Odijk, Schoudermantel 64, Gemeente Bunnik (Ut.)
收藏DANS Data Station Archaeology2018-11-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-XBN-BM6J
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In een plangebied aan de westzijde van Odijk, ten westen van het pand Schoudermantel 64, zal woningbouw plaatsvinden met de bijbehorende aanleg van kabels en leidingen. In het gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel is uitgegaan van een middelhoge tot hoge verwachting voor resten uit de ijzertijd tot en met de middeleeuwen die met name worden verwacht op oeverafzettingen. Tevens geldt een bijzondere verwachting voor resten van Romeinse wegen langs de oostrand en de westrand van het plangebied. <br> Om de archeologische verwachting te toetsen zijn in het plangebied 76 verkennende gutsboringen gezet in een gelijkmatig grid en twintig megaboringen in twee raaien met telkens vier meter afstand tussen de boringen. Deze laatste boringen zijn gezet in de zones waarin resten van Romeinse wegen verwacht werden. Tevens is, waar mogelijk, een oppervlaktekartering uitgevoerd. <br> Uit de resultaten van het booronderzoek blijkt dat binnen het plangebied op sterk wisselende diepte afzettingen van de Werkhovense stroomgordel aanwezig zijn. Hiervan lijkt een ongeveer noord-zuid lopende stroomdraad over het midden van het plangebied te lopen met met name ten westen daarvan, kronkelwaardafzettingen en ten oosten daarvan, een restgeul. Nadat de Werkhovense stroomgordel buiten gebruik is geraakt, zijn de lage delen van het plangebied opgevuld geraakt met een komachtige klei-afzetting. Hierdoor is het plangebied tegenwoordig tamelijk vlak. Alleen op het meest westelijke en het meest oostelijke deel van het plangebied lijken echte oeverafzettingen te zijn gevormd. Sporen van bewoning, zoals vuile lagen, vegetatie-horizonten of archeologische indicatoren, zijn vrijwel nergens binnen het plangebied in de boringen of aan het maaiveld aangetroffen. Dit geldt ook voor de beide zones waarin resten van Romeinse wegen verwacht werden. Op één locatie op het noordoostelijke deel van het plangebied zijn archeologische indicatoren aangetroffen. </p><p>Selectieadvies (KNA 4.0 VS07) door drs. R.P. Exaltus (senior KNA Prospector) :</p><p>In één zone van het plangebied geven de resultaten van het onderzoek aanleiding tot het adviseren van vervolgonderzoek. Het betreft de zone rond de boorpunten 16 tot en met 19 (zie Figuur 7) waarin op de overgang van de bouwvoor naar de onderliggende klei houtskoolspikkels zijn aangetroffen. Hoewel de houtskoolspikkels min of meer in de bouwvoor zijn aangetroffen liggen deze op ongeveer hetzelfde niveau als de vegetatie-horizont waarin RAAP ten oosten van het plangebied vondsten uit de Romeinse tijd heeft gedaan. Bovendien ligt deze vondstconcentratie op oeverafzettingen en zijn hier aan het maaiveld vondsten gedaan waarvan een deel mogelijk uit de Romeinse tijd dateert. Het om de 25 meter boren vanaf deze locatie tot aan de oostrand van het plangebied heeft verder geen archeologische indicatoren of vegetatie-horizonten opgeleverd. Ook de tot aan de oostrand van het plangebied voortgezette oppervlaktekartering heeft geen relevante archeologische indicatoren opgeleverd. Alleen voor de zone rond de boorpunten 16 tot en met 19, geven de resultaten derhalve directe aanleiding tot het adviseren van aanvullend onderzoek. Geadviseerd wordt om dit te doen in de vorm van een proefsleuvenonderzoek waarbij tenminste één zuidwest – noordoost gerichte proefsleuf wordt gegraven tussen de boorpunten 15 en 20. Om uit te sluiten dat op het oostelijke deel van het plangebied toch sporen uit de Romeinse tijd aanwezig zijn die niet of nauwelijks door middel van boringen zijn op te sporen, verdient het aanbeveling om deze proefsleuf voort te zetten tot aan de oostrand van het plangebied (zie Figuur 7 voor de ligging van de proefsleuf).<br> Voor een dergelijk onderzoek dient een Programma van Eisen (PvE) te worden opgesteld dat voorafgaande aan het onderzoek door de bevoegde overheid dient te worden goedgekeurd.</p><p>In het resterende deel van het plangebied zijn geen archeologische indicatoren, vuile lagen en/of vegetatie-horizonten aangetroffen. Om die reden wordt daarvoor geen archeologisch vervolgonderzoek geadviseerd. Dit geldt ook voor de beide zones waarin resten van Romeinse wegen verwacht werden. De langs de oostrand van het plangebied verwachte resten van een Romeinse weg liggen waarschijnlijk meer naar het oosten, ongeveer ter plaatse van de provinciale weg, en lijken hier in 2017 door RAAP te zijn aangetroffen. Het langs de westrand van het plangebied gelegen Raaphofse pad vormt waarschijnlijk wel een zeer oude weg maar geen formele Romeinse weg.</p>
提供机构:
De Steekproef
创建时间:
2018-11-01



