Archol Rapport 568 Rioolvervanging Morsdistrict te Leiden
收藏DataCite Commons2026-02-23 更新2026-04-25 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/LITHSA
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
In opdracht van de gemeente Leiden heeft Archol BV een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor het plangebied de Hoge Mors in Leiden. Aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen vervanging van het rioolstelsel in de wijk, waarvoor een omgevingsvergunning vereist is. De precieze plannen zijn op dit moment nog niet bekend. Uitgegaan wordt van een verstorings‐/ontgravingsdiepte van circa 2 m ‐mv. De werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten. Doel van het onderzoek is vast te stellen of de werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting van eventueel aanwezige archeologische waarden. Het bureauonderzoek is erop gericht een specifiek verwachtingsmodel voor het plangebied op te stellen met de bekende en verwachte archeologische waarden. Tevens zullen de voorgenomen ingrepen worden getoetst aan het gemeentelijk beleid, inzake archeologie. Op basis hiervan volgt een advies over de eventuele noodzaak van vervolgonderzoek. Op basis van het bureauonderzoek werd voor het plangebied de Hoge Mors de volgende bodemopbouw verwacht (van boven naar beneden): ‐ recente ophogingslaag (circa 1 meter dik) uit de tweede helft van de 20e eeuw; ‐ (middeleeuwse) oeverafzettingen van de Oude Rijn (globale diepteligging: vanaf 1 m ‐mv); ‐ geulafzettingen van de Oude Rijn (pre‐Romeins), en/of kronkelwaard)afzettingen van de Oude Rijn uit de periode ijzertijd/Romeinse tijd ‐ late middeleeuwen (globale diepteligging: vanaf 1 à 1,5 m ‐mv). Tijdens het booronderzoek is deze bodemopbouw in grote lijnen aangetroffen. De recente ophogingslaag varieert in dikte van 90 cm tot 2 meter. Aan de basis hiervan zijn nog lagen aangetroffen die op andersoortige/oudere verstoringen lijken te wijzen: een heterogene laag die mogelijk samenhangt met de kleiwinning en restanten van de voormalige bouwvoor. De oever‐/kwelderafzettingen, die in acht boringen zijn aangetroffen tussen 0,5 en 1,0 m ‐NAP (0,9 en 1,4 m ‐mv), bleken vrijwel overal te zijn vergraven voor de kleiwinning of bij de aanleg van de woonwijk de Hoge Mors. Voor delen met intacte oever‐/kwelderafzettingen die dateren van vóór de Romeinse tijd, gold een middelhoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de periode ijzertijd / Romeinse tijd. Door het ontbreken hiervan kan deze verwachting naar beneden te worden bijgesteld tot laag. Ten aanzien van het voormalige poldergebied noordelijk van het bewoningslint (Hoge Morsdijk) gold een lage archeologische verwachting voor bewoningsresten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd. Het ontbreken van (intacte) oever‐ /kwelderafzettingen bevestigt dit. Wel zijn in enkele boringen (boringen 1 en 5) sporen van verkaveling en/of landgebruik aangetroffen in de top van de natuurlijke afzettingen. Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt voor het plangebied in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Op basis van de bevindingen van dit onderzoek neemt de gemeente Leiden een formeel besluit. Met betrekking tot deze aanbevelingen dient dan ook contact te worden opgenomen met het bevoegd gezag: Erfgoed Leiden en Omstreken.
提供机构:
DANS Data Station Archaeology
创建时间:
2026-02-16



