five

Bureauonderzoek, Bouwdossieronderzoek en Verkennend Booronderzoek Archeologie Plangebied nieuwbouw Vierwiekenplein te OudBeijerland, gemeente Oud-Beijerland

收藏
Mendeley Data2024-01-31 更新2024-06-27 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/dans-xjj-2t5a
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
Hamaland Advies heeft in opdracht van Mees Ruimte en Milieu namens Stebru Transformatie B.V. een bureauonderzoek, bouwdossieronderzoek en een verkennend booronderzoek uitgevoerd ten behoeve van de geplande nieuwbouw aan het Vierwiekenplein te Oud-Beijerland.Het plangebied ligt in het centrum van Oud-Beijerland aan het Vierwiekenplein. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 11.000m2. Momenteel zal nog niet het gehele plangebied ontwikkeld worden. Daarom is door Hamaland Advies het verkennend booronderzoek alleen ter hoogte van de parkeerplaatsen (circa 5.325 m2) uitgevoerd (zie ook bijlage 1). Dit betreft de oostelijke helft van het plangebied. De exacte bodemverstoring is nog niet bekend, maar zal voor toekomstige funderingen minimaal 80 cm-mv bedragen (vorstvrij).Het noordelijke deel van het plangebied kent de dubbelbestemming “Waarde - archeologie 5” (lage verwachtingswaarde), en het zuidelijke deel de dubbelbestemming “Waarde – archeologie 2” (historische kern) in het Bestemmingsplan “Parapluplan Archeologie en Parkeren” van gemeente Oud-Beijerland. Dit betekent dat in het noordelijke deel archeologisch onderzoek uitgevoerd moet worden indien de bodemingreep groter is dan 10 ha of dieper dan 0,5 m-mv. In het zuidelijke deel is archeologisch onderzoek verplicht bij alle bodemingrepen groter dan 30m2 en dieper dan 0cm-mv. Omdat het in Nederland gebruikelijk is dat bij meerdere verwachtingswaarden de hoogste categorie geldt, betekent dit dat onderzoek uitgevoerd moet worden conform de regels van “Waarde-Archeologie 2”. De archeologische adviseur (drs. J. Lanzing) heeft namens het bevoegd gezag, Gemeente Oud-Beijerland, de resultaten van het onderzoek en het selectieadvies op 22 december 2017 getoetst. Behoudens enkele opmerkingen die in deze definitieve versie van het rapport zijn opgenomen, stemt het bevoegd gezag in met de bevindingen en aanbevelingen in deze rapportage.ConclusieHet plangebied ligt in een vlakte van getijdeafzettingen met ophogingen uit de Nieuwe Tijd onder een subrecente ophoging uit de 20e eeuw. Door de geplande nieuwbouw wordt het plangebied dieper dan 80cm-mv verstoord (vorstvrij funderen). Volgens het archeologische beleid ligt het gebied in de historische kern van Oud-Beijerland en moet archeologischvooronderzoek uitgevoerd worden bij ingrepen groter dan 30m2 en dieper dan 0cm-mv. Uit historisch onderzoek is gebleken dat vóór de Kadastrale Minuut van 1811-1832 het grondgebruik van het plangebied en de omgeving onduidelijk is, maar dat het plangebied mogelijk tot 1940 een agrarische functie kende. Voor die tijd hebben meerdere wegen en waterlopen het plangebied doorkruist. In 1940 is het plangebied voor het eerst bebouwd. Tussen 1974 en 1990 was het noordelijke deel van het plangebied eveneens bebouwd, waarna in 1988 het noordwestelijke deel en het centrale deel bebouwd werden – de situatie zoals deze tot op heden bestaat. Gezien de onbekende bodemverstoring in de onbebouwde delen van het plangebied wordt een verkennend booronderzoek geadviseerd. Na overleg met de opdrachtgever is vastgesteld dat voorlopig alleen het oostelijk deel (parkeerterrein) van het plangebied ontwikkeld zal worden. In totaal dienen 6 boringen te worden gezet, verdeeld over dit onderzoeksgebied.Op 22 november 2017 zijn verspreid over het huidige parkeerterrein op het Vierwiekenplein in totaal 8 boringen gezet. Hiermee is een beeld verkregen van de bodemsamenstelling en de mate van intactheid van de bodemopbouw in het onderzoeksgebied tot een maximale diepte van 3,0 m-mv. Tevens was het mogelijk om de aan- of afwezigheid van archeologische vindplaatsen te toetsen, hoewel dit niet het primaire doel is van verkennend booronderzoek. In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied is een voormalig waterloopje aangeboord en in het (centraal) westelijke deel is de bodem plaatselijk deels verstoord. In het onderzoeksgebied is van oorsprong een kalkrijke poldervaaggrond aanwezig, die op sommige boorlocaties verstoord is door eerdere graaf- en funderingswerkzaamheden. Het bodemprofiel wordt afgedekt door Ap-horizonten, tot een minimale diepte van 65cm-mv en een maximale diepte van 220cm-mv. Daaronder zijn getijdeafzettingen aangetroffen die behoren tot het Laagpakket van Walcheren (Formatie van Naaldwijk, voorheen Duinkerke IIIb) en een wadvlakte die behoord tot het Laagpakket van Wormer, Formatie van Naalwijk (voorheen afzettingen van Calais). Op grond van het uitgevoerde archeologisch onderzoek kan verwacht worden dat het onderzoeksgebied in gebruik is geweest als achtererven van de historische bebouwing aan de Molendijk en de Spuidijk. Op dergelijke achtererven kunnen oude sporen van ambachtslieden verwacht worden, zoals oude loodsen, afvalkuilen met slachtafval, afvalkuilen van leerlooierijen (hoornpitten), ververijen, pottenbakkerijen, etc. Vondstmateriaal kan onder andere bestaan uit aardewerk, dierlijk botmateriaal, bouwmateriaal, glas, leer en metaalvondsten. Door het ontbreken van Hollandveen en de aanwezigheid van een wadvlakte die gevormd is onder natte omstandigheden dient de verwachting voor de periode Laat-Paleolithicum tot en metde Romeinse Tijd bijgesteld te worden naar laag.SelectieadviesWanneer dieper dan 65cm-mv gegraven gaat worden, zal het in het onderzoeksgebied aanwezige bodemarchief aangetast worden. Het advies is daarom om bij ingrepen dieper dan 65cm-mv vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven uit te voeren. Bij het proefsleuvenonderzoek moet circa 8% van het totale onderzoeksgebied onderzocht worden om de aanwezige archeologische resten te kunnen karteren en waarderen.SelectiebesluitHet bevoegd gezag, gemeente Oud-Beijerland, en zijn archeologisch adviseur (drs. J. Lanzing) stemmen in met het door Hamaland Advies aangedragen advies. Dit betekent dat indien toekomstige bodemingrepen dieper reiken dan 65cm-mv de kans bestaat dat archeologische waarden ongezien verloren gaan. Daarom dient bij ingrepen dieper dan 65cm-mv vervolgonderzoek in de vorm van waarderende proefsleuven uitgevoerd te worden. Bij het proefsleuvenonderzoek moet circa 8% van het totale onderzoeksgebied onderzocht worden om de aanwezige archeologische resten te kunnen karteren en waarderen. De locatie van de proefsleuven is afhankelijk van de te kiezen ontwikkelvariant. Voorafgaand aan het proefsleuvenonderzoek dient een Programma van Eisen te worden opgesteld conform KNA protocol IVO-P dat getoetst wordt door de archeologisch adviseur van de gemeente Oud-Beijerland (drs. J. Lanzing).VoorbehoudVoorts geldt voor toevalsvondsten een wettelijke meldingsplicht ex. Art. 5.10 en 5.11 van de Erfgoedwet. Opdrachtgever verplicht de aannemer(s) dan ook om attent te zijn op eventuele vondsten en/of sporen tijdens de graafwerkzaamheden en verplicht hen archeologische vondsten zo spoedig mogelijk te melden bij de Minister van OCW, vertegenwoordigd door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in Amersfoort. De lokale overheid, i.e. de gemeente waar de toevalsvondst is gedaan, wordt door de melder tevens direct in kennis gesteld van de vondsten en /of sporen, zodat eventueel aanvullende acties ondernomen kunnen worden.
创建时间:
2024-01-31
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务