Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. boringen Europarcs De Wiedense Meren, Ronduite, Wanneperveen, gemeente Steenwijkerland
收藏DANS Data Station Archaeology2022-01-27 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X9G-5FAU
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Bureauonderzoek Het plangebied ligt in een laaggelegen, natte omgeving. Voor de aanvang van de veengroei lag het plangebied in een laaggelegen dekzandvlakte die mogelijk wel begaanbaar was tijdens het (laat-)paleolithicum en mesolithicum, maar ingeklemd tussen hogere gronden en met een absolute dekzandhoogte van 2,5 m -NAP zal het gebied snel zijn vernat en zullen de vestigingsmogelijkheden minimaal zijn geweest.</p><p>De archeologische verwachting voor het plangebied bestaat afgaande op waarnemingen in de omgeving en de historische ontwikkelingen uit bewoningsresten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Het betreft hier een hoge verwachting. Voor alle overige perioden en complextypen geldt een lage verwachting: het dekzand is laaggelegen en het veenpakket is vermoedelijk grotendeels vergraven. Voor de late middeleeuwen / nieuwe tijd worden met name resten van huisplaatsen in combinatie met ontginningsactiviteiten en akkerontwikkeling verwacht zoals greppels en sloten, wegen, etc. Tevens kunnen infrastructurele resten worden aangetroffen, bijvoorbeeld beschoeiingen, oude dijklichamen, etc. Ook kunnen resten aanwezig zijn van militaire infrastructuur (aardwerken).</p><p>Resultaten booronderzoek De boringen zijn regulier tot het dekzand doorgezet, met uitzondering van boring 02 en 07 die op een ondergronds obstakel stuitten (puin of kabel/leiding). Het dekzand is overal aanwezig op een diepte van circa 2,5 m -mv (circa 3 m -NAP) en bestaat daar uit een venig AC-profiel of een venig (vroeg vernat) podzolprofiel. Boven het dekzand ligt een veenlaag die vaak is afgedekt door een dik pakket opgebracht grond, maar in een enkele boring al vanaf 0,2 m-mv aanwezig is (boring 03, de veenlaag is daar 2,1 m dik). Het veen bestaat uit rietveen en zeggeveen en incidenteel zijn kleilaagjes aanwezig in het veen (1,7 m -mv in boring 03; 2,3 m -mv in boring 01). In enkele boringen is het veen uiterst slap en bestaat deze slechts uit een ‘spons’ van plantenresten: daar betreft het vermoedelijk kragge (verlanding van petgaten, zoals boring 08 en 05). Het onderzoek is echter te grofmazig om te bepalen waar deze petgaten precies hebben gezeten. De bovengrond bestaat uit een opgebrachte laag zand. Een groot deel van dit zand is zeer recent opgebracht of omgezet ten behoeve van de herinrichting. In de voorgaande situatie zal dit of een vergelijkbaar opgebracht zandpakket reeds aanwezig zijn geweest. Bij de herinrichting wordt daarom vrijwel alleen in deze (opgebrachte) bovengrond gegraven.</p><p>Enkele boringen wijken af van bovenstaande beschrijving, dit betreft boring 11 tot en met 14. Deze vallen op door de afwezigheid van veen in het profiel. De zandprofielen lopen hier door tot 3 m -mv (einddiepte boringen). Dit zandpakket is redelijk ‘schoon’, zonder bijzondere bijmengingen, maar toch komen plaatselijk hierin wel veenbrokken voor. Het pakket wordt beschouwd als een opgebracht pakket. Vermoedelijk is dit zand in het verleden opgebracht in de vorm van een strekdam of kade om de vaargeul (Aardenburgergracht) in stand te houden.</p><p>Selectieadvies Wij adviseren het plangebied vrij te geven voor het voorgenomen werk. Hierbij zullen naar verwachting geen archeologische resten geschaad kunnen worden. Dit betreft een selectieadvies.</p>
提供机构:
Antea Group
创建时间:
2022-01-26



