five

Zederik, Ameide, Peperstraat. Opgraving en archeologische begeleiding.

收藏
DataCite Commons2025-06-14 更新2025-06-14 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-zj8-ds45
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Van 12 oktober tot en met 6 november 2009 en van 16 tot en met 24 augustus 2010 is door BAAC bv een opgraving uitgevoerd binnen het plangebied Peperstraat te Ameide, gemeente Zederik. Daarnaast is op 21 en 24 januari 2011 een archeologische begeleiding uitgevoerd van de graafwerkzaamheden in de westelijke strook van het plangebied, die nog niet opgegraven was. De reden voor het archeologisch onderzoek is de geplande nieuwbouw van 7 senioren (huur)woningen en 12 koopwoningen.Het onderzoeksgebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Ameide en wordt grofweg omgeven door de Nieuwstraat, Fransestraat, J.W. van Puttestraat en Peperstraat. Het onderzoeksgebied bevindt zich letterlijk aan de voet van de Lekdijk. Ten tijde van het onderzoek was de locatie braakliggend. Er hebben zich op de locatie tot recentelijk tuingrond, een fruitloods en een aantal kleinere opstallen bevonden.In oktober 2006 zijn een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek door middel van boringen uitgevoerd. Vervolgens is in 2007 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Hierbij werden sporen aangetroffen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. Op grond daarvan is besloten tot de uitvoer van de onderhavige opgraving en archeologische begeleiding.Op het opgravingsterrein zijn sporen aangetroffen uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd, die kunnen worden toegewezen aan vijf vindplaatsen:Vindplaats 1: percelleringssysteemDe oudste op het terrein aangetroffen sporen betreffen de overblijfselen van de oorspronkelijke percellering zoals die was ontstaan tijdens de middeleeuwse ontginning. Het betreft hier vier parallelle circa oost-west lopende diepe sloten die percelen vormden met een breedte van ongeveer 18 meter. De aanleg van het percelleringssysteem wordt gedateerd rond 1300-1325. De sloten waterden af op een brede sloot, één van de noord-zuid lopende sloten die vanaf de Lek werden gegraven om het gebied te ontginnen. Het oorspronkelijke verkavelingssysteem is in ieder geval tot in de 19e eeuw nog herkenbaar gebleven, maar de sloten zelf hebben slechts open gelegen tot in de 15e of mogelijk 16e eeuw.De oorspronkelijke percelen die tijdens de ontginning waren ontstaan, werden in de loop der jaren opgesplitst in smallere en kortere percelen die werden begrensd door greppels en palenrijen. Een deel van de greppels was al in gebruik sinds de aanleg van het slotensysteem.Vindplaats 2: rootkuilen en rootgreppelsVanaf ongeveer een eeuw na de ontginning hebben er op de percelen ambachtelijke activiteiten in de vorm van het roten van vlas plaatsgevonden. Dit roten gebeurde in grote rechthoekige kuilen met een diepte van ongeveer 1 meter. Hierbij werden de van hun zaadbollen ontdane vlasstengels in het water gezet, waardoor de vezels loskwamen van de bast en deze vezels verder verwerkt konden worden. Om er voor te zorgen dat de vlasstengels onder water bleven, werd het vlas afgedekt met graspollen.De aangetroffen kuilen hadden een vrij schone vulling bovenin en een compacte donkere humeuze laag op de bodem van de kuil. Ze dateren uit de 14e en 15e eeuw. De kuilen zijn later gedempt; hierop wijst de vrij schone vulling. In één van de kuilen is toen ook een gebruikte muizenval gegooid.Naast de rootkuilen zijn ook minimaal twee rootgreppels uit de 14e – 15e eeuw aangetroffen, die sterk lijken op de rootkuilen. Het roten vond dus zowel plaats in greppels als in speciaal daarvoor gegraven kuilen.Vindplaats 3: sporen van bewoning uit de middeleeuwenUit dezelfde periode als de rootkuilen en –greppels stammen ook drie waterputten, die zich bevinden achter de bebouwing aan de Nieuwstraat. Het betreft drie tonputten, tweemaal gedateerd in het laatste kwart van de 14e eeuw en eenmaal in het midden van de 14e eeuw.Bebouwingsresten uit de periode van de waterputten zijn niet teruggevonden, alleen latere resten (zie vindplaats 4). Deze zijn niet aangetroffen omdat ze zich waarschijnlijk buiten de opgegraven zone bevinden (vlak langs de Nieuwstraat), en/of omdat de oorspronkelijke middeleeuwse bebouwing in de nieuwe tijd is afgebroken en de stenen toen hergebruikt zijn.Vindplaats 4: sporen van bewoning uit de nieuwe tijdEr zijn resten van bebouwing uit de nieuwe tijd langs de Peperstraat aangetroffen. Het betreft hier delen van de achter- en zijgevels van nu verdwenen bebouwing, die nog wel zichtbaar was op de kadastrale kaart uit 1822. Ook zijn er resten van bebouwing langs de Nieuwstraat aangetroffen, bestaande uit een zij- en achtergevel van een woning en de resten van een schuurtje, alle zichtbaar op de kadastrale kaart uit 1822. Er is sprake van secundair gebruik bouwmateriaal uit de late middeleeuwen.Tot de bebouwing aan de Nieuwstraat moeten ook drie beerputten gerekend worden. Eén daarvan is in gebruik geweest vanaf het midden van de 16e eeuw of later, en is in de tweede helft van de 18e eeuw dichtgestort. De beerput is waarschijnlijk dichtgestort, op het moment dat men de woning aan de Nieuwstraat naar achteren toe uitbouwde. Ook een van de waterputten is toe te schrijven aan de steenbouw langs de Nieuwstraat. Het betreft hier een waterput gemaakt van houten tonnen, die gedateerd is in het derde kwart van de 17e eeuw tot laatste kwart van de 17e eeuw.Vindplaats 5: dierbegravingenIn de 18e – 19e eeuw hebben op het terrein meerdere dierbegravingen plaatsgevonden. Hierbij waren de dieren, meestal runderen, veelal in anatomisch verband in ondiepe kuilen begraven op percelen die in 1822 in gebruik waren als tuin. Er werden ook jongere dieren begraven. Het zal gaan om zieke dieren, die niet meer geschikt waren voor consumptie. Mogelijk bestaat er een verband met de uitbraak van runderpest.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2015-06-11
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务