five

Bureauonderzoek Archeologie Plangebied Grensweg 9 te Voorst (Engbergen), Gemeente Oude IJsselstreek

收藏
DANS Data Station Archaeology2021-02-14 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XJ5-AC4N
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving, ten behoeve van de bouw van een woning met bijgebouw en de herinrichting van het perceel, een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 5,8 hectare.</p><p>Binnen dit oppervlak zal een woning met bijgebouw gerealiseerd worden. Ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt de ondergrond mogelijk met 0,5 à 1 meter opgehoogd. Verder zal er een brug over de Aa-strang aangelegd worden, waarvoor de oever van de Strang heringericht zal worden. Voor het aan te leggen fietspad zal de bodem niet dieper dan 30 cmmv verstoord worden. In het landschapsplan zijn geen landschappelijke laagtes opgenomen. De bebouwing die op enkele topografische kaarten nog binnen het plangebied weergegeven is, is inmiddels volledig gesloopt.</p><p>Het westelijk deel van het plangebied heeft op de archeologische beleidskaart van gemeente Oude IJsselstreek een hoge archeologische verwachting. Voor het oostelijk deel geldt een gematigde verwachting. In het bestemmingsplan Buitengebied Oude IJsselstreek 2017 is het plangebied niet opgenomen. Direct buiten het plangebied geldt een Waarde – Archeologische Verwachting 1. Voor deze zones moet ongeacht de omvang en diepte van de bodemingrepen een archeologisch rapport overlegd worden indien de geplande bodemingrepen meer dan 250 m² bedragen en dieper reiken dan 30 cm-mv.</p><p>Conclusie Binnen het hoger gelegen noordelijk deel van het plangebied is sprake van een terrasvlakte met poldervaaggronden in lichte zavel. Het zuidelijk deel is gekarteerd als een terrasrest-rug met ooivaaggronden in lichte zavel. De noordelijke grens van het plangebied wordt gevormd door de Aa-Strang, welke tot vóór 1937 een iets andere loop kende. Historisch kaartmateriaal geeft aan dat vanaf minstens 1822 bebouwing in het plangebied heeft gestaan. Aannemelijk is echter dat deze bebouwing al ouder is. De onbebouwde delen van het plangebied zijn in gebruik geweest als bouwland en weiland. Echter, vanaf circa 1988 is vrijwel het gehele zuidelijk-centrale deel van het plangebied bebouwd. Deze bebouwing is inmiddels recentelijk gesloopt. De trefkans op nederzettingen vanaf het Paleolithicum tot aan de Nieuwe Tijd kan als hoog worden ingeschat. Het zuidelijk deel van het plangebied is hoog gelegen en water bevindt zich in de directe nabijheid. Het is een gunstige verblijfplaats geweest voor jagers/verzamelaars en landbouwende samenlevingen. In het plangebied geldt daarnaast een specifieke archeologische verwachting voor infrastructuur (o.a. paden, bruggen, versterkingen).</p><p>Selectieadvies Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek wordt de kans aanwezig geacht dat er binnen het plangebied archeologische resten aanwezig kunnen zijn. Hamaland Advies adviseert daarom om een verkennend booronderzoek uit te voeren op de plaatsen waar daadwerkelijk grondroeringen gaan plaatsvinden, om de bodemopbouw en de mate van intactheid van de bodem in het plangebied te kunnen toetsen. Voor aanvang van het veldonderzoek dient een Plan van Aanpak opgesteld te worden.</p><p>Selectiebesluit Op 10 december 2020 heeft mw. A. Lugtigheid (ODA) de conceptrapportage van het bureauonderzoek beoordeeld. De opmerkingen zijn verwerkt in het definitieve rapport van het bureauonderzoek. Het selectieadvies van Hamaland Advies wordt overgenomen. Daar waar de bodem meer dan 30 cm-mv verstoord wordt, zal een verkennend booronderzoek plaats moeten vinden. Dit betreft ook de locatie waar 1 hectare bos gepland is, omdat de bomen een diepe bodemverstoring veroorzaken.</p><p>Voorbehoud Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het archeologisch onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen.</p><p>Verder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (artikel 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: ‘Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister’. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort en de adviseur van gemeente Oude IJsselstreek (mw. A. Lugtigheid van de ODA).</p>
提供机构:
Hamaland Advies
创建时间:
2021-01-05
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务