Transect-rapport 2296: Inventariserend Veldonderzoek d.m.v. Proefsleuven (IVO-P). Bilthoven, Jan Gossaertlaan 12-24, Gemeente De Bilt (UT)
收藏DANS Data Station Archaeology2019-10-20 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZYC-HW6Q
下载链接
链接失效反馈官方服务:
资源简介:
<p>In januari 2019 is een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Jan Gossaertlaan 12 - 24 te Bilthoven (gemeente De Bilt). Vier werkputten zijn aangelegd, waarin slechts twee greppels zijn aangetroffen (spoor 1 in werkput 1 en spoor 2 in werkput 2). Sporen 3 en 4 in werkput 2 zijn naderhand natuurlijke verstoringen gebleken. Vanwege de parallel aan elkaar gelegen ligging van de twee greppels wordt aangenomen dat ze onderdeel uitmaken van eenzelfde systeem. De spoellaagjes in de vullingen geven aan dat de greppels watervoerend zijn geweest. De greppels zijn op geen enkele (historische) kaart gekarteerd, wat aangeeft dat het geen perceelsgreppels betreft. Enkel op een RAF-luchtfoto uit 1945 zijn de greppels waar te nemen. Aangenomen wordt dat de greppels uit de 20e eeuw stammen, of in ieder geval in gebruik waren gedurende de 20e eeuw op basis van de genoemde luchtfoto. Het vondstmateriaal is gevonden in vulling 1 van beide greppels. Omdat het de bovenste vulling van de greppels betreft, wordt aangenomen dat de vondsten voornamelijk afvalmateriaal representeren dat afkomstig is uit de bouwvoor, omdat de greppels aan de basis van de bouwvoor zijn ingegraven en vermoedelijk zijn dichtgemaakt met grond uit de bouwvoor. De vondsten hebben daarmee geen duidelijke, archeologische context en vertellen niet veel over het verleden van het plangebied. De veertig vondsten omvatten twintig scherven keramiek, elf fragmenten bouwmateriaal, waaronder baksteenbrokjes en een fragmentje dakpan, drie fragmentjes glas, drie fragmentjes steen, twee fragmentjes onversierde pijpensteeltjes en een fragmentje gecorrodeerde spijker. Het keramiek is onderverdeeld in de baksels roodbakkend en witbakkend aardewerk, proto-steengoed, steengoed, faience, porselein en industrieel wit. De jongste vondst stamt uit de 20e eeuw (industrieel wit), terwijl de oudste vondst in de 13e - 14e eeuw is gedateerd (proto-steengoed scherf). </p><p>De bodemopbouw in het plangebied is redelijk uniform. Van boven naar beneden is in profiel 1, 2 en 4 sprake van een bouwvoor (spoor 1000) die omgewerkt is en veel puinmateriaal en ook plastic bevat. Daaronder is een restant van het esdek / plaggendek aangetroffen, zoals werd verwacht op basis van de bodemkaart (eerddek); deze is echter maximaal slechts 10 cm dik en bevat aan de basis een licht-ontwikkelde E-horizont (samen geïnterpreteerd als AE-horizont). Daaronder is een BC-horizont aanwezig, maar het is ook mogelijk dat het een licht-ontwikkelde B-horizont betreft, aangezien restanten van een B-horizont niet zijn aangetroffen in het restant esdek of in de omgewerkte bouwvoor; de B-horizont zal zich altijd onder de E-horizont bevinden en moet dus logischerwijs aanwezig zijn in de omgewerkte bouwvoor of in het restant (omgewerkte) esdek als de E-horizont aanwezig is. Tot slot is aan de basis van de profielen de natuurlijke ondergrond van fijn, siltig dekzand aangetroffen. In profiel 3 is enkel een verstoorde bovenlaag van 80 cm aanwezig, waarin de bouwvoor, esdek en E-horizont zijn opgenomen. Direct onder de verstoorde bovenlaag is de BC-horizont / licht-ontwikkelde B-horizont aanwezig met ook daaronder de natuurlijke ondergrond. In sommige delen van het plangebied zijn veel gleyverschijnselen waargenomen, die duiden op wisselende grondwaterstanden in het plangebied. Ook zijn veel natuurlijke verstoringen aangetroffen in de vier aangelegde werkputten. De bodemopbouw zal van origine een podzolering hebben gekend, maar deze is ofwel grotendeels verdwenen, of licht ontwikkeld. Vooral ter hoogte van profiel 3 is een matig intacte bodemopbouw aanwezig.</p><p>Het archeologisch relevante niveau is met het bewaard gebleven zijn van de B(C)-horizont nog wel intact, omdat de top van het dekzand daarmee nog aanwezig is, maar op twee greppels na zijn geen archeologische sporen aangetroffen. </p><p>Vanuit het vooronderzoek is een hoge verwachting opgesteld voor de periode Neolithicum - Late-Middeleeuwen en een middelhoge verwachting voor het Laat-Paleolithicum - Mesolithicum, voornamelijk gebaseerd op de ligging van het plangebied op de flank van een stuwwal, een relatief hoger en droger gelegen deel van het landschap. Alhoewel de top van het dekzand (het archeologisch niveau) intact is, zijn waarden uit genoemde perioden niet aangetroffen, waarmee de verwachting kan worden bijgesteld naar laag. Voor de Nieuwe tijd gold een lage verwachting op basis van historisch kaartmateriaal; twee vermoedelijk 20e eeuwse greppels zijn aangetroffen die niet op (historisch) kaartmateriaal zijn teruggevonden, maar wel op een luchtfoto uit 1945. De sporen zijn gerelateerd aan landgebruik, omdat bekend is dat het plangebied tot aan 1990 in gebruik was als bouwland. Sporen van bewoning zijn niet aangetroffen, waarmee de lage verwachting op archeologische waarden uit de Nieuwe tijd gehandhaafd mag blijven.</p>
提供机构:
Transect
创建时间:
2019-10-21



