five

Prinses Beatrixlaan, Delft Gemeente Delft: Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase

收藏
DANS Data Station Archaeology2022-04-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XAR-6R4B
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Gebiedsmanagers B.V. heeft IDDS Archeologie in oktober 2021 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd aan de Prinses Beatrixlaan in Delft, gemeente Delft. De noodzaak tot het archeologisch onderzoek komt voort uit het bureauonderzoek. Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en zo nodig aanvullen van de gespecificeerde verwachting. Daarnaast wordt inzicht verkregen in de vormeenheden van het landschap in het plangebied, voor zover deze vormeenheden van invloed kunnen zijn geweest op de bruikbaarheid van de locatie door de mens in het verleden. Op basis van de resultaten van het onderzoek kunnen kansarme zones van het plangebied worden uitgesloten en kansrijke zones worden geselecteerd voor behoud of voor vervolgonderzoek.<br>In het plangebied zijn 10 boringen gezet met een diepte die varieert van 2,7 tot 4,3 m beneden het maaiveld. Deze boringen zijn uitgevoerd op de plek waar het nieuwe riool zal worden aangelegd in een open ontgraving. De onderlinge afstand tussen de meeste boringen is 25 m. boorpunten 1, 2 en 5 zijn verplaatst in verband met kabels/leidingen of asfalt. Hierdoor ligt de onderlinge afstand tussen enkele boringen op 15 tot 35 m. In verband met een strook asfalt in de middenberm is boorpunt 1 ca. 11 m naar het noorden verplaatst. Boorpunt 1 ligt hierdoor in een deel van het tracé dat via een gestuurde boring zal worden aangelegd. Er is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm voor dat deel van de ondergrond dat zich bevindt boven de grondwaterspiegel. Voor het deel onder de grondwaterspiegel is gebruik gemaakt van een guts (doorsnede 3 cm).<br>Het landschap in het deel van plangebied dat met boringen is onderzocht heeft zich ontwikkeld van een getijdegebied vergelijkbaar met de huidige Waddenzee, via een veengebied naar opnieuw een getijdegebied. In het noordelijk deelgebied is het veengebied grotendeels diep ingesneden door een kreekgeul. In het uiterste zuiden van dat deelgebied en in het zuidelijk deelgebied heeft er weinig tot geen insnijding plaatsgevonden. Deze kreekgeul is uiteindelijk verland en opgevuld met een sterk gelaagd sedimentpakket. Na het verdwijnen van de kreekgeul is het landschap ontgonnen door de mens en is in de top van de kreekafzettingen een bodem ontstaan. Vervolgens is het plangebied verstoord voor de huidige inrichting van het terrein.<br>Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat er in het plangebied één potentieel archeologisch niveau aanwezig is. Dat niveau betreft de ondergrens van de oude bouwvoor en de oude bouwvoor zelf. Op basis van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek kan het advies worden verdeeld in drie verschillende zones.<br>Zone 1: advies voor vervolgonderzoek bij bodemverstorende werkzaamheden die dieper reiken dan 0,6 m -mv (-1,5 m NAP).<br>Zone 2: advies voor geen verder archeologisch onderzoek voor de voorgenomen gestuurde boringen zoals die bekend zijn ten tijde van het huidige onderzoek. Voor toekomstige bodemverstorende werkzaamheden wordt geadviseerd een archeologisch booronderzoek uit te voeren. Zone 2 betreft het deel van het tracé van het nieuwe riool dat in het huidige onderzoek niet is onderzocht.<br>Zone 3: advies voor geen verder archeologisch onderzoek.<br>Op basis van de aard van de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden, aanleg nieuwe rioolleiding via open ontgraving, adviseert IDDS Archeologie om dat vervolgonderzoek in zone 1 uit te laten voeren in de vorm van een archeologische begeleiding tegelijkertijd met die werkzaamheden. Door de voorgenomen bodemverstorende werkzaamheden archeologisch te begeleiden hoeft er niet meerdere malen verkeersmaatregelen te worden geregeld om die werkzaamheden uit te voeren in de middenberm van de Prinses Beatrixlaan.<br>IDDS Archeologie adviseert om bij die archeologische begeleiding laagsgewijs te verdiepen vanaf 0,6 m -mv (-1,5 m NAP). Het doel van het laagsgewijs verdiepen is om archeologische vondsten in de oude bouwvoor te kunnen opsporen. Bovendien adviseert IDDS Archeologie om laagsgewijs te verdiepen tot aan de onderzijde van de oude bouwvoor (tussen 1,3 en 1,8 m -mv; -2,2 en -2,9 m NAP). Vervolgens wordt adviseert om aan die onderzijde van de oude bouwvoor een vlak aan te leggen om archeologische sporen te kunnen lokaliseren.</p>
提供机构:
IDDS Archeologie
创建时间:
2022-04-22
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务