five

Plangebied brug Sas van Gent, gemeente Terneuzen; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek)

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xew-4q7e
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
In opdracht van Arcadis heeft RAAP in april en mei 2020 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd voor het plangebied brug Sas van Gent in de gemeente Terneuzen. Het onderzoek vond plaats in het kader van een omgevingsvergunning.Op grond van de onderzoeksresultaten en onder verwijzing naar de doelstellingen, kunnen de volgende uitspraken worden gedaan:In boring 47 en 48 is een bijna intacte top van de Pleistocene afzettingen aangetroffen met een licht geërodeerde top. De top van het dekzand bevindt zich in deze boringen op respectievelijk 0,9 m +NAP (2 m -mv) en 0,75 m +NAP (1,9 m -mv). Aangezien de podzolbodem nog grotendeels intact is, blijft op deze locatie voor de periode paleolithicum tot de bronstijd een hoge archeologische verwachting gelden. In de overige boringen is dit landschappelijke niveau niet bereikt binnen de gehanteerde boordiepte. De verwachting uit het bureauonderzoek blijft gehandhaafd. Dit geldt ook voor de delen van het plangebied die niet met veldonderzoek zijn onderzocht.Het veen (eventueel aanwezig onder het Laagpakket van Walcheren) is niet in de boringen aangetroffen binnen de gehanteerde boordiepte. In ieder geval ter hoogte van de boringen 47 en 48 is het niet meer intact. In de overige boringen is het veen op basis van de resultaten van het bureauonderzoek naar verwachting ook niet meer (intact) aanwezig. De archeologische verwachting voor de periode bronstijd tot en met vroege middeleeuwen kan dan ook naar laag worden bijgesteld.Tijdens het veldonderzoek werden in boring 1000, 47 en 48 afzettingen van de laatmiddeleeuwse overstromingen (Laagpakket van Walcheren) aangetroffen op respectievelijk 0,1, 1,6 en 1,4 m +NAP (145, 130 en 125 cm -mv). Hoewel de top van dit pakket intact lijkt, was er nauwelijks sprake van bodemvorming in de top en ontbrak een donkere cultuurlaag als indicator voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de late middeleeuwen. Om die reden kan de middelhoge archeologische verwachting voor resten van bewoning en beakkering uit de late middeleeuwen op deze locaties naar laag worden bijgesteld. Voor de overige delen van het plangebied is geen informatie verkregen over dit landschappelijke niveau. Hier blijft de verwachting op basis van het bureauonderzoek gehandhaafd. Wel is duidelijk dat dit niveau binnen de gehanteerde boordiepte in de overige boringen niet aanwezig is.Voor de nieuwe tijd gold een hoge verwachting, met name voor de aanwezigheid van muren en funderingen, bruggen, dammen, omwallingen, grachten en dergelijke vanaf de 17e eeuw, erelateerd aan de vesting van Sas van Gent. Mogelijk zijn in de boringen 24, 25 en 26 dergelijke structuren aangetroffen (die boringen 24 en 25 zijn gestuit op 185 en 60 cm -mv), zodat op deze boorlocaties de hoge archeologische verwachting voor de nieuwe tijd van kracht blijft. In de overige boringen waar het natuurlijke landschap niet is aangeboord kan onder het opgebrachte pakket ook nog sprake zijn van de aanwezigheid van archeologische resten uit de nieuwe tijd. De verwachting hierop uit het bureauonderzoek blijft van kracht voor het niveau onder de einddiepte van die boringen.Voor de delen van het plangebied waar het verkennend booronderzoek is uitgevoerd (m.u.v. de boringen 24, 25 en 26), kan het plangebied tot 1,8 m -mv (boordiepte 2 m -mv inclusief veiligheidsbuffer van 0,2 m) worden vrijgegeven. Dit zijn de rode vlakken op figuur 14 (m.u.v. de boringen 24, 25 en 26). Hier is sprake van een volledig opgebracht pakket met in drie boringen (1000, 47 en 48) hieronder het Laagpakket van Walcheren, waarvoor een lage archeologische verwachting geldt, en het Laagpakket van Wierden, waarvoor een hoge archeologische verwachting geldt (aanwezig vanaf 1,8 m -mv / ca. 0,8 m +NAP). Geadviseerd wordt om de dubbelbestemmingen Waarde Archeologie voor deze delen van het plangebied hierop aan te passen.Ten aanzien van de boringen 24, 25 en 26 geldt dat mogelijk structuren uit de nieuwe tijd aanwezig zijn op een diepte van respectievelijk 185, 60 en 150 cm -mv, zodat op deze boorlocaties de hoge archeologische verwachting voor de nieuwe tijd van kracht blijft vanaf deze diepte. Boring 25 en 26 zijn echter gezet naast het recente talud dat naar de brug loopt, dus buiten de beoogde ligging van de kabelsleuf.In de overige boringen zijn de landschappelijke niveaus - top dekzand, top Hollandveen en top Walcheren - met het booronderzoek niet bereikt en dus niet onderzocht. De in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting ten aanzien van deze niveaus blijft gehandhaafd. Op basis van de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in het plangebied geen archeologische resten bedreigd worden door de geplande bodemingrepen tot maximaal 0,8 m -mv. Door de bodemingrepen volgens plan uit te voeren in de vorm van de smalle sleuven met een diepte van 0,75 tot 0,8 m –Mv, zullen de niveaus, waarvoor de hoge archeologische verwachting namelijk van kracht blijft, niet bereikt worden.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务