Inventariserend Veldonderzoek verkennende fase: Blankenburgverbinding – locatie werkweg depotlocatie 23 Gemeente Vlaardingen.
收藏DANS Data Station Archaeology2020-01-08 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2CJ-A2D6
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>KSP Archeologie heeft een archeologisch inventariserend veldonderzoek, verkennende fase uitgevoerd voor de aanleg van een werkweg naar depot 23 voor het project Blankenburgverbinding (gemeente Vlaardingen). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de ruimtelijke procedure.</p><p>Uit de quickscan is gebleken dat ter plaatse van de nieuwe werkweg archeologische vindplaatsen kunnen worden verwacht vanaf ca. 30 – 50 cm beneden maaiveld in verband met de aanwezigheid van kreeklopen. Er geldt een hoge verwachting voor huisplaatsen uit de IJzertijd, Romeinse tijd en de Late Middeleeuwen.</p><p> Op basis van de bodemopbouw die tijdens het booronderzoek is aangetroffen, zijn binnen het plangebied twee kansrijke zones aanwezig voor een vindplaats. Dit betreft de oostelijke zone (boring 5 – 12) waar een veraarde veenlaag is aangetroffen op 0,6 – 0,9 m beneden maaiveld (rond 3,0 m -NAP) en de centrale zone (boring 15 t/m 25) waar een kreekloop aanwezig is bestaande uit een geul met oevers aan weerzijden. Ter plaatse van de kreek kunnen op een dieper niveau vondsten worden verwacht in de restgeul en/of zwartige laag vanaf 1,2 – 1,5 m beneden maaiveld (rond 3,0 m -NAP). De top van de zandige oeverafzettingen reikt tot dicht aan het maaiveld, dus een mogelijk nederzettingsterrein kan direct onder de bouwvoor worden verwacht. Het westelijke deel van het plangebied wordt op basis van de afwezigheid van potentiële archeologische lagen in de vorm van veraarde veenlagen, bodemhorizonten en/of oeverafzettingen aangemerkt als kansarm voor een archeologische vindplaats.</p><p>De opdrachtgever heeft aangegeven dat rekening gehouden zal worden met het ondiep liggende potentiële niveau door geen graafwerkzaamheden uit te voeren, maar het weglichaam direct op het maaiveld op te brengen. Daarvoor zal op het maaiveld eerst een doek worden aangebracht. Dit zorgt voor stabiliteit van het weglichaam en minimaliseert de zetting/vervorming van de onderliggende bodemlagen. De bodem ter hoogte van deze centrale zone bestaat bovendien uit overwegend siltige tot zandige kleilagen, waardoor het risico op zetting door het 60 cm dikke grondpakket als laag wordt ingeschat. In de westelijke kansrijke zone bestaat de bodem hoofdzakelijk uit veenlagen en ligt het potentiële niveau in de top van een veenlaag vanaf 0,6 – 0,9 m beneden maaiveld. Deze zone is gevoeliger voor zettingsverschijnselen. Het op te brengen grondpakket van 60 cm met daaronder een doek betreft echter een relatief kleine belasting voor de bodem. Onderzoek heeft laten zien dat ophogingen vanaf meer dan 2,0 m pas leiden tot vervormingen en schade aan kwetsbare archeologische resten (Muller e.a. 2014). Bovendien worden de zettingsverschijnselen kleiner naarmate je dieper in de bodem komt. Vanwege de beperkte ophoging wordt dan ook niet verwacht dat eventueel aanwezige archeologische resten (lagen, sporen, vondsten) rond 0,6 – 0,9 m beneden maaiveld beschadigd raken. Op basis van de technische uitvoering van de werkweg en de beoordeling van het risico op zetting adviseert KSP Archeologie geen archeologisch vervolgonderzoek.</p>
提供机构:
KSP Archeologie
创建时间:
2020-01-09



