Archeologisch bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase: Frisostraat 17, ‘s-Gravendeel , Gemeente Binnenmaas
收藏DANS Data Station Archaeology2017-01-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XZD-P2JR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied is gelegen op welvingen in getijafzettingen. Voor het plangebied geldt een middelhoge verwachting op archeologische sporen uit de Nieuwe tijd. Archeologische sporen uit de Nieuwe tijd (vanaf 1593 na Chr.) worden verwacht aan of nabij het maaiveld. Op basis van historisch kaartmateriaal zullen deze sporen voornamelijk gerelateerd zijn aan landbewerking. Nabij de weg kunnen resten van bebouwing voorkomen. De lage of sterk wisselende grondwaterstanden maken dat de omstandigheden relatief ongunstig zijn voor het aantreffen van (onverkoolde) organische vondsten en paleo-ecologische resten. Anorganische vondsten kunnen wel in goede staat voorkomen. Tussen de Sint Elisabethsvloed in 1421 en de inpoldering in 1593 stond het plangebied onder invloed van water. Uit die periode worden geen archeologische resten verwacht. Voor de periodes daarvoor geldt een lage archeologische verwachting. Ook toen stond het gebied vermoedelijk onder invloed van de zee. De afzettingen in het plangebied zullen relatief ongunstig zijn geweest voor bewoning in verhouding tot de naar het noorden gelegen stroomrugafzettingen. Naar verwachting zullen delen van het plangebied verstoord zijn door de aanleg van bebouwing, infrastructuur en kabels en leidingen. In hoeverre de bodem ter plaatse van de nu nog onbebouwde delen intact is, is niet bekend. Het booronderzoek heeft de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek bevestigd. In het plangebied kunnen alleen archeologische resten worden verwacht van na de inpoldering in 1593. Voor alle perioden daarvoor is de archeologische verwachting laag of zeer laag. Archeologische resten uit de Nieuwe tijd kunnen voorkomen in het ophoogdek, dan aanwezig is vanaf het maaiveld tot een gemiddelde diepte van 0,6 m –mv (-1,1 m NAP). De kans is echter groot dat dit ophoogdek bij de realisatie van de huidige bebouwing in en na 1942 volledig verstoord is geraakt en dat resten van eventuele oudere bebouwing niet meer aanwezig zijn. Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van oudere bebouwing in de vorm van funderingsresten of lagen met veel bouwmateriaal.</p>
提供机构:
IDDS archeologie
创建时间:
2017-01-01



