Plangebied FP5, Hefbrugweg 77, De Vaart
收藏DANS Data Station Archaeology2008-09-18 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-X4S-QVPB
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>Het verkennend onderzoek heeft aangetoond dat de diepteligging van het dekzand gemiddeld 10,66 m -NAP is. Tijdens het karterend onderzoek zijn in totaal 5 boringen gezet. In de Oude Getijde Afzettingen zijn geen gerijpte, ontkalkte trajecten aangetroffen. Tijdens het karterend booronderzoek bleek dat in alle boringen het dekzand is afgedekt met een laag veen. Er zijn geen humeuze lagen in het dekzand aangetroffen. Tijdens het karterend veldonderzoek is een intact dekzandlandschap in kaart gebracht. In 4 boringen (boringen 28 t/m 30, 32) is gebroken kwarts aangetroffen en in 1 boring (boring 31) is scherp natuursteen aangetroffen. In alle dekzandmonsters is houtskool aangetroffen (figuur 2; tabel 2). De meeste monsters bevatten slechts weinig houtskoolpartikels. In 1 monsters (boring 28) is, vergeleken met de andere monsters, veel houtskool aangetroffen. Er zijn geen duidelijk begrensde concentraties te onderscheiden. Houtskool, gebroken kwarts en scherp natuursteen kunnen samenhangen met antropogene activiteiten in het verleden, maar kunnen ook van nature voorkomen. Deze indicatoren zijn daarom in zijn algemeenheid geen harde indicatoren voor de aanwezigheid van archeologische resten. Omdat het onderzoek niet gericht was op het in kaart brengen van scheepsresten, is hierover geen aanvullende informatie verkregen. Scheepsresten kunnen echter in theorie wel aanwezig zijn. Dit zijn resten waarnaar niet gericht met de boor gezocht kan worden en die waarschijnlijk meer kans hebben op ontdekking bij voldoende diep reikende graafwerkzaamheden. 4.2 Aanbevelingen Op grond van het ontbreken van duidelijke aanwijzingen voor de aanwezigheid van een vindplaats in het plangebied wordt geen vervolgonderzoek geadviseerd. De planontwikkeling kan voor wat betreft de archeologie zonder beperkingen worden uitgevoerd. In het plangebied zijn nog geen scheepswrakken bekend. Het is wel denkbaar dat er zich binnen het plangebied onder het maaiveld nog onbekende scheepsresten bevinden. Men dient er dan ook rekening mee te houden dat dergelijke resten aangetroffen kunnen worden bij het uitvoeren van grondwerkzaamheden. Bij ontdekking van mogelijke resten dient dit conform artikel 47 (herziene Monumentenwet 1988) onverwijld aan de stadsarcheoloog van Almere gemeld te worden. De stadsarcheoloog meldt deze vondst vervolgens onmiddellijk aan de Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten (RACM; art. 42, herziene Monumentenwet 1988). De RACM kan vervolgens de werkzaamheden tijdelijk stopzetten in het belang van archeologisch onderzoek. Hiertoe dienen met de RACM afspraken te worden gemaakt die in een bestek worden vastgelegd. De werkzaamheden dienen ter plaatste gestaakt te worden ter voorkoming van verdere beschadiging van de resten. Na vaststelling van de waarde en het belang van de aangetroffen resten zal besloten worden welke maatregelen nodig zijn en zal vastgesteld worden welke kosten hiermee gemoeid zijn. In lijn met het verdrag van Malta, het interim-beleid en de nieuwe Monumentenwet, hanteert gemeente Almere hierbij het veroorzakerprincipe, hetgeen betekent dat de kosten ten laste komen van de initiatiefnemer van het plan. Het is van belang dat door de opdrachtgever tijdig bindende afspraken worden gemaakt met Bureau Archeologie van Gemeente Almere over de wijze waarop daarmee (bijvoorbeeld bij en na ontdekking) zal worden omgegaan.</p>
提供机构:
RAAP Archeologisch Adviesbureau
创建时间:
2008-09-19



