five

Middeleeuwse boeren aan de paddenpoel. Archeologisch onderzoek van een 11de- 13de-eeuws boerenerf in Colmschate, Deventer

收藏
DANS Data Station Archaeology2005-12-30 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-Z22-5AZE
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>Bij werkzaamheden ten behoeve van de N348 zijn de resten van een boerenerf uit de Volle Middeleeuwen aangetroffen. Uit de opeenvolging van waterputten kan geconcludeerd worden dat het erf als geheel in ieder geval vanaf de eerste helft van de 11de eeuw tot in de eerste helft van de 13de eeuw heeft gefunctioneerd. Van de bebouwing die in deze periode op het erf heeft gestaan, is slechts een deel teruggevonden. Een boerderij en een gebouw, dat als schuur geïnterpreteerd kan worden, hebben waarschijnlijk in de tweede helft van de 11de of de 12de eeuw gefunctioneerd. Daarnaast stonden in de directe omgeving enkele kleine bijgebouwen als spiekers en hooibergen. Hoeveel van deze opslagplaatsen tegelijkertijd hebben bestaan blijft helaas onduidelijk.<br>Deze vondst van één boerenerf op deze locatie biedt een inzicht in de sociaaleconomische positie die een boerenbedrijf in deze periode vervulde. Het woonstalhuis duidt op een belangrijk aandeel van veeteelt in het bedrijf. Vanwege de vondst van één of meerdere grote hooibergen naast de boerderij kan men aannemen dat deze veestapel voornamelijk uit runderen bestaan zal hebben. Het dierlijk botmateriaal geeft aan dat naast rund ook schaap of geit en varken aanwezig moet zijn geweest.<br>Dat ook akkerbouw nog een rol moet hebben gespeeld, blijkt uit de vondst van enkele kleine zespalige opslagconstructies en de plattegrond van een grote schuur. Hoewel in de schuur ook allerlei materieel opgeslagen kan zijn, zoals een wagen, mag ook een functie als opslagplaats voor akkerbouwproducten niet worden uitgesloten. Een dergelijke grote opslagruimte duidt mogelijk ook op surplusproductie. Dit surplus was mogelijk bestemd voor de handelsnederzetting Deventer. Dat het boerenerf ook externe contacten onderhield blijkt uit de vondst van diverse soorten importkeramiek en fragmenten maalsteen uit de Eifel. Deze producten zijn waarschijnlijk via de stapelmarkt van Deventer op het erf terechtgekomen.<br>Tevens blijkt uit de vondsten dat de materiële cultuur slechts voor een klein deel uit keramiek moet hebben bestaan. De aangetroffen keramiekvormen hadden bijna uitsluitend een opslag- of kookfunctie. De overige huishoudelijke artikelen waren voor het grootste deel uit hout vervaardigd, zoals blijkt uit de vondst van de houten kelk en nap. Meestal wordt deze belangrijke component van de materiële cultuur van de boer niet teruggevonden, toevallig zijn hier enkele voorwerpen gevonden in het conserverende milieu van een waterput. Ook been was een belangrijke grondstof, zoals blijkt uit de vondst van twee benen kammen. Deze voorwerpen worden doorgaans op de zandgronden eveneens nauwelijks aangetroffen.<br>Het gemengde karakter van het boerenbedrijf was een belangrijke factor in de locatiekeuze voor het erf. Door op de grens van de lagere, nattere weidegronden en het hoger gelegen akkerareaal te gaan zitten, had men immers een logistiek voordeel: zowel mest en akkerproducten als het vee en hooi van de weilanden konden zo met zo min mogelijk inspanning op hun plaats gebracht worden. Deze locatiekeuze bemoeilijkt echter een archeologische voorspelling van de vindplaats volgens traditionele verwachtingsmodellen, die voornamelijk gebaseerd zijn op hoogte en bodemptype. Op verwachtingskaarten die voornamelijk gebaseerd zijn op deze beide factoren, vallen dergelijke locaties over het algemeen net op de rand of net buiten gebieden met een hoge of middelhoge verwachting. Daarmee worden de potentiële vindplaatsen aan de rand van de hoge dekzandgronden vaak afgedaan met een lage waardering. Hierdoor zijn in het verleden mogelijk al een onbekend aantal vindplaatsen verloren gegaan, terwijl over de economische structuur en de inrichting van het buitengebied in de Middeleeuwen nog veel onbekend is. De vondst van dit erf (en tevens vergelijkbare vondsten in het verleden) toont duidelijk aan dat bij het maken van toekomstige archeologische verwachtings- en waarderingsinstrumenten ook aandacht aan de gebieden op de grens van dekzandhoogtes en -laagtes moet worden geschonken, anders zal de archeologische kennis van dit aspect van de middeleeuwse samenleving buiten de stad voornamelijk afhankelijk blijven van toevalsvondsten.</p>
创建时间:
2005-01-01
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务