Kavelsloot 3, Reevediep, gemeente Kampen
收藏DANS Data Station Archaeology2017-09-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-27G-XJXA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>ADC ArcheoProjecten heeft een Inventariserend veldonderzoek uitgevoerd op de locatie Kavelsloot 3, gemeente Kampen. Aanleiding is de voorgenomen verbreding van een sloot. Op basis van het bureauonderzoek werd een begraven pleistoceen dekzandlandschap in de ondergrond verwacht, waarin archeologische resten uit de prehistorie kunnen voorkomen. Oorspronkelijk heeft zich in het dekzandoppervlak een (podzol)bodem gevormd. Door erosie (onder meer als gevolg van erosiegeulen) kan deze bodem plaatselijk zijn aangetast. Die gebieden waar in het dekzandoppervlak nog minimaal een B-horizont is overgebleven (dus die niet dieper dan de Bhorizont verspoeld/afgetopt zijn geraakt), zijn archeologisch relevant en behouden hun archeologische verwachting (in tegenstelling tot zones waar het dekzand tot grote diepte is aangetast en waar het potentieel archeologisch niveau dus is verdwenen). In deze gebieden kunnen archeologische resten uit de periode vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de IJzertijd aanwezig zijn. Uit een proefsleuvenonderzoek ter plaatse van de Hanzelijn blijkt dat het dekzand in de omgeving van het plangebied na de Midden-IJzertijd overgroeid raakte met veen. Daarbij moet overigens worden opgemerkt dat de mogelijkheden voor menselijke activiteiten op het dekzandoppervlak naarmate de zeespiegelstijging vorderde, steeds verder beperkt werden tot de hogere delen van het dekzandlandschap. Zo bevond de grondwaterspiegel zich rond 1500 v. Chr. rond 2,40 m –NAP en rond 1000 v. Chr. rond 1,40 m –NAP. De oudste resten kunnen in theorie dus overal in het dekzandlandschap (voor zover intact) worden verwacht, terwijl de jongste resten uit de IJzertijd alleen in de allerhoogste delen van het dekzandlandschap kunnen worden aangetroffen. Op basis van enkele booronderzoeken enkele honderden meters ten zuidwesten en zuidoosten van het plangebied bevindt de top van het dekzand zich tussen 1,7 en 3,25 m –NAP. Mogelijk werd het plangebied dus reeds gedurende de Bronstijd te nat voor bewoning. Teneinde deze verwachting te toetsen en aan te vullen werd in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van dit onderzoek is vastgesteld dat de top van het dekzand zich op 1,4 tot 2,6 m –mv bevindt. Binnen het dekzand is een vrijwel intact podzolprofiel aangetroffen. Het dekzand wordt afgedekt met een veenpakket met hierop een dunne, grotendeels verstoorde laag komklei en overslagafzettingen. In het zuiden en uiterste noorden bevindt het dekzand zich op 1,4 m –mv, terwijl dit in het middendeel wegduikt tot maximaal 2,6 m –mv. Op basis van de diepteligging kon in de hogere delen waarschijnlijk gewoond worden tot in de Bronstijd. Het lagere deel was in de Bronstijd waarschijnlijk al te nat voor bewoning. De A-horizont (top van het mogelijke vondstniveau) bevindt zich op 140 à 260 cm –mv (1,4 tot 2,6 m –NAP). De C-horizont (mogelijk sporenniveau) bevindt zich op 170 à 280 cm –mv (1,7 tot 2,8 m –NAP). In het kader van de slootverbreding zal de bodem tot 1,55 m –NAP ontgraven worden. De zone waar het dekzand bereikt zal worden tijdens de graafwerkzaamheden, heeft een totale lengte van ca. 105 m. Aangezien de sloot een langzaam aflopend profiel heeft, zal echter maar een deel van de sloot tot in het dekzand uitgegraven worden. Op basis van de ontwerptekening (zie afb. 3) zal de breedte van dit deel ca. 1,5 m zijn, waardoor de totale oppervlakte van de verstoring van het dekzandlandschap minder dan 200 m2 zal zijn. Bovendien zal de informatiewaarde van eventuele vindplaatsen, vanwege de tracévorm van het plangebied naar verwachting laag zijn. Een eventueel sporenniveau bevindt zich op minstens 1,7 m –mv en dit niveau zal dus niet verstoord worden door de bodemingreep. Om deze redenen wordt een archeologisch vervolgonderzoek in dit geval niet zinvol geacht.</p>
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2017-09-21



