Wilgenpad, Poeldijk (gemeente Westland)
收藏DANS Data Station Archaeology2024-02-13 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/AR/BVJQG4
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
ADC ArcheoProjecten heeft in augustus en september 2023 een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd op de locatie Wilgenpad in Poeldijk, gemeente Westland. In het zuidwestelijk deel is in december 2023, op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek, een doorstart gemaakt naar een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een karterend booronderzoek. Op basis van het bureauonderzoek is een gespecificeerde verwachting opgesteld. Uit de beschikbare aardkundige gegevens, waaronder profielen van archeologische boringen op de uitbreidingslocatie van ABC Westland (De Strijp), is af te leiden dat het plangebied landschappelijk gezien is gelegen in een met veen en kwelderafzettingen bedekte strandvlakte, waarin plaatselijk duinvorming heeft plaatsgevonden. Hoewel in het zuidelijk deel van de uitbreidingslocatie van ABC Westland de aanwezigheid van duinafzettingen (Laag van Voorburg) is aangetoond, worden deze in het plangebied niet verwacht. De bodemopbouw ter plaatse is naar verwachting opgebouwd uit zandige strandafzettingen (Laag van Rijswijk) gevolgd door gelaagde kwelderafzettingen (Laagcomplex van Delfland en Laagcomplex van Westland) die hoofdzakelijk uit klei bestaan. De afzettingen van beide laagcomplexen kunnen door een veenpakket of -laag (Hollandveen Laagpakket) van elkaar worden gescheiden. Plaatselijk kan echter sprake zijn geulvorming, waarbij oudere afzettingen (deels) zijn geërodeerd. In het deel van het Laagcomplex van Westland dat uit afzettingen van het krekensysteem van de Gantel bestaat, moet rekening worden gehouden met een potentieel archeologisch niveau uit de periode IJzertijd – Romeinse tijd. Indien aanwezig zal dit niveau, dat een voormalig loopniveau uit deze periode representeert, zich manifesteren als een gerijpte, grijze kleilaag al dan niet met indicatoren zoals houtskool. Het niveau zal zich direct of vrijwel onder de bouwvoor bevinden. De bovengrond bestaat naar verwachting uit mariene dekafzettingen (Laag van Poeldijk) die waarschijnlijk volledig omgewerkt en verrijkt met organisch materiaal zullen zijn. In deze afzettingen kunnen losse vonden of laatmiddeleeuwse of nieuwetijdse ontginningssporen zoals voormalige sloten of greppels aanwezig zijn. Op basis van oude kaarten zoals de Kruikiuskaart (1712) en het minuutplan van de gemeente Monster (1819) worden uit deze periode geen sporen van bewoning verwacht. Om deze verwachting te toetsen en aan te vullen is een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van dit booronderzoek blijkt dat in de diepere ondergrond strandzanden (Laag van Rijswijk) en wadafzettingen (Laagcomplex van Delfland) aanwezig zijn. Voor de strandzanden (Laag van Rijswijk) en wadafzettingen (Laagcomplex van Delfland) geldt een lage archeologische verwachting. In het bovenliggende Hollandveen Laagpakket is geen veraarde veentop waargenomen en voor dit pakket geldt daarom eveneens een lage archeologische verwachting. In de bovenliggende dekafzettingen van de Gantel Laag is in het zuidwestelijk deel van het plangebied een vegetatiehorizont aangetroffen. In het overige deel van het plangebied is de vegetatiehorizont niet aanwezig en geldt dus een lage verwachting voor de periode IJzertijd – Romeinse tijd. Boven de Gantel Laag is de bodemopbouw verstoord. Mogelijke archeologische waarden in dit niveau zijn niet meer intact. Hiervoor geldt een lage archeologische verwachting. Om in het zuidwestelijk deel van het plangebied de aan- of afwezigheid van een aan de vegetatiehorizont gerelateerde archeologische vindplaats aan te tonen, is na voorlegging van de tussentijdse resultaten aan de adviseur archeologie van de gemeente Westland een karterend booronderzoek uitgevoerd. Daarbij werd in zeven boringen, onder een oude bouwvoor, in de top van de aanwezige dekafzettingen van de Gantel Laag, de in de verkennende fase aangetroffen vegetatiehorizont waargenomen. Deze was in tegenstelling tot eerder werd aangenomen in het algemeen zwak ontwikkeld. In geen van de karterende boringen werden in dit zogenoemde voormalige loopniveau archeologische indicatoren (zoals houtskool, verbrande leem of fosfaatvlekken) geïdentificeerd. In twee boringen was de vegetatiehorizont, vermoedelijk door grondroering in het verleden, niet meer aanwezig. Na uitvoering van het karterend booronderzoek kan voor het zuidwestelijk deel van het plangebied de hoge verwachting voor de periode IJzertijd – Romeinse tijd naar een lage verwachting voor genoemde periode worden bijgesteld.
提供机构:
ADC ArcheoProjecten
创建时间:
2024-02-13



