Transect-rapport 2184: Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Enschede, Het Poolman. Gemeente Enschede.
收藏DANS Data Station Archaeology2019-04-25 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X8Y-K34Q
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In april 2019 is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan Het Poolman in Enschede (gemeente Enschede). De aanleiding voor het onderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning ten behoeve van de nieuwbouw van een bedrijfspand.</p><p>In het plangebied geldt in het vigerende bestemmingsplan ‘Stadsveld-Pathmos 2009’ een gebiedsaanduiding “archeologisch onderzoeksgebied b”. Een archeologisch onderzoek is verplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm -Mv. Dit betekent dat gezien de omvang (ruim 1,3 ha) en ontgravingsdiepte (>50 cm -Mv) van de voorgenomen bodemingrepen archeologisch vooronderzoek nodig is.</p><p>Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase.<br>Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting, dat wil zeggen het aan de hand van beschikbare en nieuwe informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en grondgebruik, bepalen van de kans dat binnen het plangebied archeologische resten kunnen voorkomen. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) is opgenomen. Aanvullende (cultuur)historische informatie is verkregen uit divers voorhanden historisch kaartmateriaal. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn onder andere de bodemkaart en beschikbaar geologisch-geomorfologisch kaartmateriaal geraadpleegd. </p><p>Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk bijstellen van de gespecificeerde archeologische verwachting, door het verzamelen van informatie over de feitelijke bodemopbouw, bodemreliëf en bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden geschikt was voor de mens. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O).</p><p>• Op basis van het bureauonderzoek is vastgesteld dat het plangebied een middelhoge archeologische verwachting heeft op de aanwezigheid van archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen. Dit is gebaseerd op de ligging van het plangebied in een reliëfrijk dekzandlandschap. In de omgeving van het plangebied ontbreken echter vooralsnog aanwijzingen van vindplaatsen.<br>• Op basis van historisch kaartmateriaal is vastgesteld dat het plangebied tot het einde van de 18e eeuw onbebouwd is geweest. In het begin van de 19e eeuw is in het zuiden van het plangebied een boerderij gebouwd met daaromheen hooi- en akkerland. De boerderij wordt in de loop van de 20e eeuw gesloopt en opgevolgd door verschillende bouwwerken verspreid in het plangebied. Vanwege het ontbreken van bebouwing op kaartmateriaal uit het einde van de 18e eeuw is in het plangebied sprake van een lage archeologische verwachting op de aanwezigheid van resten uit de Nieuwe tijd (15e tot 18e eeuw).<br>• Op basis van de resultaten van het veldonderzoek is vastgesteld dat het plangebied waarschijnlijk in een relatief natte dekzandvlakte ligt met ten dele verspoelde dekzandafzettingen. Dit is geconcludeerd op basis van het voorkomen van matig gesorteerd dekzand en het voorkomen van roestvlekken hoog in het bodemprofiel. De exacte landschappelijke opbouw van het plangebied is echter als gevolg van de hoge mate van verstoring niet precies vast te stellen, aangezien de oorspronkelijke top van het dekzand meer dan 50 cm diep verstoord is geraakt door bodemingrepen. Waarschijnlijk is de verstoring het gevolg van de bouw en sloop van de verschillende gebouwen die ooit in het plangebied hebben gestaan. Archeologisch gezien betekenen deze resultaten dat de kans op een intacte archeologische vindplaats in het plangebied klein is. De middelhoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek voor resten uit de periode Laat-Paleolithicum-Late Middeleeuwen is zodoende naar laag bij te stellen.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-04-26



