Bitgummole, J.H. van Aismawei 93 (Gemeente Waadhoeke, Fr.) Een Inventariserend Archeologisch Bureauonderzoek en Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende en Karterende Fase
收藏DANS Data Station Archaeology2021-08-31 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XK5-NQZX
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van dhr. P. Bruinsma is een inventariserend archeologisch onderzoek uitgevoerd aan de J.H. van Aismawei 93 te Bitgummole, gemeente Waadhoeke, provincie Fryslân. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van een gastenverblijf met een oppervlakte van circa 60 vierkante meter. Hiervoor benodigde graafwerkzaamheden reiken dieper dan dertig centimeter en kunnen derhalve leiden tot aantasting van in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Het gebied valt onder het Bestemmingsplan Bitgum- Bitgummole 2017 en heeft een dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Deze waarde is afgeleid van de Friese Archeologische MonumentenKaart Extra (FAMKE), waar het gebied een status “streven naar behoud” heeft. Dit houdt in dat bij bodemverstoringen groter dan 50 vierkante meter archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Het om deze reden verrichte onderzoek bestaat uit een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Het onderzoeksgebied ligt in de historische dorpskern van Bitgummole. Hier geldt een archeologische verwachting voor archeologische resten uit de ijzertijd tot en met de nieuwe tijd. Uit de romeinse tijd/middeleeuwen zijn in de directe omgeving van het onderzoeksgebied meerdere vindplaatsen bekend. Op grotere afstand, maar wel op dezelfde kwelderrug als het onderzoeksgebied zijn ook vindplaatsen uit de ijzertijd bekend. Tevens zijn bij booronderzoeken in de omgeving cultuurlagen of aanwijzingen voor overslibde nederzettingen gevonden. Archeologische indicatoren kunnen bestaan uit humeuze / cultuurlagen of grondsporen zoals (paal)kuilen of greppels met daarin resten van aardewerk, bouwmateriaal, houtskool of metaal. Om het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, zijn zes gutsboringen gezet. Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied op een kwelderwal ligt waartegen vanuit het noorden (vanuit de Middelzee), getijde-afzettingen zijn gevormd. Vervolgens zijn over het gehele onderzoeksgebied oeverafzettingen ontstaan die zijn opgenomen in vergraven toplagen. De vorming van de vergraven toplagen is waarschijnlijk het gevolg van de bouw en sloop van een kleine bakstenen stal. Hierdoor is een pakket van zand en klei ontstaan met daarin sloopresten die bestaan uit baksteen en mortel. Het langdurig stallen van vee op deze locatie heeft tot de verrijking van de ondergrond met fosfaat geleid. Na de sloop van de stal heeft hier waarschijnlijk een depressie gelegen die vanuit de omliggende bomen opgevuld raakte met organisch materiaal en waarin vanuit de directe omgeving zand en klei inspoelde.</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2021-08-20



