Rotterdam Koole kade 9. Een bureauonderzoek en een verkennend inventariserend veldonderzoek door middel van een grondboring.
收藏DANS Data Station Archaeology2015-10-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z8Z-28YR
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Uit het bureauonderzoek, waarbij onder meer is gekeken naar de historische situatie, de bodemopbouw ter plaatse en de bekende archeologische waarden in (de omgeving van) het plangebied, komt naar voren dat voor het uiterste oostelijke deel van het plangebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting geldt voor vindplaatsen uit het Vroeg en Midden-Mesolithicum. Vindplaatsen uit deze perioden kunnen aangetroffen worden op rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen; Eenheid IIb), die in het uiterste oostelijke deel van het plangebied op een minimale diepte van 15,5 m - NAP verwacht worden. Daarnaast kunnen vindplaatsen uit het Vroeg en Midden-Mesolithicum ook aangetroffen worden in relatie tot andersoortige sedimenten, zoals oever- en geulafzettingen van rivieren en oeverafzettingen van meertjes (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen; Eenheid IIa). Voor het overige deel van het plangebied geldt geen archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Vroeg en Midden-Mesolithicum. Voor vindplaatsen vanaf het Laat Mesolithicum tot en met de Nieuwe tijd geldt voor het hele plangebied geen archeologische verwachting.</p><p>Uit het verkennend inventariserend veldonderzoek blijkt dat de diepere ondergrond in het uiterste oostelijke deel van het plangebied bestaat uit rivierafzettingen van de Rijn en de Maas (Formatie van Kreftenheye; Eenheid I). De licht geërodeerde top van het pakket is aangetroffen op een diepte van 19,63 m - NAP (23,20 m - mv). Naar boven toe gaan deze afzettingen abrupt over in een pakket vroegholocene geulafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen; Eenheid IIa). De top van dit pakket, aangetroffen op een diepte van 18,50 m - NAP (22,07 m - mv), is eveneens licht geërodeerd. Op de Laag van Wijchen ligt een dun laagje sterk humeuze klei, waarvan de top zich bevindt op een diepte van 18,43 m - NAP (22,00 m - mv). Het vermoeden bestaat dat dit laagje geïnterpreteerd kan worden als verspoeld veen (Formatie van Nieuwkoop, Basisveen Laag; Eenheid IIc). Het verspoelde veenlaagje gaat abrupt over in een dik pakket, sterk gelaagde geulafzettingen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer of Walcheren; Eenheid III). De top is aangetroffen op een diepte van 11,54 m - NAP (15,11 m - mv). Hierboven is, van 11,54 m - NAP (15,11 m - mv) tot 1,61 m - NAP (5,18 m - mv), nog een dik pakket geulafzettingen aangetroffen (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren; Eenheid III). De bovenste bodemlaag in het plangebied wordt gevormd door een pakket (sub)recent opgebrachte en opgespoten grond van 518 cm dik. Rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen; Eenheid IIb) en humeuze overstromingskleien (Formatie van Echteld; Eenheid IId) zijn niet waargenomen in de boring.</p><p>Een belangrijk doel van het verkennend inventariserend veldonderzoek was het vaststellen van de aan- of afwezigheid van rivierduinafzettingen (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Delwijnen; Eenheid IIb) en oever- en geulafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen; Eenheid IIa). Het op basis van het bureauonderzoek verwachte rivierduinzand is echter niet aangetroffen. Uit het veldonderzoek blijkt dat het zand geïnterpreteerd moet worden als geulzand (Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer of Walcheren; Eenheid III), waarvoor geen archeologische verwachting geldt. Geulafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen; Eenheid IIa) zijn wel aangetroffen in het uiterste oostelijke deel van het plangebied.</p><p>In het plangebied zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen. Voor de aangetroffen afzettingen geldt in principe geen archeologische verwachting. Enkel voor de aangeboorde geulafzettingen (Formatie van Kreftenheye, Laag van Wijchen; Eenheid IIa) geldt een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Vroeg en Midden-Mesolithicum. Op dit niveau zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast worden deze geulafzettingen, waarvan de top zich bevindt op een diepte van 18,50 m - NAP (22,07 m - mv), niet bedreigd door de geplande werkzaamheden. Concluderend kan dan ook gesteld worden dat de kans zeer klein is dat bij de geplande werkzaamheden in het plangebied archeologische waarden verstoord zullen worden.</p>
提供机构:
Bureau Oudheidkundig Onderzoek
创建时间:
2015-10-01



