five

Bureauonderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied Ter Stegestraat en Averbergen e.o. te Olst, gemeente Olst-Wijhe

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-28p-3gd4
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Buro Ontwerp & Omgeving een archeologisch bureauonderzoek opgesteld en verkennend booronderzoek uitgevoerd voor het plangebied Ter Stegestraat en Averbergen e.o. te Olst, gemeente Olst-Wijhe. De geplande ontwikkeling betreft een nieuwe fietstunnel onder het spoor. Er zijn twee varianten. Variant A, doorrijhoogte 3,00 m, heeft de grootste oppervlakte en diepste ligging. Deze is als basis genomen voor het onderhavige onderzoek. Het plangebied heeft een oppervlakte van 3.700 m². De nieuwe verstoringsdiepte door de fietstunnel bedraagt op zijn diepste punt meer dan 7,00 m-mv. De minimale verstoring door het cunet aan het begin en eind van de tunnelbak bedraagt ten minste 0,50 m-mv. Voor deze ontwikkeling is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Het plangebied ligt volgens de Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Olst-Wijhe deels in een gebied met een hoge archeologische verwachting binnen de dorpskern van 1832. Ook ligt het deels in een gebied met een lage verwachting. Voor het plangebied geldt de hoogste verwachting als leidraad om te bepalen of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk bij plangebieden groter dan 100 m² en bij bodemingrepen dieper dan 50 cm.De grondwerkzaamheden zijn verstorend voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Vanwege de overschrijding van de vrijstellingsgrens is door Hamaland Advies een bureauonderzoek conform de BRL SIKB 4002 uitgevoerd waarbij een gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld en advies voor vervolgonderzoek is geformuleerd. Daarnaast is om de mate van intactheid van de bodem en de bodemopbouw ter plaatse van het plangebied te toetsen een verkennend booronderzoek uitgevoerd conform KNA versie 4.1, specificatie VS03 en het protocol BRL SIKB 4003.ConclusieOp grond van de bestudeerde bronnen kon geconcludeerd worden dat het plangebied een middelhoge verwachting heeft voor archeologische resten uit alle perioden. De mogelijkheid is dat er in het plangebied rivierklei van de Formatie van Echteld op dekzand van de Formatie van Boxtel, laagpakket van Wierden op grofzandige grindrijke afzettingen van de Formatie van Kreftenheye aanwezig is. Het plangebied is vanaf de eerste kaarten voor het overgrote deel altijd agrarisch in gebruik geweest. In het zuidelijke deel van het plangebied was het voormalige erf van ‘Heer van Greves Hofstede’ gelegen die in 1934 is afgebroken. Deze hofstede kent zijn oorsprong in de Late Middeleeuwen.Het verkennend booronderzoek heeft aangetoond dat de hoge archeologische verwachting voor het plangebied deels wel en deels niet gerechtvaardigd is. Binnen het plangebied is in twee boringen een oude akkerlaag aanwezig, maar hierin zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Ter plaatste van het verwachte voormalige erf van ‘Heer van Greves Hofstede’ zijn de boringen gestuit op puin of op beton. Door het stuiten van de boringen zijn indicatoren van dit erf niet aangetroffen. Het valt echter niet uit te sluiten dat er potentieel nog resten van dit erf aanwezig kunnen zijn in de bodem. Binnen het plangebied is in boring 5 een goed ontwikkelde laklaag aangetroffen, maar door de diepteligging van 190 cm-mv ligt deze vegetatiehorizont buiten het bereik van de geplande werkzaamheden. De verwachte bodemopbouw binnen het plangebied komt goed overeen met de aangetroffen bodems. In de niet gestuite boringen is sprake van rivierklei (komafzetttingen) van de Formatie van Echteld op pleistocene rivierafzettingen van de Formatie van Kreftenheye. In de boringen is geen dekzand aangetroffen behorende tot de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden.SelectieadviesOp grond van de onderzoeksresultaten is het advies tweeledig.-Voor het deel ten noorden van de toekomstige spoortunnel:Hamaland Advies adviseert vanwege de diepte van de aangetroffen bodemverstoringen ten noorden van de toekomstige spoortunnel en het ontbreken van duidelijke cultuurlagen binnen het noordelijk deel van het plangebied (zie groene kader in bijlage 3) om dit deel van het plangebied vrij te geven (geen vervolgonderzoek).-Voor het deel ten zuiden van de toekomstige spoortunnel:De boringen ter plaatse van het voormalige erf van ‘Heer van Greves Hofstede’ aan de zuidzijde van de toekomstige spoortunnel zijn voortijdig gestuit in ondoordringbare puinlagen. Of de puinlagen te relateren zijn aan de voormalige bebouwing op dit erf, valt vooralsnog niet te achterhalen. Op voorhand kan daardoor niet uitgesloten worden dat er nog resten aanwezig zijn van dit historische erf. Daarvoor is gravend onderzoek noodzakelijk, bijvoorbeeld door het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek binnen het te ontgraven deel van de spoortunnel in combinatie met de ontgraving van het tracé voor de calamiteitenroute aan de zuidzijde van de spoortunnel (zie blauwe kader in bijlage 3). De exacte onderzoeksmethodiek dient verder afgestemd te worden met de archeologisch adviseur van gemeente Olst (dhr. E. Mittendorff).SelectiebesluitDe resultaten en aanbevelingen uit de rapportage van het bureauonderzoek zijn op 5 augustus 2019 getoetst door de archeologisch adviseur van de gemeente Deventer (dhr. E. Mittendorf). De opmerkingen zijn verwerkt in deze rapportage. De resultaten van het veldonderzoek en het selectieadvies zijn op 21 januari 2020 getoetst door dhr. Mittendorff. Deze opmerkingen zijn eveneens verwerkt in deze aangepaste versie. Het conceptrapport (versie 1.3) is op 28 januari 2020 opnieuw beoordeeld door de dhr. E. Mittendorff en akkoord bevonden. De heer Mittendorff adviseert de gemeente Olst-Wijhe dan ook het selectieadvies uit de rapportage over te nemen in het selectiebesluit.VoorbehoudVerder dient te allen tijde bij het afgeven van een omgevingsvergunning de wettelijke meldingsplicht (ex artikel 5.10 van de Erfgoedwet) kenbaar te worden gemaakt, om het documenteren van toevalsvondsten te garanderen: “Degene die anders dan bij het doen van opgravingen een zaak vindt waarvan hij weet dan wel redelijkerwijs moet vermoeden dat het een monument is (in roerende of onroerende zin), meldt die zaak zo spoedig mogelijk bij onze minister”. Deze aangifte dient te gebeuren bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. Het verdient aanbeveling ook de archeologisch adviseur van de gemeente Olst (drs. E. Mittendorff) hiervan per direct in kennis te stellen.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务