N18 Groenlo – Enschede Erf 11 Lindveldseweg Sporen uit de late Nieuwe Tijd ter hoogte van de Lintveldseweg te Eibergen, gemeente Berkelland, provincie Gelderland. Opgraving Erf 11 in het trace van de N18 Nieuwe Twenteroute tussen Groenlo en Enschede
收藏DANS Data Station Archaeology2025-05-26 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/ZWSGLJ
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van Rijkswaterstaat Oost-Nederland heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie als onderaannemer van Noaber18 in 2016 en 2017 op negen locaties archeologische opgravingen uitgevoerd in het noordelijk deel van het tracé van de nieuw aan te leggen N18, de Nieuwe Twenteroute, tussen Varsseveld en Enschede. Daarnaast heeft een archeologische begeleiding van specifieke tracédelen plaatsgevonden. De in dit rapport besproken locatie betreft de opgraving van Erf 11 ter hoogte van de Lintveldseweg te Eibergen, gemeente Berkelland, in de provincie Gelderland. In 2012 is bij het proefsleuvenonderzoek op deze locatie een aantal (paal)kuilen tevoorschijn gekomen die mogelijk een deel van een structuur vormen. Een interpretatie wordt door de onderzoekers niet gegeven, maar door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is de suggestie aangedragen dat deze structuur mogelijk onderdeel van een laatmiddeleeuwse schaapskooi zou kunnen zijn. Deze veronderstelling vormde de aanleiding tot de hier gerapporteerde opgraving. Er is binnen het onderzoeksgebied sprake van een afgetopte bodemopbouw (AC-profiel). In het zuidelijk deel van de werkput zijn drie boomvallen gedocumenteerd. Ook zijn enkele kleine recente verstoringen aangetroffen. In de aangetroffen antropogene sporen is echter geen configuratie herkend die kan worden toegewezen aan een schaapskooistructuur. Mogelijk ligt de begrenzing van de structuur aan de westzijde buiten het plangebied. Zoals de coupefoto's uitwijzen is er echter wel degelijk sprake van menselijke 'constructieactiviteit' ter plaatse. Hoewel door het ontbreken van vondstmateriaal geen uitspraak worden gedaan over de datering van de sporen, maken de sporen een sub-recente indruk (Nieuwe Tijd). De archeologische weerslag van schaapskooien, veldschuren, plaggenhutten en dergelijke structuren is slecht bekend omdat deze bouwsels vaak in de periferie, relatief ver van nederzettingslocaties zijn gelegen en derhalve slechts sporadisch worden opgegraven. Bovendien zal vaak sprake zijn van een 'eenvoudige' constructiewijze die typologisch lastig te vatten is. Voor Oost-Nederland worden mogelijke voorbeelden genoemd uit Deventer-Rielerenk, Deventer-Colmschate en Markelo. In Drenthe kan worden verwezen naar bijvoorbeeld Peelo-Derkinge. In Limburg staan veel schaapskooien afgebeeld op de Tranchotkaart (1803-1828), vaak afgebakend van de omgeving, mogelijk met een houtwal, greppel, hekwerk, heg, of iets dergelijks. Dit was zeer waarschijnlijk mede ingegeven door een toename van het aantal wolven in de regio in die periode. Een voorbeeld van een als schaapskooi gedetermineerde structuur is afkomstig uit Hapert-De Pan in Noord-Brabant. Geconcludeerd kan worden dat op de onderzoekslocatie sprake is van menselijke activiteit in de Late Nieuwe Tijd (19e eeuw) zonder dat daaraan een nadere interpretatie kan worden gegeven. Dit spoort met de constatering dat het omliggende heidegebied pas in deze periode grootschalig is ontgonnen zoals topografisch kaartmateriaal uit de 20e eeuw laat zien.</p>
提供机构:
Vestigia BV
创建时间:
2019-01-01



