five

Eindrapportage archeologisch vooronderzoek (16551.001) Zuidzijde 106 te Goudriaan

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-z4s-eghy
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Gespecificeerde archeologische verwachtingOp basis van het archeologisch bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op het voorkomen van archeologische resten uit de perioden Late-Middeleeuwen en/of Nieuwe tijd. Het plangebied ligt namelijk in een ontgonnen veenvlakte van de Alblasserwaard, langs een oude veen-stroom de Goudriaan. Tot de periode van de grootschalige ontginningen betrof het gebied een zeer nat komgebied, waar op grote schaal veenvorming plaatsvond een geen mogelijkheden bood voor permanente bewoning. Vanaf de rivier de Goudriaan vond ontginning van het veengebied plaats en langs de rivier vond lineaire bewoning plaats. Het dorp Goudriaan is in de 13e eeuw ontstaan, waarbij boerenerven ontstonden waar zogenaamde woonheuvels/huisterpen werden opgeworpen. Het plangebied bevindt zich op/binnen een dergelijke ophoging/huisterp. In de Alblasserwaard is in 1981 onderzoek uitgevoerd naar alle locaties waar mogelijk sprake is van een huisterp. Diverse locaties langs de wegen Noord- en Zuidzijde in Goudriaan zijn aangeduid als mogelijke huisterp, waaronder het erf Gelegen aan Zuidzijde 106. Ten noordwesten en westen van het plangebied zijn ook al meerdere locaties van huisterpen onderzocht middels een booronderzoek. Hierbij is in de meeste gevallen (een deel van) een mogelijke huisterp aangetroffen. Deze manifesteren zich door een opgebrachte, humeuze kleilaag met daarin aardewerk- en baksteenfragmenten uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Vanuit geraadpleegd historisch kaartmateriaal blijkt verder dat binnen het plangebied een gedeelte van bebouwing (veestallen) heeft gestaan daterend rond 1800. Afgezien van het nog bestaande deel van de woonboerderij direct langs de noordzijde van het plangebied is deze bebouwing gesloopt in 1968. Resultaten inventariserend veldonderzoekDe resultaten van het inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) bevestigd duidelijk de ligging van het plangebied op/binnen een huisterp. Huisterpgrond is aanwezig direct onder de betontegels en een dunne laag cunet-/stabilisatiezand, vanaf circa 25 cm -mv. Het pakket huisterpgrond loopt door tot een diepte van gemiddeld 220 cm -mv en bestaat bovenin uit zwak humeuze, kalkarme, sterk siltige klei en naar onderen toe matig tot sterk humeuze, kalkloze tot kalkarme, matig siltige klei en plaatselijk zwak venige klei (veen veraard). Dat het gaat om een antropogene ophoging wordt al duidelijk door de vermenging met (bovenin) fijne resten/spikkels baksteen, verbrande leem en houtskool. Ook de waargenomen blauw gekleurde vivianiet kristallen zullen het resultaat zijn van het door de mens vermengen van organische materialen in de opgebrachte huisterpgrond. Tevens is in het pakket huisterpgrond een randfragment van een grape en een fragment Kogelpotaardewerk met bezemstreek aangetroffen, daterend uit de 13e eeuw. Ten aanzien van het fragment bijna-steengoed aangetroffen in de top van het pakket huisterpgrond is de vraag of hier sprake was van een ligging in situ. Mogelijk is het fragmenten door recentere bewerkingen in de top terecht gekomen. Desalnietemin komt de datering goed overeen met het ontstaan van het langgerekte lint-dorp van Goudriaan in de 13e eeuw en dat het plangebied een ligging heeft ter plaatse van mogelijk één van de eerste huisterpen. De initiële fase van het opwerpen van deze huisterp ging waarschijnlijk gestaag van start (voor het merendeel opgeworpen in de Late-Middeleeuwen). Verder gelden de aantroffen indicatoren als duidelijke aanwijzingen van een laatmiddeleeuwse voorloper van het boerenerf.Aanvullend onderzoek heeft aangetoond dat de top van de terp inderdaad subrecent is verstoord. Daarnaast is vastgesteld dat het maaiveld in het plangebied tussen 0 en -0,3 m NAP ligt en er voor de bouwwerkzaamheden niet dieper gegraven zal worden dan -0,27 m NAP. Voor het grootste deel van het plangebied betekent dat de verstoringen niet dieper dan 20 cm -mv zullen reiken en voor een heel klein deel tot 25 cm -mv.ConclusieAl met al kan worden geconcludeerd dat bodemverstorende werkzaamheden ten behoeve van de nieuwbouw niet dieper zullen reiken dan de geroerde toplaag en bovendien binnen de vrijstellingsgrens van 30 cm -mv blijven. Er worden naar verwachting geen archeologische waarden bedreigd door de voorgenomen werkzaamheden. AdviesOp grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek wordt door Econsultancy geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen werkzaamheden, mits de graafwerkzaamheden niet dieper dan -0,27 m NAP zullen reiken. Wordt er wel dieper gegraven, dan wordt de aanbeveling gedaan om binnen het plangebied een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Gezien de zeer beperkte oppervlakte van het plangebied wordt geadviseerd het vervolgonderzoek te laten bestaan uit een opgraving (variant archeologische begeleiding van de geplande graafwerkzaamheden). Voor de opgraving (variant archeologische begeleiding) dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld, waarin beschreven staat op welke wijze het onderzoek uitgevoerd dient te worden. Dit PvE dient te worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Molenlanden).Bovenstaand advies is van Econsultancy. Er is, op grond van de gebruikte onderzoeksmethode, geprobeerd een zo gefundeerd mogelijk advies te geven. Over de aan- of afwezigheid van archeologische sporen of resten in het plangebied kan nooit volledig uitsluitsel worden gegeven. Aan dit advies kunnen geen rechten worden ontleend. De resultaten van dit onderzoek zullen eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Molenlanden), die vervolgens het advies over neemt of niet. Als het plangebied nu of in de toekomst door de gemeente Molenlanden wordt vrijgegeven voor bodemroerende werkzaamheden, dan blijft er, conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016, een meldingsplicht bestaan. Eventuele archeologische resten die bij werkzaamheden worden aangetroffen moeten worden gemeld bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, c.q. de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de provincie Zuid-Holland of de gemeente Molenlanden.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务