. De verwachting voor het plangebied ten westen van de slooplijn is onbekend. Doel van het inventariserende veldonderzoek is inzicht te krijgen in de intactheid van het bodemprofiel en te toetsen of nog resten van muren, vloeren en funderingen of kelders aanwezig zijn op de binnenplaats van het oude postkantoor. Uit de inmetingen van de werfkelders blijkt dat de plattegronden nagenoeg samenvallen met de tekening die Th. Verlaan in 1919 heeft gemaakt van de resten die bij de sloop aan het licht waren gekomen. In de huidige plattegronden lijken de kelders iets ondieper te zijn (geworden?), maar verder lijkt de tekening uit 1919 betrouwbaar. Bij het veldonderzoek kon slechts één boring tot in de natuurlijke ondergrond worden doorgezet, de rest is gestuit op puin. De diepte van de ondoordringbare puinlaag varieerde van 0,63 m tot 3,6 m onder maaiveld, waarbij het merendeel van de boringen rond de 3 meter stuitte. Hier kan sprake zijn van slooppuin, maar het is niet uit te sluiten dat zich nog intacte resten van het Ceciliaconvent of de woonhuizen aan de Oudegracht in de bodem bevinden. Het gaat in dat geval met name om funderingen, kelders en diepere sporen zoals water- en beerputten. Daarnaast kunnen ook nog oudere resten aanwezig zijn. De ondergrond binnen het plangebied bestaat uit opgebrachte zand- en sterk zandige kleilagen met bouwpuin, hoogstwaarschijnlijk aangebracht na de sloop van 1919. Uit een van de opgebrachte pakketten is een fragment pijpensteel verzameld en uit een andere laag een scherf Paffrath. Op een diepte van 3,46 m onder maaiveld zijn vermoedelijk restgeulafzettingen van de Oude Rijn aangetroffen. Op basis van de historische kaartstudie bestond voor het plangebied een lage verwachting op het aantreffen van resten uit de middeleeuwen/nieuwe tijd. Naar aanleiding van het veldonderzoek, valt echter niet uit te sluiten dat er nog resten van het Ceciliaconvent en de woonhuizen aan de Oudegracht in de bodem aanwezig zijn. Aangezien de geplande bodemverstoringen tot een diepte van 4 meter onder maaiveld zijn gepland wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden eerst een Inventariserend Veldonderzoek middels Proefsleuven uit te voeren om zo een betere waardering te kunnen maken van de eventueel aanwezige resten en de verstoringsdiepte van de sloop uit 1919 te kunnen bepalen.</p>
提供机构:
BAAC
创建时间:
2018-06-01



