five

Hardinxveld-Giessendam. Plangebied Buitendams 301-307. Archeologisch bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek (verkennende fase).

收藏
DANS Data Station Archaeology2017-02-07 更新2026-04-09 收录
下载链接:
https://archaeology.datastations.nl/citation?persistentId=doi:10.17026/DANS-2B4-5HGM
下载链接
链接失效反馈
官方服务:
资源简介:
<p>In opdracht van KuiperCompagnons heeft het onderzoeks- en adviesbureau BAAC<br>bv een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek met<br>behulp van boringen (verkennende fase) uitgevoerd in het plangebied<br>Buitendams 301-307 te Hardinxveld-Giessendam. De aanleiding voor dit<br>onderzoek is de geplande nieuwbouw op de locatie.<br>Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied deel uit maakt van de<br>uiterwaarden van de Merwede. Hoewel deze rivier pas vanaf 2000 jaar geleden is<br>ontstaan, kunnen nog oudere, stroomgordels of crevasses aanwezig zijn. In totaal<br>is in het Holoceen in dit gebied een circa 12 m dik pakket veen en klei afgezet. In<br>zowel verticale als horizontale zin kunnen hierdoor verschillende niveaus met elk<br>een eigen archeologische verwachting worden onderscheiden. Tot in het<br>mesolithicum maakte het plangebied deel uit van een vlechtend<br>rivierenlandschap, dat tegenwoordig op een diepte ligt van 10 à 11 m – NAP. De<br>kans op het aantreffen van archeologische waarden uit deze perioden is derhalve<br>laag. Vanaf het neolithicum ging het plangebied deel uitmaken van een<br>komgebied waar afwisselend klei en veen werd afgezet. Dergelijke gebieden<br>waren minder geschikt voor bewoning. Volgens de beschikbare gegevens<br>bevinden zich geen oude stroomgordels in de ondergrond van het plangebied.<br>Derhalve wordt aan deze periode een lage verwachting toegekend. Omstreeks<br>2000 jaar geleden ontstond ten zuiden van het plangebied de Merwede. Het<br>plangebied maakte mogelijk deel uit van de oeverwallen. Bij de bedijkingen in de<br>dertiende eeuw is het plangebied echter buitengedijkt. Dit doet vermoeden dat<br>het plangebied in die tijd op de rand lag van het bruikbare gebied en derhalve<br>deel uitmaakte van het lagere deel van de oeverwal of een oeverwal die is<br>geërodeerd. De kans dat zich in het plangebied archeologische waarden uit de<br>Romeinse tijd tot en met de vroege middeleeuwen bevinden is derhalve laag tot<br>middelhoog. Langs de dijk is vanaf de dertiende eeuw een bewoningslint<br>ontstaan. Dergelijke bebouwing bevond zich meestal binnendijks, maar het is<br>bekend dat zich in ieder geval vanaf de zeventiende eeuw al buitendijkse<br>bebouwing bevond in de omgeving van het plangebied. Het noordelijke deel van<br>het plangebied zelf was in ieder geval vanaf het begin van de negentiende eeuw<br>bebouwd. Aan het noordelijke deel van het plangebied wordt derhalve een hoge<br>verwachting toegekend voor archeologische waarden (nederzettingsresten) uit<br>deze periode. Het zuidelijke deel had een agrarische functie, waardoor voor deze<br>periode een lage verwachting geldt.<br>Uit het veldonderzoek blijkt dat de natuurlijke bodem in het plangebied bestaat<br>uit restgeulafzettingen van de Merwede, die door drie ophoogpakketten (2<br>oudere en 1 recente) is afgedekt. In de restgeulafzettingen zijn geen<br>aanwijzingen voor bodemvorming aangetroffen. Deze afzettingen waren niet<br>geschikt voor bewoning in het verleden. De ophoogpakketten zijn te relateren<br>aan het bebouwingslint van Giessendam. Het archeologisch niveau van het<br>bebouwingslint bevindt zich op een diepte van 50 tot 65 cm -mv. In het<br>plangebied zijn baksteen-, mortel- en houtfragmenten aangetroffen, die niet<br>nader gedateerd konden worden, alsmede een fragment aardewerk uit de<br>achttiende en negentiende eeuw. Deze vondsten zijn te relateren aan de erven<br>die zich in ieder geval vanaf het begin van de negentiende eeuw, maar<br>vermoedelijk veel eerder in het noordelijke deel van het plangebied bevonden.<br>Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek 8<br>Op basis van het onderzoek is een lage verwachting toegekend voor<br>archeologische waarden uit de steentijd tot en met de vroege middeleeuwen.<br>Vanwege de ligging in een oud bewoningslint langs een dijk, dat in ieder geval in<br>het begin van de negentiende eeuw, maar waarschijnlijk eerder bebouwd was, is<br>aan het noordelijke deel een hoge verwachting toegekend voor archeologische<br>waarden (nederzettingsresten) uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd.<br>Geadviseerd wordt om in het gebied met een hoge verwachting (1200 m2<br>) bij<br>bodemverstoringen dieper dan 30 cm –mv een vervolgonderzoek uit te voeren<br>om de archeologische verwachting nader te specificeren. Gezien de aard van de<br>verwachte archeologie en de aanwezige ondergrond vormt een<br>proefsleuvenonderzoek de meest geschikte methode van onderzoek. In het<br>gebied met een lage archeologische verwachting wordt geen vervolgonderzoek<br>aanbevolen.</p>
提供机构:
BAAC bv
创建时间:
2017-01-13
二维码
社区交流群
二维码
科研交流群
商业服务