five

Een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van proefsleuven en -putten op recreatiepark 'De Bloemert' te Midlaren, gemeente Tynaarlo (Dr.)

收藏
DANS Data Station Archaeology2025-06-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-26P-ZMJF
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Uit de resultaten van het archeologisch onderzoek op ‘De Bloemert’ te Midlaren blijkt dat dit terrein archeologisch interessant is en derhalve behoudenswaardig is. Op de onderzoeksvragen, zoals die gesteld zijn in paragraaf 1.4, kunnen de volgende antwoorden worden gegeven:</p><p>1. Wat is de aard van de aangetroffen archeologische resten? Is het mogelijk de functie van de vindplaats aan te geven; nederzetting, special activity area, off-site? Zijn in de te graven sleuven archeologische grondsporen en/of resten aanwezig? Ligt het vondstmateriaal in situ of is het (deels) secundair gedeponeerd?<br>De archeologische resten die in de werkputten zijn aangetroffen bestaan uit nederzettingssporen. De grote hoeveelheid grondsporen wijst op een nederzetting die gedurende een lange periode bewoond is geweest. Naar verwachting bevindt zich hier een aantal huisplattegronden met bijbehorende structuren. De kuil met metaalslakken wijst op specialistische activiteiten binnen de nederzetting. De conservering van de sporen is goed. In die delen van het terrein waar de Bhorizont nog aanwezig is zijn de sporen intact. In de overige terreindelen lijken de sporen weinig te zijn aangetast. De conservering van het vondstmateriaal, met name aardewerk, is goed. Het faunamateriaal is minder goed bewaard gebleven. Dit is te wijten aan de slechte conserveringseigenschappen van zand voor organische materialen. Het meeste vondstmateriaal is aangetroffen tijdens de aanleg van het vlak, uit de lagen boven het archeologisch sporenvlak. Een klein deel van de vondsten is afkomstig uit de sporen zelf. Dit heeft te maken met het feit dat het hier grotendeels een IVO door middel van proefsleuven betreft (werkputten 1 t/m 3), waarbij slechts 10% van de sporen nader bekeken mogen worden, met het oog op eventueel behoud.</p><p>2. Wat is de omvang van de vindplaats?<br>De nederzettingssporen die tijdens het huidige onderzoek zijn aangetroffen, sluiten aan bij nederzetting die ten zuiden van het huidige onderzoeksgebied in 1969 gedeeltelijk is opgegraven door het toenmalige BAI (Harsema 1972). Als ervan uitgegaan wordt dat het AMK-terrein ten noorden van het onderzoeksgebied (ARCHISnr. 214702, nederzettingssporen uit de Laat-Romeinse Tijd en de Vroege Middeleeuwen) eveneens tot dezelfde nederzetting behoort, dan mag duidelijk zijn dat deze nederzetting zich over een zeer groot gebied uitstrekt, zeker enkele hectares.</p><p>3. Wat is de datering van de aangetroffen resten?<br>De nederzettingssporen dateren voornamelijk uit de Romeinse Tijd en de overgang naar de Vroege Middeleeuwen, globaal de eerste vijf eeuwen na het begin van de jaartelling. Een aantal vondsten heeft een oudere of jongere datering (Bronstijd, IJzertijd, (post)Middeleeuwen), maar deze zijn, met uitzondering van vondstnr. 33 uit spoor 113 van werkput 3, afkomstig van de stort of uit de bouwvoor/het esdek.</p><p>4. Wat is de relatie tussen de vindplaats en de directe omgeving?<br>De huidige nederzettingssporen sluiten aan bij de sporen die reeds bekend zijn uit de directe omgeving, ten zuiden en ten noorden van het huidige onderzoeksgebied. Aangezien het hier een vindplaats betreft uit een periode waarover in dit gebied nog weinig bekend is, verdient het de aanbeveling om de vindplaats in de bodem te behouden. Indien het niet mogelijk blijkt om de vindplaats in te passen in het bestemmingsplan, verdient het de aanbeveling om de vindplaats door middel van een archeologische opgraving te onderzoeken.</p>
创建时间:
2003-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务