five

Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende en karterende fase: Oostervelden te Bemmel

收藏
DANS Data Station Archaeology2016-10-22 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-ZUX-RKSA
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van de gemeente Lingewaard heeft Archeodienst BV een archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende en karterende fase uitgevoerd voor het project ‘afkoppelen Oostervelden en Dorpsstraat te Bemmel’.</p><p>Het huidige landschap rond het plangebied is ontstaan tijdens het Holoceen en is beïnvloed door verschillende Rijntakken. In het Laat-Paleolithicum was het plangebied onderdeel van de riviervlakte van de Rijn en zal het regelmatig overstroomd zijn geraakt tijdens perioden van hoogwater. Op basis van de ligging in de relatief laaggelegen terrasvlakte en de nabijgelegen aantrekkelijke rivierduinen, is aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum. In de loop van het Neolithicum is het plangebied onderdeel van het komgebied van diverse Rijn-takken geworden. Vanwege de ligging in de relatief laaggelegen komvlakte, is een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Neolithicum – Vroege-Bronstijd. Vanaf de Midden-Bronstijd wordt de stroomgordel van Baal actief en komt het plangebied binnen de oeverzone van deze rivier te liggen. Vanaf dat moment worden de bewonings- en landbouwcondities beter. Tot op heden zijn in de omgeving van het plangebied echter geen vindplaatsen aangetroffen uit de Bronstijd. De vindplaatsen uit de IJzertijd – Romeinse tijd en de Middeleeuwen bevinden zich op het rivierduincomplex ten (zuid)westen van het plangebied en ook op de stroomgordel van Baal zijn enkele vondsten gedaan. Op basis van de landschappelijke ligging in combinatie met de bekende archeologische vindplaatsen is aan het plangebied in overeenstemming met de gemeentelijke beleidsadvieskaart een middelhoge verwachting toegekend voor vindplaatsen uit het Midden-Bronstijd tot en met de Vroege-Middeleeuwen. In de Late-Middeleeuwen (12e - 13e eeuw) zijn dijken langs de rivier aangelegd. Na de bedijking langs de Waal en de Nederrijn werd het gehele achterland beschermd, maar er vonden nog wel regelmatig dijkdoorbraken plaats waarbij het gebied overstroomde. Het plangebied ligt buiten de (laatmiddeleeuwse) bewoningskern van Bemmel en op basis van historisch kaartmateriaal is ter plaatse van het plangebied geen bebouwing aanwezig. De bebouwing naast het plangebied dateert pas uit het begin van de 20e eeuw. Aan het plangebied is op basis van deze gegevens een lage verwachting toegekend voor vindplaatsen uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd. Het plangebied ligt in een zone waar in de Tweede Wereldoorlog handelingen/activiteiten hebben plaatsgevonden. Er kan geen specifieke verwachting worden opgesteld voor deze periode anders dan dat het gebied verdacht is voor niet-gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog en eventuele andere sporen/objecten.</p><p>Het potentiële archeologische niveau wordt op basis van het bureauonderzoek en de aangetroffen bodemopbouw tijdens het booronderzoek onder de recente bovengrond in de top van de oeverafzettingen verwacht. Er zijn echter geen archeologische indicatoren in het opgeboorde sediment gevonden die wijzen op de aanwezigheid van een vindplaats. In de verkennende boringen zijn twee dieper gelegen bodemniveaus aangetroffen. Deze niveaus zijn niet door middel van karterende boringen onderzocht, omdat ze in een komvlakte zijn ontwikkeld, waarvoor een lage archeologische verwachting geldt. Dat zich bodemniveaus hebben ontwikkeld, geeft wel aan dat gedurende een langere periode sprake is geweest van drogere omstandigheden waardoor in de komvlakte wel activiteiten kunnen hebben plaatsgevonden. Eventuele losse archeologische vondsten die samenhangen met bewoning op de nabijgelegen hogere terreindelen zoals het rivierduincomplex kunnen daarom niet geheel worden uitgesloten. Dergelijke vindplaatsen worden echter vaak gekenmerkt door een lage vondstdichtheid en de locaties zijn lastig te voorspellen. Hierdoor zijn ze niet goed op te sporen met een systematisch archeologisch onderzoek door middel van boringen of proefsleuven. Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt de kans dat een vindplaats binnen het plangebied aanwezig is, klein geacht. Voor de graafwerkzaamheden die nodig zijn voor de uitbreiding van de waterbergingscapaciteit wordt dan ook geen vervolgonderzoek geadviseerd.</p>
提供机构:
Archeodienst BV
创建时间:
2016-09-16
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务