Ravenstein. Molensingel/Van Coothweg
收藏DANS Data Station Archaeology2012-09-11 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X34-QE5P
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Oss zijn de rioleringswerkzaamheden in de Molensingel en Van Coothweg in Ravenstein archeologisch begeleid volgens het protocol Archeologische Begeleiding bij beperkte verstoring. Beide straten bevinden zich binnen de noordwestelijke begrenzing van de voormalige vestingwerken. De geplande grondwerkzaamheden betekenden een potentiele bedreiging voor het bodemarchief ter plaatse, waarbij naast resten van de vestingwerken eveneens resten van het kasteel van Ravenstein konden worden verwacht. De archeologische begeleiding is uitgevoerd door BAAC bv.</p><p>Ravenstein ligt ten zuiden van de Maas, waarbij de geomorfologie en bodem door de rivier sterk is bepaald. Ravenstein zelf ligt grotendeels op een oude oeverwal, terwijl aan de zuid- en zuidwestzijde sprake is van een verlande meanderbocht. In de aanleg van de vestingwerken kunnen twee fasen worden onderscheiden. De eerste fase dateert mogelijk uit het eerste kwart van de 16e eeuw als onder de bezieling van Philips van Kleef de stad werd versterkt volgens het Oud-Italiaans stelsel. Hiervan zijn echter geen afbeeldingen bekend. In 1543 werden deze vestingwerken deels geslecht. In het begin van de 17e eeuw werd de tweede fase aangelegd, geheel in aardwerken, volgens het Oud-Nederlands stelsel. Deze vestingwerken werden rond 1675 door de Fransen geslecht. Archeologisch is het Kasteel Bolwerk aan de Maaszijde onderzocht, waarbij een datering in de 16e eeuw kon worden bevestigd. Bij aanleg van de riolering bij de molen in de jaren 60 werden eveneens muren gevonden, maar hier is toen geen nader onderzoek naar gedaan. Ook op het voormalige bastion Famars zijn bij graafwerkzaamheden muurresten aangetroffen.</p><p>In het kader van het project werd de oude riolering vervangen door een gescheiden afvoer van vuil water en hemelwater. Tevens werden nieuwe huisaansluitingen aangelegd. Door de beperkte ruimtelijke omstandigheden en de diepe ligging van het oude riool waren de mogelijkheden tot een goede documentatie vaak gering.</p><p>Bij de begeleiding werden zeven archeologische sporen gedocumenteerd en werd op meerdere plaatsen de bodemopbouw vastgelegd. In de bodemopbouw werden voornamelijk ophogingslagen vastgesteld die gerelateerd konden worden aan het slechten van de vestingwerken in 1675. De aangetroffen fasering in de bodenopbouw kon echter niet nader gedateerd worden.</p><p>De gedocumenteerde sporen bestonden uitsluitend uit bakstenen muurresten. Twee ervan (S6 en S7) konden eenduidig als relatief jong worden geduid aan de hand van de machinale bakstenen en betroffen een afwateringsputje en Archeologische begeleiding (AB-bv) 50 de fundering van een schuurtje. De overige muren (S1 t.e.m. S5) moeten op grond van de aanwezige baksteenformaten en gebruikte mortel als 16e eeuws worden gedateerd en zijn daardoor te relateren aan de oudste fase van de vestingwerken. Door de kleinschaligheid van het onderzoek kon niet altijd een eenduidige functie van de aangetroffen muren worden bepaald. Muur S1 kan mogelijk geïnterpreteerd worden als het restant van een kazemat. De muren S2, S3 en S4 zijn mogelijk aan elkaar gerelateerd. De muren S2 en S3 hebben samen een overwelfde gang gevormd, terwijl muur S4 de ingang aan de stadszijde markeerde. Muur S5 werd gezien als mogelijk het restant van een zogenaamde caponnière, een meerhoekige uitbouw aan de voet van een wal ter flankering van de gracht.</p><p>Op basis van enkele geringe vondsten kon het zwaartepunt van de datering van enkele bodemlagen tussen 1650 en 1700 gedateerd worden. Dit betreft met name de ophogingslaag in het zuidelijk deel van de Van Coothweg. De aanwezigheid van enkele bot- en glasfragmenten duidt erop dat ook stadsafval is gebruikt als ophogingsmateriaal. Deze datering past in het historisch bekende beeld van het slechten van de vesting door de Fransen in 1675.</p><p>De conclusie van het onderzoek luidt dat ook kleinschalige onderzoeken en waarnemingen een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan de completering en nadere invulling van het historisch bekende beeld. Daarbij dient echter opgemerkt te worden dat een kleinschalig onderzoek in zijn geïsoleerdheid beperkingen aan de interpretatiemogelijkheden oplegt. Deze krijgen hun meerwaarde door onderlinge relaties te leggen met vergelijkbare onderzoeken in de directe omgeving. Het belang van aanvullende waarnemingen en onderzoeken in de directe omgeving moet dan ook worden benadrukt.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2012-09-12



