five

Rijsbergen Plangebied 't Rijkepad. Inventariserend veldonderzoek d.m.v. proefsleuven.

收藏
DANS Data Station Archaeology2014-08-24 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z6A-V9WN
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Op 20 en 21 maart 2014 heeft BAAC bv een inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven uitgevoerd in plangebied ‘t Rijkepad te Rijsbergen, gemeente Zundert. De aanleiding voor het archeologisch onderzoek is de voorgenomen realisatie van nieuwbouw. </p><p>Uit het onderzoek blijkt dat de natuurlijke bodem op het middendeel van het plangebied bestaat uit lemig zand en op de rest van het terrein uit fijn zand. Op het zuidelijke deel van het terrein hebben wortels, afkomstig van het onlangs verwijderde struikgewas, de top van de natuurlijke bodem bereikt en hierdoor is het archeologisch vlak minder goed leesbaar. Op vrijwel het gehele terrein is gespit danwel geploegd tot in de top van de natuurlijke bodem. De oorspronkelijke podzolhorizonten inclusief de top van de C-horizont zijn hierdoor verstoord geraakt en opgenomen in het humeuze dek; plaatselijk is ook wel een verspitte laag waargenomen met resten van de A-, E- en B- en C- horizont. </p><p>Het humeuze dek op het terrein heeft een dikte tussen grofweg 56 en 110 centimeter en daarom kan worden gesproken van een enkeerdgrond. De opbouw ervan lijkt in de proefsleuven in het noordelijke deel van het plangebied nog intact te zijn. Omdat hier wel de top van de natuurlijke bodem verspit is, lijkt het er op dat het humeuze dek geen hoge ouderdom heeft; waarschijnlijk is deze te dateren in de nieuwe tijd. Het humeuze dek in het zuidelijke deel van het terrein was geheel verstoord geraakt. Dit is het resultaat van intensief gebruik van de grond als moestuin, zoals dat van 19e en 20e eeuwse kaarten bekend. In het humeuze dek werden fragmenten aardewerk uit de late middeleeuwen tot nieuwe tijd aangetroffen.</p><p>Op het terrein is een groot aantal moesbedden aangetroffen. Deze hebben een groot deel van het archeologisch vlak verstoord. In de moesbedden zijn enkele scherven aardewerk aangetroffen, die dateren uit de periode 1450-1500 en de 18e-19e eeuw. Andere sporen die het archeologisch vlak verstoord hebben betreffen ploegsporen, spitsporen en omgespitte zones. Ze hebben gezien hun kleur en vulling een (sub)recente datering. Behalve deze verstoringen is verspreid over het plangebied ook een aantal (sub)recente kuilen en paalsporen gevonden. In een van de werkputten is een kuil gevonden die op basis van de kleur van het spoor vermoedelijk ouder is (vindplaats 2). Een datering in de middeleeuwen of eerder kan niet worden uitgesloten. Helaas ontbreekt hier daterend vondstmateriaal. Binnen de proefsleuven zijn verder twee greppels gevonden. Op basis van hun kleur en vulling stammen ze vermoedelijk uit de nieuwe tijd. Een van de greppels komt overeen met een van de kadastrale grenzen op de kaart van 1827.</p><p>Het meest in het oog springende spoor uit het proefsleuvenonderzoek bestaat uit een waterput (vindplaats 1). Onderin deze waterput werd bij het couperen van het spoor een kleine houten ton aangetroffen die het onderste deel van de omsluiting van de put heeft gevormd. Deze ton was voor een groot gedeelte bewaard gebleven en bestond uit duigen, hoepen en een bodem. De ton is waarschijnlijk secundair gebruikt. Er bevonden zich diverse merktekens op het hout. De waterput lijkt deels ontmanteld te zijn. Gezien de diepte van het spoor wordt er van uit gegaan dat zich bovenop de ton nog een tweede ton heeft bevonden die al eerder verwijderd is. Vervolgens is de kuil dicht geworpen. Aan de noordkant van de waterput is nog een klein deel van de oorspronkelijke insteek van het spoor bewaard gebleven. De waterput is door middel van dendrochronologisch onderzoek gedateerd in de tweede helft van de 16e eeuw. Het herkomstgebied voor het eikenhout is een regio die wordt aangeduid met “Balticum”. Vermoedelijk is de ton gebruikt in de transport van graan vanuit oost-Europa.</p><p>Op basis van de bovengemiddelde fysieke en inhoudelijke kwaliteit wordt vindplaats 1 aangemerkt als behoudenswaardig. In overleg is deze vindplaats reeds opgegraven tijdens het proefsleuvenonderzoek. Voor vindplaats 2 geldt op basis van de lage fysieke en inhoudelijke kwaliteit dat deze niet behoudenswaardig is.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2014-07-18
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务